De verantwoordelijkheid van twee Vlaamse mediareuzen

Beeld: Marie van der Donk

Twee Belgische conglomeraten bezitten meer dan 90 procent van de Nederlandse dagbladen. Wat zijn de gevolgen van deze mediaconcentratie? Krijgen Nederlanders daardoor eenzijdig nieuws voorgeschoteld? In deel twee van dit drieluik over mediapluriformiteit gaat redacteur Caspar van de Poel in gesprek met critici én met de bedrijven in kwestie.

De Nederlandse dagbladenmarkt lijkt steeds meer op een Asterix-stripboek. De onverzettelijke Galliërs zijn Het Financieele Dagblad, Reformatorisch Dagblad, Nederlands Dagblad en de Barneveldse Krant, terwijl DPG Media en Mediahuis de Romeinen vertolken. Want deze twee Vlaamse reuzen hebben alle andere nationale en regionale dagbladen opgeslokt.

Deze Belgische mediabedrijven zwaaien al jaren de scepter op de dagbladenmarkt. DPG betrad in 2003 de Nederlandse markt met de overname van Het Parool. Mediahuis zette zijn eerste stappen op Nederlands territorium in 2015, toen het grootaandeelhouder van NRC werd. Sindsdien mochten de organisaties ongehinderd uitdijen, ook vorig jaar nog. DPG Media nam Sanoma (uitgever van NU.nl) over en Mediahuis kocht NDC mediagroep (uitgever van Dagblad van het Noorden, Leeuwarder Courant en Friesch Dagblad). Daarom spreekt The Reuters Institute Digital News Report 2021 over ‘een drastische afname’ van pluriformiteit op onze dagbladenmarkt in 2020. De ‘ongeëvenaarde mediaconcentratie’ zorgt voor vraagtekens wat betreft de interne én externe pluriformiteit, aldus het rapport.

Een duopolie

In menig kritisch verhaal over de dagbladenmarkt wordt de suprematie van DPG Media en Mediahuis daarom een ‘duopolie’ genoemd. Philippe Remarque, oud-hoofdredacteur van de Volkskrant en directeur journalistiek bij DPG Media, vindt het een treffende omschrijving – mits je het vanuit een bezitsperspectief bekijkt. Hij beschouwt de dagbladenmarkt als pluriform, want er zijn voldoende opinies en invalshoeken beschikbaar. Tegelijkertijd vraagt hij zich af “hoe erg het is” als twee duopolisten zoveel titels bezitten. Volgens Remarque draait het vooral om de onafhankelijkheid van nieuwsredacties ten opzichte van de uitgever; die mag zich inhoudelijk nergens mee bemoeien. “Redactiestatuten garanderen dat je als krant zelf de baas bent, dat het intellectueel eigendom bij de redactie berust.”

Rien Van Beemen, CEO bij Telegraaf Media Groep, de Nederlandse tak van Mediahuis, sluit zich hierbij aan. “Over de inhoud ga ik niet. En dat betekent soms ook tandenknarsend toekijken.” Mag een Mediahuis-journalist dus een kritisch stuk over Mediahuis schrijven? “Ja,” zegt hij resoluut. Hij vermoedt dat een hoofdredacteur dan wel tegen zo’n journalist zal benadrukken: “Pas hoor- en wederhoor toe.” Ook kan hij zich voorstellen dat wanneer een Mediahuis-journalist zeer kritisch over Mediahuis schrijft, er een seintje naar boven gaat met de mededeling: “Er komt iets aan waar je niet vrolijk van wordt.” Maar: “Dat kan gewoon en ik heb daar dan mee te dealen.”

“Het klinkt paradoxaal, maar het duopolie werkt ook vóór mediapluriformiteit,” denkt Remarque. Na de eeuwwisseling worstelden Nederlandse kranten met digitaliseren en de komst van het internet. Hij noemt deze ‘disruptie in de mediawereld’ als oorzaak van de huidige mediaconcentratie op de dagbladenmarkt: “Veel titels hadden in hun eentje nooit de digitale transformatie kunnen maken.” Want digitalisatie is duur en dan biedt de grote schaal waarop DPG opereert soelaas: het bedrijf beschikt al over een digitaal platform met applicaties en websites waar iedere DPG-titel gebruik van kan maken. Aansluiten is dus een manier voor noodlijdende kranten om tóch te overleven.

