Terrasverhalen #8: Filosofie op het kroegtoilet

Net als de rest van jong Nederland maakt de Red Persredactie deze zomer weer overuren op het terras. Fluitjes, frietjes, flirten: in de kroeg kruipt het leven langzaam voorbij. In terrasverhalen schrijft de redactie over bijzondere ontmoetingen, gekke gebeurtenissen en awkward aanvaringen. Deze week het laatste deel in het Amsterdamse café Brecht.

De voorliefde voor oude, donkerbruine cafés heb ik niet van een vreemde. Mijn oma vertelt weleens verhalen over de Haarlemse jazzclub waar mijn opa vroeger elke vrijdagavond heenging met zijn vrienden. Of over café Americain in Amsterdam, waar ze Harry Mulisch soms tegenkwam. In deze bruine cafés vind je meestal verhalen die generaties oud zijn. Op de plek waar je zit, zijn miljoenen kleine dingen gebeurd: een snelle blik, een eerste gesprek of misschien wel een zoen.

De zomer in Nederland kent natuurlijk zijn gebruikelijke koude dagen. Op dit soort dagen kies ik ervoor zo’n oud café op te zoeken. En dan het liefst het Duitse café Brecht aan de Weteringschans in Amsterdam. Ik weet niet eens of Brecht écht zo lang bestaat, maar die indruk wekt het in ieder geval wel. De krukken aan de bar zijn een beetje versleten, er mist hier en daar een lapje stof, maar net genoeg dat het juist bijdraagt aan de sfeer. Verder staan er rechtstreeks uit de kringloop gehaalde, oubollige stoelen, wel tientallen verschillende soorten.

Mijn huisgenoot en ik ploffen neer op twee van dit soort stoelen, ze zijn wat lager dan de rest. De jonge, enthousiaste barman die op dit vroege tijdstip nog in zijn eentje werkt vertelt graag waarom de biertjes smaken zoals ze smaken. Een IPA bevat meer hop ten opzichte van andere speciaalbieren, vertelt hij, wanneer hij onze bestelling komt opnemen. Die hop zorgt voor extra bitterheid: mijn favoriete soort bier. Zoals gewoonlijk bestel ik de Poor but Hoppy-IPA van Bräugier. Mijn huisgenoot bestelt een friszuur citroenig biertje. We delen onze aanwinsten.

Spelletje

Café Brecht is een plek waar allerlei soorten mensen voorbij komen: jong, oud, alternatief, zakelijk, noem maar op. Het leuke aan deze uiteenlopendheid is dat je een spelletje kunt spelen met de vraag wat mensen hier doen en hoe ze elkaar kennen. Zoals bij een groepje jonge mensen, ik schat eind twintig, dat samen zit aan een tafeltje. Drie mannen, drie vrouwen. “Ik denk dat het collega’s zijn,” gokt mijn huisgenoot. De fysieke afstand en ietwat formele gesprekken waar we flarden van kunnen opvangen verraden het, concludeert ze. Ik knik en geef haar gelijk.

Flirt

Maar naarmate de avond vordert worden de afstanden tussen hen kleiner en gaat het lachvolume omhoog. De blikken worden flirterig. Net zoals de setting verandert onze mening over de groep. Het zijn koppels, denkt mijn huisgenoot. Een soort driedubbeldate. Ik neem onderzoekend een slokje bier. Oh ja, even vergeten dat het mijn beurt was met het zure biertje: ik trek een vies gezicht. Tijd voor mijn zoveelste toiletbezoek op de avond. Lang leve alcohol.

In welk café je ook bent, op iedere doorleefde toiletdeur vind je hetzelfde fenomeen: ze zijn volgeschreven met teksten. Zo ook bij Brecht, de deuren staan er vol mee. Terwijl ik mijn behoefte doe ga ik op zoek naar de minst cliché teksten. Snel lees ik voorbij de ‘die hartje die’ en ‘love from Croatia’ en warempel – wonderbaarlijk genoeg telt deze deur er een aantal. Wer sich nicht bewegt, spürt seine Fesseln nicht, staat er ergens in het midden van de deur in een rommelig handschrift. De woorden staan pal onder elkaar, als een soort versje.

Grenzen

Ik zoek de betekenis op. Op het eerste gezicht klinkt het erg filosofisch. Het blijkt een citaat van Rosa Luxemburg. “Those who do not move, do not notice their chains.” Het klinkt als een multi-interpretabel gezegde, maar zelf hang ik er een specifieke betekenis aan. We zijn gevangen door de grenzen die we voor onszelf stellen en we beseffen dat pas als we buiten die grenzen treden. Dit soort citaten zijn aan de ene kant veel te heftig voor ‘gewoon maar’ een toilet, maar het is juist de onverwachtheid waarin je ze leest wat er juist een extra draai aan geeft. Én het geeft nieuw gespreksstof onder het genot van Duitse biertjes.

Eenmaal terug in het café hebben we, na een discussie over de betekenis van het citaat, de spelletjeskast geplunderd. Op het kleine, krappe tafeltje tussen onze stoelen in hebben we met wat moeite pimpampet uitgestald. Niet de beste plek voor een fanatiek spelletje, geregeld kiept er bijna een biertje om. Ik pak een kaartje waarop ‘iets wat onzichtbaar is’ staat en draai het tolletje. Gespannen kijken we totdat hij stilvalt. De F. Er is geen twijfel op ons gezicht af te lezen.

“Fesseln”, roepen we in koor. Alle ogen van het driedubbeldategezelschap kijken ons tegelijkertijd aan. Misschien zijn het wel swingers, denk ik, met het gloednieuw aangeleerde citaat in mijn achterhoofd.

Met medewerking van Daan Stoop


STEUN NIEUW JOURNALISTIEK TALENT

Red Pers werd vijf jaar geleden opgezet door vier jonge en ambitieuze studenten en is inmiddels uitgegroeid tot een landelijk opleidingsplatform. Het is dé springplank naar een journalistieke carrière.

Wil je ons helpen het medialandschap te vernieuwen door jonge journalisten een stem te geven? Doneer dan nu een flinke kan koffie (€ 5,-), één maandje Zoomen (€ 15,-) of een ander bedrag. Bedankt!