In aanloop naar het Europees kampioenschap voetbal schreef Danielle Kliwon elf weken lang over de elf posities in het elftal. Ze bekeek het huidige team en haalde herinneringen op aan de Nederlandse spelers van weleer, zoals Van Breukelen, Rensenbrink, en Krol. Morgenavond treedt Oranje voor het eerst dit toernooi aan, tegen Oekraïne, en dus kijkt ze voor een laatste keer naar het elftal. Deze week: de rechtsbuiten.

Vorig weekend werd de FA Cup finale (de Britse bekercompetitie) gespeeld. Na de overwinning te hebben binnengesleept, maakten Hamza Choudhury en Wesley Fofana, spelers van Leicester City, van het moment gebruik om hun solidariteit met Palestina te tonen. Met de Palestijnse vlag tussen beide betraden ze het veld. Het is niets vreemds. Al decennialang wordt sport gebruikt om politieke statements te maken of politieke macht te uiten. Maar heeft politiek eigenlijk wel een plaats in sport?

Max Verstappen is nét twintig en is nu al een van de grootste racelegendes die we ooit hebben gehad in Nederland (niet dat dat heel moeilijk is, maar het klinkt stoer). Hij heeft in z’n eentje Formule 1 weer populair gemaakt in ons land. Hij leverde ons een classic moment in de moderne tv-geschiedenis toen hij Ziggo-commentator Olav Mol live op tv liet huilen op het moment dat hij z’n eerste race won. Vanaf dat moment is er maar één vraag die overal binnen de F1-kringen wordt gesteld: hoe ver gaat dit jochie het schoppen?