Schokkende incompetentie

Maar simpelweg naar het gebrek aan liquide middelen bij kranten wijzen is te eenvoudig. Vóór het digitale tijdperk was ‘uitgeven enorm lucratief’, zegt Teun Gautier bestuursvoorzitter van De Coöperatie. “Je kon je domme neefje op een uitgeverij zetten en dan nog liep je binnen, er was een gebrek aan intellect en denkkracht.” Met wie je ook spreekt, criticus of niet, er wordt unaniem bevestigd: in de dagbladensector heersten de incompetenten. Daarnaast lieten sommige uitgeverijen zich opkopen door geldbeluste opportunisten: zo werd PCM Uitgevers (nu onderdeel van DPG) in 2004 gekocht door Britse investeringsmaatschappij Apax – een kantelpunt, volgens Gautier. De private-equityfirma trok de reserves leeg, verkocht de uitgeverij weer in 2007 en liet PCM arm achter.

DPG Media en Mediahuis maakten dankbaar gebruik van de situatie: berooide Nederlandse uitgevers konden, voor een schijntje, worden opgekocht door de Belgen. Volgens critici zoals Gautier werd deze kooplust van DPG en Mediahuis mede gefinancierd door de Belgische staat, middels belastingvoordelen in België. “De Belgische staat subsidieert de krantenbezorging en er zit geen btw op kranten daar.” En dat levert een ‘exploitatievoordeel’ van miljoenen euro’s op, vertelt hij.

Van Beemen en Remarque noemen dit op hun beurt een mythe. Volgens hen wil de Belgische staat simpelweg Bpost, het Belgische PostNL, en zijn postbodes in stand houden. Postbezorgers zijn in België duurder dan in Nederland. “En dat verschil wordt door de overheid bijgepast,” zegt Remarque. Waarom dat in België duurder is? “Daar zijn de bezorgers vaak in vaste dienst, terwijl het in Nederland meestal jongeren met een krantenwijk zijn,” vertelt Van Beemen. Wel geven beiden toe dat het nul procent btw-tarief voordelig kan uitpakken. Logisch: als de consument geen btw over een product hoeft te betalen, dan wordt het goedkoper.

Lokale eenheidsworst

Het lastige aan mediapluriformiteit is dat deze niet direct na veranderingen meetbaar is, waarschuwt de Mediamonitor 2020. Als potentiële gevolgen van mediaconcentratie noemt het rapport: consolidatie van titels en samenwerking tussen kranten in hun berichtgeving. “Dit zou impact kunnen hebben op de pluriformiteit van het nieuwsaanbod, omdat het nieuws invalshoeken kan verliezen,” wordt er geschreven. Volgens The Media for Democracy Monitor 2021, een internationaal onderzoek, is de landelijke pluriformiteit nog adequaat. Op regionaal niveau is de situatie zorgelijker, omdat DPG Media ‘zijn regionale nieuwsredacties ontmantelt.’

Lokale titels van DPG, zoals Tubantia of de Stentor, ontvangen hun (inter)nationale nieuws via de landelijke redactie van het Algemeen Dagblad. Remarque meent dat deze titels geen geld en middelen hebben voor buitenlandredacties, dankzij deze constructie kunnen zij zich focussen op regionale journalistiek en toch een complete krant aanbieden. Joost Ramaer, onderzoeksjournalist die veelvuldig over het duopolie schreef, ziet het anders: “DPG heeft van het AD en de regionale kranten een totale eenheidsworst gemaakt.” Ook lokale stukken die maar relevant zijn in één stad of regio worden soms doorgeplaatst. Bijvoorbeeld: het Algemeen Dagblad Zwolle plaatst gedeeltelijk dezelfde regionale artikelen als de Stentor Zwolle.

Het argument ‘gebrek aan geld voor redacties’ is niet vrij van kritiek. Mediahuis behaalde 58,6 miljoen euro nettowinst in 2020 en DPG Media 178 miljoen. Bovendien zijn papieren kranten altijd winstgevend gebleven, zegt Ramaer. De toezichthouder die beoordeelt of bedrijven niet te groot worden, de Autoriteit Consument en Markt (ACM), is volgens hem bespeeld door uitgevers: ten tijde van de digitalisatie werd gedaan alsof kranten ten dode waren opgeschreven. “Uitgevers zeiden dat de ACM niet meer naar de krantenmarkt an sich moest kijken, maar naar de gehele mediamarkt, omdat kranten ook concurreren met het internet.” En als je naar de totale mediasector kijkt, dan lijken DPG en Mediahuis ineens een stuk minder groot. Vanuit dat perspectief is het logisch dat de ACM – die niet reageerde op meerdere interviewverzoeken – de Belgen nog geen gevaar voor de pluriformiteit vindt.

