Oud-correspondent Tim de Wit: “Bij radio gaat het om de inhoud, en niet om andere randzaken”

Beeld: Tim de Wit

Journalist Tim de Wit was bijna zeven jaar lang correspondent in het Verenigd Koninkrijk. Nu is hij terug in Nederland en heeft hij de overstap gemaakt naar radio. “Als correspondent moet je de hele dag gefocust en scherp zijn.”

Je kent hem waarschijnlijk van zijn bijna zevenjarige correspondentschap in het Verenigd Koninkrijk: Tim de Wit (41), ofwel Mr Brexit. Als VK-kenner was hij één van de sprekers bij NOS, die de zes uur lang durende uitvaart van Queen Elizabeth uitzond. Dit jaar kwam tevens zijn boek uit vol met analyses over het land dat constant verandert: Wankel Koninkrijk. Sinds begin dit jaar werkt hij bij het Radio 1-programma Bureau Buitenland en presenteert hij op NPO 2 het Human-programma Mediastorm.

“Je kan het je bijna niet voorstellen, maar aan het begin van mijn correspondentschap in Londen had ik moeite met het maken van reportages. Toen kwam Brexit, toen kwam de chaos. Vanaf dat moment had ik geen agenda meer. Ik wist gewoon: op maandag begint de week. En wat ik dan ook wist: het wordt heel erg druk. Door die onrust kon ik dus ook bijna geen leuke of sociale dingen plannen. Omdat ik altijd bang was dat dat niet door zou gaan.”

De Wit begon zijn carrière als journalist op de buitenlandredactie van de NOS, maar koos na een paar jaar toch voor het freelance-avontuur. Hij verhuisde samen met zijn collega Lucas Waagmeester in 2009 naar Zuid-Afrika, om daar als correspondent aan de slag te gaan. Het WK voetbal van 2010 zette dat land in de schijnwerper, er was een eindeloze stroom verhalen te vertellen. De Wit: “Dat was echt fantastisch om bij te zijn. Het rooskleurige beeld van Zuid-Afrika tijdens de WK ging er helaas snel af.”

Inmiddels is De Wit twaalf jaar en twee correspondentschappen (3,5 jaar in Duitsland en bijna zeven jaar in het Verenigd Koninkrijk) verder.

Welke reportages tijdens je correspondentschappen zijn jou het meest bijgebleven?

“Er zijn twee verhalen die mij het meest zijn bijgebleven. In Zuid-Afrika heb ik een keer een reportage gemaakt over child headed households. Dat betekent dat de oudste zoon of dochter ongevraagd het hoofd van het gezin is geworden. Dat komt meestal doordat de ouders zijn overleden aan de gevolgen van aids. We kwamen aan in een dorpje waar een meisje van tien jaar oud voor haar broertjes en zusjes zorgde. Omdat er nog steeds zo’n stigma heerst in Zuid-Afrika, waren andere gezinnen ook niet in de positie om te helpen. Zo’n meisje moet zich dan opeens als een volwassene gedragen en elke dag zorgen voor eten op tafel. Dat heeft zo’n diepe indruk op mij achtergelaten. Ik vond het heel moeilijk om ‘s avonds terug te rijden, en dat ik slechts één dag in het leven van zo’n meisje ben geweest, wetende dat ik morgen weer mijn eigen leven leid.”

“Het tweede heftige moment uit mijn correspondent-verleden was op 22 maart 2017. Toen reed op Westminster Bridge in Londen een man met zijn SUV vijf mensen dood. Ik was één van de eerste mensen die ter plaatse waren. Het lint was nog niet eens gespannen. Het pas puur toevallig dat ik toen heel dichtbij was. Ik zag de lichamen nog liggen. Dat was zó ingrijpend, ik kon gewoon niet bewegen, ik bevroor helemaal en mijn keel was kurkdroog. Achteraf dacht ik: Waarom wilde ik er per se naartoe? Waarom moest ik nou een soort Kuifje uithangen en met m’n neus daar boven gaan hangen? Iedereen rende weg van de paniek en ik ging tegen de stroom in naar de plek toe. Dat voelde heel onnatuurlijk.”

Nu ben je gestopt met het buitenland verslaan voor NOS. Hoe voelt het om het correspondentschap achter je te laten?

