Hoe de Amsterdamse kraakbeweging binnen een paar generaties veranderde

Beeld: Hans van Dijk/Nationaal Archief Beeldredacteur: Noes Petiet

Op 19 oktober kraakte het Amsterdamse krakerscollectief Mokum Kraakt een monumentaal pand in het centrum van Amsterdam als reactie op de woon- en energiecrisis. De kraakbeweging lijkt de laatste tijd weer op te leven, maar lang niet in dezelfde mate als vroeger.

Met fakkels, gezichtsmaskers en grote spandoeken werd eind oktober aan de buitenwereld bekend gemaakt dat Mokum Kraakt het zichtbaar verwaarloosde pand aan de Nieuwezijds Voorburgwal in bezit had genomen. Mokum Kraakt is een Amsterdams krakerscollectief met ongeveer twintig leden. Vorig jaar kraakten zij ook een pand aan de Marnixstraat. Dit pand werd toen ongeveer zes weken bezet voordat het ontruimd werd door de politie. Nu is het opnieuw afwachten hoe lang ze de bezetting zullen volhouden.

Tegenwoordig vinden deze grote kraakacties slechts af en toe plaats, maar een paar generaties geleden waren ze een stuk gewoner. Joost Flint, oud-kraker en schrijver van het boek Rebellie in de jaren 80, woonde ten tijde van de krakersrellen in deze jaren in de Indische buurt in Amsterdam. “Elke buurt had zijn eigen kraakgroep,” vertelt hij. “In de Indische buurt was bijvoorbeeld sprake van stadsvernieuwingsblokken. In het centrum ging het juist weer veel meer om panden waarmee gespeculeerd werd.”

Verscheidenheid

De kraakbeweging was gemêleerd, zegt Flint. Studenten waren lang niet de enige leden, er waren onderlinge leeftijdsverschillen. Sommige mensen die oorspronkelijk al kraakten in de jaren 60 en 70 brachten hun ervaringen weer in bij de nieuwe jonge krakers in het begin van de jaren 80. “Er waren ook cultuurverschillen. Sommige krakers hadden hun roots meer in de arbeidersklasse, en sommige groeiden op in de middenklasse.”

‘We laten de overheid nooit met rust, en zij ons ook niet.’

Daarnaast was het doel van het kraken niet voor iedereen hetzelfde. Volgens Flint was hierin sprake van twee groepen: “Enerzijds had je de politieke krakers, zij zagen het kraken als uitvalsbasis om overal in de maatschappij te gaan kloten. Maar anderzijds had je ook de minder politieke krakers. Zij zagen een leefruimte waar ze hun gang konden gaan. Hun gedachtegang was: als we de overheid met rust laten, dan moet dat andersom ook. Terwijl politieke krakers dachten: we laten de overheid nooit met rust, en zij ons ook niet.”

De politieke krakers waren wel weer in staat om veel mensen te betrekken bij hun beweging, vertelt Flint. Soms leek het dan alsof de kraakbeweging erg groeide, en op andere momenten kromp hij weer heel hard, omdat de krakers die hun eigen leefruimte wilden dan weer hun eigen ding gingen doen. “Het was als eb en vloed.”

Geslonken kraakbeweging

In Nederland is de kraakbeweging dus nog altijd actief, al gebeurt dat meer onder de radar dan vroeger. Het aantal krakers is ook aanzienlijk gedaald: waar dat er in de jaren 80 nog zo’n 20 duizend waren, komt dat nu op een honderdtal uit. De woningnood is echter hoog, net zoals vroeger. Amsterdam staat bovenaan het lijstje van woningtekorten: voor elke 100 beschikbare woningen zijn ongeveer 150 gegadigden, zo publiceerde de Atlas voor gemeenten 2022.

Socioloog Hans Pruijt noemt twee redenen voor het feit dat er minder gekraakt wordt. Enerzijds valt er überhaupt minder te kraken doordat antikraakbedrijven panden in handen hebben – ‘verkapte leegstand’ genoemd door Mokum Kraakt – én het is makkelijker om uit een pand gezet te worden omdat kraken tegenwoordig illegaal is.

Pruijt vindt het oneerlijk dat jongeren deze vrijheid niet meer krijgen. “Kraken is een logische reactie op langdurige leegstand. Als het wettelijk zou kunnen zonder opgepakt te worden, zou het weer opbloeien.” Zelf woonde Pruijt vroeger ook in een gekraakt pand. “Ik heb een leuke tijd gehad, en vriendschappen voor het leven gemaakt.”

Méér dan kraken alleen

In de jaren 80 stopte het maatschappelijke verzet daarnaast niet bij de kraakbeweging. Volgens Joost Flint gold het als een soort basis voor andere bewegingen. “Er was een overlap tussen kraken, antikernenergie, antimilitarisme en anti-apartheid. Bij de kraakbeweging leerde je mensen kennen waarmee je je vervolgens ook verder ging organiseren op de andere gebieden.”

‘We leggen ons er niet langer bij neer dat de stad voor de rijken is.’

Flint vulde zijn dagen door volledig mee te draaien op de redactie van Bluf, een weekblad dat voortkwam uit de kraakbeweging en een belangrijke organiserende rol vervulde voor actievoerders uit de diverse bewegingen en steden. Betaald werk had hij niet, zoals vele anderen om hem heen. “Het ene moment was je kraker, het andere moment antimilitarist, de andere week ging je tegen kernenergie protesteren.” Hij zag zichzelf in die tijd als ‘een echte wereldverbeteraar’. “Ik was gewoon al die dingen, en dus fulltime daarmee bezig.”

Houdgreep

Tegenwoordig draait de kraakbeweging weer om de oorspronkelijke reden van het kraken: de enorme leegstand in combinatie met de woningnood. Het jongerencollectief Mokum Kraakt schrijft op zijn website: “Mokum kraakt onder de houdgreep waarin de rijken en de bezitters de stad hebben, die er de zuurstof van ontneemt en zo alternatieve cultuur doet verstikken.” Ook de lege panden die zij in de afgelopen jaren hebben gekraakt waren in het bezit van pandjesbazen of speculanten. “We leggen ons er niet langer bij neer dat onze stad alleen nog voor de rijken is. Dat de economische en commerciële belangen van grootbezitters allesbepalend zijn.”

Omdat kraken als reactie op deze wooncrisis überhaupt vrijwel onmogelijk is geworden, betekent dit minder ruimte voor mensen om zichzelf verder te kunnen ontplooien. Dat is zonde, vindt Hans Pruijt. Ook hij benadrukt het maatschappelijk belang van de mogelijkheid om te kraken omdat het een basis vormt voor andere bewegingen. “Kraken geeft een soort houvast: een punt waar je gelijkgestemden hebt, waar bijeenkomsten georganiseerd kunnen worden, waar je mensen kan leren kennen.”

Met medewerking van Alistair Keepe



STEUN NIEUW JOURNALISTIEK TALENT

Red Pers werd vijf jaar geleden opgezet door vier jonge en ambitieuze studenten en is inmiddels uitgegroeid tot een landelijk opleidingsplatform. Het is dé springplank naar een journalistieke carrière.

Wil je ons helpen het medialandschap te vernieuwen door jonge journalisten een stem te geven? Doneer dan nu een flinke kan koffie (€ 5,-), één maandje Zoomen (€ 15,-) of een ander bedrag. Bedankt!