Gratis dromen bestaat niet: jonge voetbalprofs over het najagen van ’s lands meest populaire jongensdroom (deel 1)

Kaj Sierhuis Kaj Sierhuis

Het leven van een profvoetballer is rozengeur en maneschijn, is het gangbare beeld. De andere kant van de medaille blijft echter vaak onderbelicht. Talent is één ding, maar de weg naar succes kan meedogenloos zijn en eist opofferingen. In deze serie praat ik met jonge Nederlandse profvoetballers die deze opofferingen aan den lijve hebben ondervonden (en met wie ik in de klas heb gezeten). In deel 1 van de serie bijt Kaj Sierhuis (24), aanvaller van het in de Franse Ligue 1 uitkomende Stade Reims, het spits af. 

Ik kan mij nog goed herinneren dat je iedere dag op een bepaald moment, vaak vlak na de lunch, uit de klas werd getrokken omdat het Ajax-busje klaarstond om je naar de training te brengen. De combinatie tussen topsport en school lijkt mij een uiterst lastige. Hoe combineerde je dit?

“Ik denk dat ik geluk heb gehad dat ik in een heel goede jeugdopleiding terecht kwam, die van Ajax, waarbij vanaf het begin werd aangegeven dat school de prioriteit was en dat topsport op de tweede plaats kwam. Je bent een talentvolle voetballer, maar dat betekent niet dat school niet meer uitmaakt.”

“Er werden bijvoorbeeld maatregelen getroffen als het niet goed ging met je schoolwerk, dan trainde je gewoon niet. Bovendien hadden we verplicht iedere dag anderhalf uur studiebegeleiding op De Toekomst (het trainingscomplex van Ajax, red.), inclusief begaafde docenten voor ieder vak. Alles was super geregeld bij Ajax.”

“Tuurlijk let je op voeding als je topsport beoefent, maar ik moet ook zeggen: ik ben ook gewoon kind geweest, ik ben ook gewoon middelbare scholier geweest.”

Voor velen is presteren op school an sich al een bron van veel prestatiedruk, dan lijkt het mij moeilijk om ook nog te moeten presteren op het veld. Voelde het soms niet alsof het water je aan de lippen stond?

“Dat is voor iedereen wel anders denk ik. Ik heb zelf bijvoorbeeld het geluk gehad dat ik vrij makkelijk studeerde en dus nooit echt in de problemen kwam met schoolwerk. Tuurlijk, als het proefwerkweek was, dan was het pittig als je ’s avonds laat thuiskwam na een lange dag trainen en dan nog moest leren. Vaak zette ik dan de wekker extra vroeg de volgende dag, zodat ik goed voorbereid aan de toetsen kon beginnen.”

Heb je ooit het idee gehad dat je academische carrière onder je sportcarrière heeft geleden?

“Nee, eigenlijk niet! Na het behalen van mijn VWO diploma heb ik besloten om te beginnen aan de universiteit, met het idee van: we kijken wel hoe lang dat goed gaat. De focus lag echter altijd op voetbal.”

“De eerste twee jaren ging dat eigenlijk best goed, maar toen kwam ik op een punt waarop voetbal op een heel serieus niveau kwam en ik een knoop moest gaan doorhakken. Vanaf toen was het volle bak focussen op voetbal en daar het maximale proberen uit te halen. Het academische aspect zette ik op het tweede plan.”

Nu we het zo over school hebben, moet ik ook denken aan een ander, gerelateerd domein waarin topsporters opofferingen moeten maken: voeding. De gemiddelde vijftienjarige leerling met een tussenuur sprong op de fiets en fietste naar de lokale supermarkt voor het standaard recept van frikandelbroodjes en energiedrankjes. Maar dat was voor jou wel een ander verhaal, toch?

“Tuurlijk let je op voeding als je topsport beoefent, maar ik moet ook zeggen: ik ben ook gewoon kind geweest, ik ben ook gewoon middelbare scholier geweest. Je kunt alles nemen, als het maar met mate is.”

“En ik moet eerlijk zeggen dat ik op redelijk jonge leeftijd wel al bewust bezig was met voeding. Dat kreeg ik wel vanuit huis mee en later hamerde Ajax daar ook op. De club organiseerde bijvoorbeeld kookworkshops voor de ouders, om zo het maximale uit de jeugdspelers te halen.”

Nu je woont in de Bourgondische Champagnestreek lijkt het mij dat er veel verleidingen zijn.