“Ik heb het correspondentschap ervaren als een baan met veel voordelen en nadelen. Ik mis soms de spanning van de vertrouwensstemming in de Britse politiek. De adrenaline dat je geen idee hebt hoe je dag eruit gaat zien. Dat is journalistiek gezien heel erg interessant en spannend. Om vijf uur even op de radio, om zes uur kort gesprek voor het journaal en dan snel een artikel tikken. Om acht uur weer even voor de camera voor het journaal, en dan nog Nieuwsuur. Je gaat maar door. Je moet de hele dag gefocust en scherp zijn, want je kan natuurlijk live op televisie en radio eigenlijk geen fouten permitteren. Het moet feitelijk een waterdicht verhaal zijn. Het is heel erg pittig werk, omdat je altijd maar bereikbaar moet zijn en écht het uiterste van jezelf vraagt. Maar het feit dat je aan het einde van je dag neerploft op de bank en denkt: ‘Potverdorie, het is weer allemaal gelukt’, is een heel bevredigend gevoel.”

En hoe is het om de overstap te hebben gemaakt naar radio?

“Dat is gemoedelijker gegaan dan ik had verwacht. Als correspondent had je jaren om je draai te vinden maar het voelde altijd wel als een tijdelijk verblijf. De eerste paar maanden terug in Nederland vond ik lastig, omdat ik nog geen baan had en ook helemaal geen ritme. Ik vond het heel moeilijk om mijn dag goed in te vullen. Dat het een paar maanden later zo goed zou gaan, had ik echt niet verwacht. Eerst ontving Bureau Buitenland de Zilveren Reismicrofoon voor beste radioprogramma van afgelopen jaar. Dat was echt een ontzettend leuke en mooie eer. Daarnaast heb ik een boek kunnen schrijven over mijn krankzinnige tijd in het Verenigd Koninkrijk. Dat is goed ontvangen en er zijn al veel exemplaren van verkocht. Ik wist écht niet tevoren of deze ommezwaai zo zou uitpakken.”

Wat is de reden dat je heb gekozen voor een VPRO-radioprogramma, dat alleen buitenlands nieuws verslaat?

“NOS was m’n comfortzone. Ik kende daar iedereen. Ik voelde me daar heel erg thuis en werd enorm gewaardeerd. Ik vond het een heel fijne plek om te werken. Ik heb geen enkele behoefte om mijn mening om te dringen. Juist in deze tijd waar alles draait om opinievorming gaat en dingen uit zijn verband trekken, vind ik dat de NOS een baken moet zijn van onafhankelijke nieuwsvoorziening die je kan vertrouwen als mediaconsument.”

“Maar ja, ik moet wel echt naar mezelf luisteren. Ik wil graag radio presenteren. Daar vind je verdieping in gesprekken, daar gaat het om de inhoud en daar kun je nieuws duiden die het journaal niet hebben gehaald. Ik ben oorspronkelijk begonnen bij de radio en voelde me daar altijd heel thuis. Zonder camera’s op je neus kun je als presentator zoveel meer van jezelf laten zien. Daarnaast hoef je je minder bezig te houden met allerlei randzaken die bij televisie komen kijken. En inhoudelijk vind ik het heel leuk om contact te houden met correspondenten die reportages maken. Ik kan me ook inleven in hun positie omdat ik het zelf twaalf jaar heb gedaan.”

Wat is de volgende correspondentenbestemming op je lijst?

“Eerlijk gezegd heb ik altijd wel een duidelijk plan of ambitie gehad waar ik heen wilde. Maar ik merk dat ik dat nu niet heb. Het is even goed zo. Ik heb afgelopen jaar naast mijn normale baan een boek geschreven en wil me nog verder ontwikkelen als radiopresentator. Ik vind het goed om even op één plek te zijn en niet meteen weer klaar te staan met de koffers. Het volgende land laat wel op zich wachten.”



STEUN NIEUW JOURNALISTIEK TALENT

Red Pers werd vijf jaar geleden opgezet door vier jonge en ambitieuze studenten en is inmiddels uitgegroeid tot een landelijk opleidingsplatform. Het is dé springplank naar een journalistieke carrière.

Wil je ons helpen het medialandschap te vernieuwen door jonge journalisten een stem te geven? Doneer dan nu een flinke kan koffie (€ 5,-), één maandje Zoomen (€ 15,-) of een ander bedrag. Bedankt!


Jacobien van der Kleij