Oeigoerse Nederlanders Alerk Ablikim en Ahmedjan Kasim vertellen: “Ik ben mezelf geworden in dit land”

Ahmedjan (links) en Alerk (rechts) | beeld: Noes Petiet Ahmedjan (links) en Alerk (rechts) | beeld: Noes Petiet

Afgelopen oktober haalde een motie van westerse landen om de mensenrechtenschendingen in de Chinese provincie Xinjiang te bespreken geen meerderheid in de Mensenrechtenraad van de VN. Oeigoerse Nederlanders Alerk en Ahmedjan vertellen hoe zij hiernaar kijken en hun eigen rol in de kwestie zien.

De regio die nu Xinjiang genoemd wordt, heet oorspronkelijk Oost-Turkestan. Door afspraken tussen de Sovjet-Unie en China in 1949 belandt de regio in Chinese handen onder de naam Xinjiang Uyghur Autonomous Region. De Chinese overheid maakt sinds 2000 gebruik van een heropvoedingsprogramma om bewoners aan te laten passen aan de Chinese cultuur. Mensenrechtenorganisatie Amnesty International rapporteerde over Oeigoerse gedetineerden die worden gestraft met eenzame opsluiting, geweld of onthouding van voedsel als zij weigeren mee te doen aan de ‘met Chinees nationalisme doorspekte’ lessen. Ook getuigden verschillende vrouwen over seksueel misbruik, verplichte abortus en gedwongen sterilisatie, zegt de organisatie.

Gevlucht

In Nederland wonen zo’n 1500 Oeigoeren, waaronder Alerk Ablikim. Hij is 23 jaar, lijstduwer bij GroenLinks en activist bij jongerenbeweging Free Uyghur. In 2007 is hij met zijn moeder naar Nederland gekomen. Pas later, bij het aanvragen van identiteitsdocumenten in Nederland, kwam hij achter de reden. “Mijn moeder was endocrinoloog bij het ziekenhuis in Oost-Turkestan. Zij werd opgeroepen voor veldonderzoek en werd daarbij geplaatst in een Zuid-Oeigoers plattelandsdorpje. Toen ze daar was, kwam ze erachter dat Oeigoeren niet geholpen werden, maar juist gemonitord, en dat hun ziekte in stand werd gehouden. Het was een soort menselijk experiment.” Ook dichterbij is Alerk met de kwestie geconfronteerd. Zijn vader zit al jaren vast in een heropvoedingskamp. Het is onmogelijk om contact met hem op te nemen.

Ahmedjan Kasim, 26 jaar en lid van de JOVD, is in 2011 naar Nederland gevlucht. Ook zijn vader zit vast in een heropvoedingskamp. De enige connectie die hem telefonisch op de hoogte kon brengen over de toestand van zijn vader – weliswaar in een soort geheimtaal – is zelf recentelijk ook verdwenen, waarschijnlijk naar een quarantaineplek. Ahmedjan is schrijver van het boek De Oeigoerse Droom: “Vorig jaar kwam ik op het idee om een boek te gaan schrijven over de Oeigoerse kwestie en mijn eigen strijd. Verhalen van Oeigoerse Nederlanders had ik tot dan toe nog nooit gezien.”

Wat doet de beslissing in de Mensenrechtenraad met je?

Ahmedjan: “Er is momenteel sprake van de grootste mensenrechtenschendingen sinds de Tweede Wereldoorlog, maar er is niet eens een mogelijkheid om daarover te discussiëren. Dat is toch beschamend.”

Alerk deelt deze mening. “Dat was een pijnlijk moment. Als dat niet eens kan, wat is dan het nut van de VN? Het zijn wel voornamelijk de arme landen: wij hebben ze als het Westen laten verwaarlozen. Ik ga er alleen niet in mee als leiders van deze landen zeggen dat het volk ook wil wat zij willen. Daar moeten we onderscheid in maken.”

Volgens Alerk wordt ook vaak het argument gebruikt dat er in rest van de wereld anders wordt gedacht over mensenrechten, en dat autoritaire ideeën bij hen in de cultuur zitten. “Daar ben ik het totaal mee oneens. Ik heb zelf comparatieve filosofie gestudeerd. Binnen de Chinese filosofie kan je technisch gezien zeggen dat de term mensenrechten pas in 1912 opkwam, maar er zijn wel andere manieren geweest binnen de cultuur om te voorkomen dat onschuldige mensen zomaar worden uitgemoord. Elke cultuur heeft zo’n soort systeem gehad, dat zit in de mens.”

Wat doe je om je hard te maken voor de situatie?

