Ik was zestien, we waren aan het basketballen voor de deur. Verderop in de straat liep een torenhoog figuur met donkergrijs gemodelleerde krullen. Bij elke stap bleven de krullen onbewegelijk op zijn hoofd staan. Uit het niets schreeuwde iemand: ‘Beestjes!’ De man (die kinderen uit de buurt logischerwijs de beestjesmeneer noemden) begon te zingen en te dansen.

Nu ik van woning verander leef ik tussen twee werelden. In mijn hoofd ben ik al bij het nog onbekende uitzicht in Amsterdam wat ik straks te zien krijg als ik wakker word, de nog nooit geroken geur, de nieuwe start. In mijn hart voel ik nostalgie naar de plek waar ik nog steeds woon – want verhuisd ben ik nog niet.

Ik beschouw mezelf niet als materialistisch en dat durf ik hardop te zeggen. Ik leef naar het credo van Amsterdams grootste – op Ramses Shaffy na  – en donkerste artiest ooit: “Ik spaar geen geld, ik spaar herinneringen.” Herman Brood. Toch maak ik mij wel schuldig aan het fenomeen: gelukkig kopen.