In de groepschat met mijn ouders volgt de laatste tijd de ene na de andere flauwe visuele grap: “Amsterdamse hardloper verplicht in thuisquarantaine. Loopneus.” En: “Waarschuwing: houd ook minimaal 1,5 meter afstand van je koektrommel.” Gelukkig zijn het geen vergezochte complottheorieën, toch kan ik er niet heel vrolijk van worden.

Beeld is communicatiemiddel nummer één en toch wordt ‘begrijpend kijken’ niet gegeven in het onderwijs. Mensen van alle soorten en maten zitten op social media en zijn gebruikers van Netflix. Toch lijkt dat allemaal veel, te veel; een artikel van WelingelichteKringen over nieuwe series en films vinden op Netflix had de kop “Hoe weet je wat nieuw is op Netflix?”. De overvloed aan beelden lijkt ons te overspoelen, maar hoe manifesteert dit zich?