Alerk: “Ik help Oeigoerse jongeren een plek te geven in Nederland en hen te helpen bij hun integratieproces, bijvoorbeeld door bijles te geven in coronatijd. Daarnaast voer ik gesprekken met ministeries en gemeenten om de genocide op Oeigoeren op de kaart te zetten.”

Ook Ahmedjan ziet zichzelf terug in deze politieke functie. Hij is actief op sociale media en heeft geholpen demonstraties in Nederland te organiseren. Makkelijk is de functie niet: beiden worden geïntimideerd door China.

Chinese invloeden sijpelen door in de beschrijvingen over de Oeigoerse kwestie binnen de media, zegt Alerk. Daarom houdt hij zich ook hiermee bezig. “Er wordt wel óver Oeigoeren gesproken, maar niet vaak mét hen. Vanuit nalatigheid gaan media mee in het Chinese narratief. Als je over Oeigoeren leest, lees je vaak de term ‘Chinese moslimminderheid’, maar we zijn geen Chinezen, we zijn een hele andere etnische bevolking. Daarnaast zijn we niet allemaal moslim, maar ook bijvoorbeeld christelijk, atheïstisch en agnostisch.”

De naam Xinjiang wordt bovendien als benaming van het gebied gebruikt, vertelt hij verder, maar dat betekent ‘nieuw grensgebied’, en is geïntroduceerd door China: Oeigoeren noemen het zelf gewoon Oost-Turkestan. Wel denkt Alerk dat het mogelijk is om hier verandering in te brengen. “We zijn nu bijvoorbeeld ook bezig met het geven van andere namen aan gebieden, zoals Kyiv in plaats van Kiev. Gekozen woorden zijn enorm belangrijk in het debat en hoe wij erover nadenken.”

Hoe identificeer je jezelf?

Ahmedjan: “Oost-Turkestan is ons moederland, maar we zijn opgegroeid in een stiefmoederland dat goed voor ons zorgt. Ik voel mij 100 procent Oeigoer en 100 procent Nederlander. Nederland is het land van kansen, dat waardeer ik enorm. Ik ben hier mezelf geworden.”

Alerk vindt het belangrijk dat Oeigoerse jongeren de keuze over hun identiteit niet hoeven te maken. Hij voelt zich zelf evenveel Oeigoer als Nederlander. En hij identificeert zich als Europeaan: “Ik geloof in project Europa. Er zijn veel onderlinge verschillen tussen landen, maar als iets in Polen of Roemenië gebeurt, dan is dat automatisch ook deel van wat in Nederland gebeurt.” Daarnaast is de Centraal-Aziatische identiteit er één waar hij zich thuis bij voelt. “De culturele verschillen tussen bijvoorbeeld Oeigoeren, Kazachen en Turkmenen zijn eigenlijk minimaal. Ons lot en onze cultuur zijn één.”

Hoe ziet de toekomst eruit?

Ahmedjan: “Nederland heeft zoveel voor mij gedaan, dus nu is het aan mij om wat terug te doen. Ik studeer staatsrecht, het is mijn grootste passie. Na mijn studie wil ik mij bezighouden met hoe we de democratie kunnen beschermen en hoe we deze weerbaarder kunnen maken. Omdat ik uit een gebied kom waar geen democratie was. Ik heb lange tijd het doel gehad politicus te worden, die droom heb ik nog steeds. Dat je op die manier iets terugdoet, is principieel voor mij in mijn leven.”

Ahmedjan en Alerk zijn bevriend en vinden steun bij elkaar. “Alerk en ik zijn deze zomer naar Normandië geweest, waar vrijheid begon voor Europa,” vertelt Ahmedjan. “Dat was om te beseffen hoe die vrijheid tot stand is gekomen, met bloed, zweet en tranen. Als één deel van de wereld begrijpt wat het betekent om vrijheid te hebben, dan is het West-Europa wel, door de verschrikkingen tijdens de Tweede Wereldoorlog. Wij wilden dat voelen. Dat was heel indrukwekkend. Dan zaten we daar terwijl we naar de zee keken en fantaseerden we dat er hopelijk ook zo’n dag voor ons komt, dat wij ons als Oeigoeren vrij kunnen voelen.”

Met medewerking van Alistair Keepe



STEUN NIEUW JOURNALISTIEK TALENT

Red Pers werd vijf jaar geleden opgezet door vier jonge en ambitieuze studenten en is inmiddels uitgegroeid tot een landelijk opleidingsplatform. Het is dé springplank naar een journalistieke carrière.

Wil je ons helpen het medialandschap te vernieuwen door jonge journalisten een stem te geven? Doneer dan nu een flinke kan koffie (€ 5,-), één maandje Zoomen (€ 15,-) of een ander bedrag. Bedankt!