Een Duitse terminal in Chinese handen hoeft voor niemand slecht te zijn

Bron foto: Dietmar Rabich / Wikimedia Commons / “Hamburg, Hafen -- 2010 -- 3038” / CC BY-SA 4.0. Bewerkt door: Diede van Ommen

De Duitse bondskanselier Olaf Scholz gaf eind oktober groen licht voor de verkoop van een aandeel in een Hamburgse haventerminal aan het Chinese staatsbedrijf Cosco. Dit leidde tot veel kritiek. Maar is dat wel terecht?

Olaf Scholz kreeg de afgelopen weken de volle laag. Tegen het advies van zijn coalitiepartijen, zes ministers, de Europese Commissie en de Duitse inlichtingendienst in, gaf de bondskanselier toch toestemming voor de overname van een Hamburgse haventerminal door het Chinese staatsbedrijf Cosco. 

De kritiek: Duitsland verkoopt wederom vitale infrastructuur aan een onbetrouwbare handelspartner. Mocht Duitsland China ooit willen dwingen tot het veranderen van zijn koers – bijvoorbeeld bij een Chinese aanval op Taiwan – kan China deze infrastructuur als stok gebruiken om Duitsland van radicale ingrepen af te houden. De vergelijking met Nord Stream – waarmee Duitsland zich op energiegebied afhankelijk maakte van de grillige Russen – is door critici snel gemaakt.

Economische keuze

Dat Duitsland door Europa met argusogen bekeken wordt, is begrijpelijk. In het verleden hebben de Duitsers fouten gemaakt door zich strategisch afhankelijk te maken van een onbetrouwbare handelspartner. Dat Duitsland zich op bepaalde gebieden onafhankelijker moet maken van China, snijdt ook hout. De Duitse economie is veel afhankelijker van de Chinese economie dan ze ooit was van de Russische economie. Volgens schattingen zijn één miljoen banen in Duitsland direct afhankelijk van de Sino-Duitse handel. Ook was de Duitse auto-industrie in 2021 in haar eentje verantwoordelijk voor 42 procent van de investeringen vanuit de EU in China.

De vraag is echter of de verkoop van een minderheidsaandeel in een Hamburgse haventerminal nu niet over één kam wordt geschoren met Duitslands fatale energiebeleid. Het lijkt in dit geval meer om de symboliek, dan om de echte invloed van China in de Hamburgse haven te gaan. Scholz heeft lak aan de sentimenten, en een economische keuze gemaakt, zodat de Hamburgse haven meer slagkracht krijgt om de concurrentie met Rotterdam en Antwerpen aan te gaan (Cosco heeft ook aandelen in terminals in die beide havens).

Vennootschapsrecht

Het initiële bod van Cosco ging om 35 procent van de aandelen, wat het Chinese staatsbedrijf het recht zou geven om een bestuurder te benoemen. Bovendien zou Cosco daarmee zeggenschap over de koers van de haven krijgen. Mede door de kritiek heeft Scholz een overnamebod van slechts 24,9 procent toegestaan. Dit aandeel – net onder de belangrijke drempel van 25 procent in het Duitse vennootschapsrecht – geeft Cosco geen van de bovenstaande rechten. De kritiek dat Duitsland hiermee een Chinees staatsbedrijf zeggenschap geeft over haar vitale infrastructuur, klopt dus niet.

Als het over handel met China gaat, wordt vaak het gebrek aan wederkerigheid aangehaald

Een ander argument tegen de verkoop is dat China toegang zou krijgen tot allerlei gevoelige data, met betrekking tot technologie, grondstoffen en defensiemiddelen. Hoewel dit een terechte kanttekening is, lijkt de reden an sich niet genoeg om Cosco de aankoop te ontzeggen. Veel data omtrent goederenstromen in de Hamburgse haven zijn bijvoorbeeld online te vinden. De vraag is dus waarin Cosco met dit aandeel extra inzicht krijgt. Van de zijkant is het moeilijk daar iets over te zeggen, aangezien de mogelijk “geheime” transporten niet in de data meegenomen worden. Deze kritiek is daarmee vaak op speculatie gebaseerd.

Als het over handel met China gaat, wordt vaak het gebrek aan wederkerigheid aangehaald. China krijgt toegang tot de Europese interne markt, terwijl het Europese bedrijven in toenemende mate lastig wordt gemaakt om de Chinese markt binnen te dringen. Hoe zorgwekkend deze trend ook moge zijn, het is geen reden om Cosco toegang te ontzeggen. De Hamburgse haven, de Hamburgse burgemeester Peter Tschentscher en Scholz steunden de aankoop, zodat de haven competitief blijft met andere Europese havens, zoals Antwerpen en Rotterdam. Duitsland kan nu dus financieel profiteren, zonder dat het land haar kritieke infrastructuur overdraagt aan een buitenlandse mogendheid.

Het is zaak onderscheid te blijven maken tussen kritieke infrastructuur enerzijds, en welkome investeringen anderzijds. De overname van de Hamburgse haventerminal geeft Cosco geen noemenswaardige zeggenschap, de mogelijke informatievoorsprong is vooral op speculatie gebaseerd, en de verkoop is gunstig voor de Duitse economie. Een Duitse terminal in Chinese handen hoeft daarmee voor niemand slecht te zijn.

Met medewerking van Rens van der Beek

Laatste berichten van Willem van Dommelen (alles zien)