Vorige week begon de week tegen Eenzaamheid. Op vrijdag overleed Koos Alberts. Toeval? Ik denk het niet. Koos is die volkszanger van: “Hoe zit ‘t met jou, waar ben je gebleven?” en “Ik verscheurde je foto, heb je brieven verbrand. In m’n hart moet ik huilen, maar ik doe nonchalant.” Klinkt redelijk eenzaam. Online ging ik op zoek naar het offline-leven van Koos. Twee jaar geleden werd hij geïnterviewd in het programma De Kist – over de dood en gemis.

Ik ging er even goed voor zitten: de laatste aflevering van RTL Late Night met Humberto Tan. Nog niet zolang geleden was Tan de koning van de kijkcijfers, de prins van het plezier. Jarenlang entertainde hij de entertainers van de commerciële omroep, maar de kijkcijfers namen af, het plezier idem.

Mijn vriendengroep zit vol met krankzinnige types – mijn beste vriend voorop. Je kunt ze stuk voor stuk uren aan psychologisch onderzoek opleggen en er dan nog niet uitkomen waarom ze zo krankzinnig zijn. Maar, het voordeel is: ze zijn vermakelijk krankzinnig. Aaibaar, loyaal en humoristisch.

Daar was het dan: het gat.

‘Ha,’ dacht ik als ik erover hoorde. ‘Dat gaat mij lekker toch nooit overkomen. Net als dat ik vast nooit ga liegen over hoe oud ik ben, of dat ik nooit een kater zal krijgen van langer dan een dag.’

Aan de onderhandelingstafel, onder leiding van informateur Gerrit Zalm, hebben vier partijen een jaar geleden de toekomst van Nederland geschetst. Terrorisme, klimaat en de staat van Europa: alle onderwerpen hadden logischerwijs een hoge prioriteit. Er is echter één onderwerp dat een ondergeschoven kindje werd, en waar nu echt niet langer mee gewacht kan worden: suïcidale kinderen zonder uitzicht op hulp.

Ik moest dus kiezen. Met een muntje van vijf eurocent in mijn hand zat ik op mijn donkere balkon. De grote boom in de binnentuin was versierd met lichtsnoeren, die zouden binnenkort wel uitgaan, zoals elke nacht. Maar deze nacht was anders dan andere, want ik had besloten dat het tijd was voor een besluit.

Hij gaat vaak naar zijn stamkroeg, die tussen de Amstel en oneindige weilanden gelegen ligt. Meestal gaat hij met zijn beste vriend, soms ook alleen, als hij echt even behoefte heeft aan afleiding en, uiteraard, drank. Door de doffe speakers klinken oude klassiekers die hij fluisterend meezingt.

Ik noem hem de schuldkast. Hij staat op een plek in mijn huis waar ik dagelijks meermaals langs moet. We hebben hem roze geverfd, daarom kijk ik er graag naar. Tot het schuldgevoel me bekruipt. Vroeger was hij twee keer zo groot, maar toen ik verhuisde heb ik de helft van de inhoud weggegeven of -gegooid.

Ze staan er elke dag. Het grachtenwater onder hun voeten ligt soms spiegelstil, soms klotst het tegen de kade. Zo nu en dan zijn er meeuwen, af en toe vaart een roeibootje langs. Maar ze kijken niet naar het water of de vogels. Door de lens voor hun ogen zien ze slechts een omlijsting, een zwart frame om hun pose.