Belangrijke nuance volgens Remarque: door het internet zijn kranten de monopolie op geschreven nieuws kwijt. Iedereen kan nu digitaal publiceren en opiniëren, wat tot een pluriformiteit aan perspectieven leidt. Daarom investeren DPG en Mediahuis een groot deel van hun winst in functies die nodig zijn voor digitaal succes, zoals developers en analisten. Ramaer kaatst: “Van Thillo [CEO van DPG Media] wil van DPG een big data-bedrijf maken.” Als voorbeeld noemt hij de AD-app. Dit is een ‘kubusapp’ waarmee de consument diverse kanten kan opswipen. Lees- en swipegedrag vormen een goudmijn aan data, zeker in combinatie met persoonsgegevens. “DPG wil een regionale concurrent van Google en Facebook worden. En dat is gelukt. Maar met journalistiek heeft het niets te maken.”

Kiezen uit twee kwaden

De concurrentie van big tech, Facebook en Google, wordt vaak onderbelicht vindt Nienke Venema, directeur van Stichting Democratie en Media (SDM). De stichting bezit ongeveer een derde van de aandelen van DPG Media Nederland en beschouwt zich als “critical friend” van DPG. “In een ideale situatie zou er geen sprake zijn van twee bedrijven die al deze titels in handen hebben,” erkent Venema. “Maar deze tekent zich af tegen een andere onwenselijke situatie, namelijk Facebook, voor wie de journalistiek niks betekent. Dan heb ik liever DPG en Mediahuis.” Met de komst van tech-molochen Facebook en Google zag de journalistiek zijn online advertentiegelden verdampen. Adverteerders kochten liever reclames in bij deze ongereguleerde techbedrijven vanwege hun vermogen om de consument te bereiken; het is dus geen wonder dat DPG in data investeert.

Om te kunnen concurreren met big tech krijg je dus lokale kampioenen als DPG en Mediahuis. Dankzij hun schaal kunnen zij opboksen tegen het geweld van Google en Facebook. Maar de mediaconcentratie heeft nog een ander, onderbelicht gevolg: “Er heerst een cultureel probleem in de journalistiek,” legt Gautier uit, doelend op de doorplaatscultuur bij DPG. “Als je een verslag van een tenniswedstrijd doorplaatst, dat is één ding. Maar over de toeslagenaffaire, dat is iets anders.” Meerdere perspectieven op nieuws zijn noodzakelijk, zeker wanneer het over maatschappelijk significante onderwerpen gaat. Journalisten moeten prangende vragen blijven stellen en in een uniforme cultuur gebeurt dat niet voldoende, denkt Gautier. “Als er een pluriformere cultuur heerst, dan steken journalisten elkaar ook aan. Nu noemt Wilders ons ‘tuig van de richel’ en de volgende dag staan we gewoon weer met microfoontjes voor hem. Iedereen loopt als lemmingen achter elkaar aan.”

DPG Media en Mediahuis zijn uiteindelijk ook maar twee private bedrijven. Commerciële partijen met winstoogmerken en het recht om hun eigen pad te bewandelen. Maar vanwege hun grote aandeel op de krantenmarkt hebben zij ook een aanzienlijke maatschappelijke responsabiliteit. Daar zijn ze zich van bewust. Remarque formuleerde het treffend in ons gesprek: “Met grootte komt grote verantwoordelijkheid om de pluriformiteit in stand te houden.”

Dit was deel twee van de drie in een reeks over mediapluriformiteit. Wat zijn de gevolgen voor journalisten en freelancers van deze mediaconcentratie? Dat lees je in het laatste deel.

Met medewerking van Detlev Hiep.


Steun ons!
Vond je dit een goede productie en wil je hier meer van zien? Steun deze redacteur met een kleine donatie voor een kop koffie (€ 2,50), een redactievergadering (€ 12,50) of een ander bedrag!