“Hahaha! Nou ja kijk, hoe verder je komt, hoe serieuzer het wordt. Uiteindelijk bereik je de status van ‘prof’ en verdien je je geld met voetbal. Vanaf dat moment ben je nog meer bezig met ieder domein van topsport, dus ook voeding. Je moet altijd de balans zoeken. Denk aan bepaalde voedingswaarden binnenkrijgen, vetpercentages, et cetera. Daarnaast is timing erg belangrijk. Een glas champagne is niet per se slecht, maar uiteraard niet de dag voor een wedstrijd.”

“Nogmaals, balans is cruciaal en je moet er niet in doorslaan vind ik, want dat kan bijvoorbeeld weer ten koste gaan van je gemoedstoestand en zo je prestaties op het veld beïnvloeden.”

Kaj Sierhuis in actie

Filmnacht op onze middelbare school was een begrip: van 8 tot 8 non-stop films kijken, bakken snoep naar binnen werken en uiteraard niet slapen. Heb je veel sociale activiteiten moeten laten omdat je je droom om voetbalprof te worden, najaagde?

“Ja, ik heb wel veel moeten laten denk ik. Tegelijkertijd heb ik ook geprobeerd om zoveel mogelijk wel mee te maken. Zo ging ik altijd naar schoolfeesten toe, maar dan haalden mijn ouders mij op zodat ik op tijd weer weg kon.” 

“Op een gegeven moment kwamen we natuurlijk in zo’n periode terecht waarin mensen begonnen te experimenteren met drank en feestjes en zo. Zo van zestien tot en met achttien, net die periode dat voetbal echt serieus werd. In die periode heb ik wel veel moeten laten ja, maar dat had ik zo weer overgedaan.” 

Heb je het idee dat vriendschappen eronder hebben geleden?

“Weet ik niet, dat is wel een lastige. Niet per se denk ik. Misschien pas vanaf het moment dat ik wegging bij Ajax en op andere plekken ging wonen, verder weg van mijn sociale cirkel. Dan zie je familie en vrienden natuurlijk veel minder.”

Even een raar bruggetje, maar onlangs kwam Bayern München doelman Manuel Neuer in het nieuws na het breken van zijn been tijdens een skivakantie. Als gevolg daarvan moet hij nu een halfjaar buiten de lijnen toekijken. Vrijetijdsactiviteiten voor profs zijn vrij beperkt, neem ik aan?

“In mijn contracten staat inderdaad steevast dat ik geen extreme sporten mag beoefenen. Skiën is strikt verboden en dat doe ik dus ook niet meer. De risico’s zijn gewoon te groot. Voor mij was dat wel makkelijk te accepteren, je bent toch al heel veel met topsport bezig en je wilt ook niet oververmoeid raken.’

“Ook ben ik gestopt met tennis en pianoles toen ik naar Ajax ging. De combinatie voetbal en middelbare school was simpelweg teveel. Ik denk weleens: als ik pianoles gewoon had doorgetrokken, was ik nu echt goed geweest. Maar ik had er echt geen tijd meer voor.” 

Naar mijn idee zien velen het succes van voetbalprofs als een ijsberg die boven het water uitkomt: men ziet het topje (het succes, de roem) maar niet wat er onder het water ligt (de tijd en moeite, de pijn, de opofferingen). Heb jij hier wel eens moeilijkheden mee ondervonden?

“Oh jawel! Als je erover praat met mensen is het lastig uit te leggen. Maar topsport is 24 uur per dag, 7 dagen per week en 365 dagen per jaar, waar je eigenlijk nooit van weg kunt komen. Veel ‘gewone’ banen zijn van 9 tot 5, met weekenden en vakanties waarin je niet aan werk hoeft te denken. Bij profvoetbal bestaat dat niet. Het is constant doorgaan, nooit ophouden. Af en toe vind ik dat wel zwaar.”

“Plus, de sportwereld is gewoon super hard. Je bent onderdeel van een heel groot spel, waarin heel veel geld rondgaat en waarin je praktisch een verhandelbaar item bent. Je hebt een stem, maar die is heel klein ten opzichte van andere stemmen. De onzekerheid die daarmee gepaard gaat, is soms lastig.”

“Tegelijkertijd is dit waarvan ik als klein jongetje droomde. Het maken van een winnende goal in een belangrijke wedstrijd, in een vol stadion: dat zijn de allermooiste momenten, dat is waar ik uiteindelijk voor leef.”

Eindredactie door Willem van Dommelen