Hannah Arendts ideeën zijn door het Russische geweld weer extra relevant

Beeld: Getty images, bewerkt door Anne Rosenberg

Dat zo veel Russen pro-Poetin zijn, daar kunnen we kunnen met ons hoofd moeilijk bij. Hij is immers toch kwaadaardig? Waarom steun je hem dan? Filosoof Hannah Arendt had het vast wél begrepen. Hoe kunnen we, met haar hulp, de Russische steun voor Poetin bevatten?

Als ware propagandamachine kent de aanpak van Rusland in de oorlog met Oekraïne zijn overeenkomsten met nazi-Duitsland. Het Slavische volk zou een ‘minderheid’ zijn die dreigt te verdwijnen en Oekraïne hoort eigenlijk bij het Russische Rijk, vindt Vladimir Poetin. Dus het zou ook onder Russisch gezag moeten vallen.

Net als Poetin meent Sergej Lavrov, de Russische minister van Buitenlandse Zaken, dat het land ‘gedenazificeerd’ moet worden. Rusland is als de dood om Oekraïne kwijt te raken aan het Westen, aan de democratie. Daarom wordt er een beeld van de Oekraïners geschapen dat doet lijken alsof het land gezuiverd moet worden van kwade geesten die een gevaar zijn voor Rusland.

De banaliteit van het kwaad

Net zoals Hitler heeft Poetin niet alleen de steun van de (meeste) elite, ook het volk lijkt eensgezind. “Not just Putin: Most Russians support the war in Ukraine”, kopteThe Atlantic naar aanleiding van data in The Guardian. Het voelt onlogisch dat er tijdens een dergelijke oorlog toch zo veel mensen achter hun leider staan. Hier lijken de wegen in eerste instantie misschien te scheiden tussen het goede en kwade, maar zo zwart-wit hoeft dat niet te zijn. Volgens Hannah Arendt, een Duits-Amerikaanse Joodse filosofe die leefde tijdens de Tweede Wereldoorlog, komen deze kwade gedachten juist voort uit de gewone, gemiddelde mens.

De mens kan zonder individuele bedoelingen tóch het kwaad aanmoedigen

“Wat Arendt wilde zeggen, is dat het kwaad om de hoek ligt. Het is niet een groot, duivels iets dat je in het alledaagse leven niet overkomt,” zegt Annemie Halsema, docent continentale filosofie aan de Vrije Universiteit. “Het laat zien dat de banaliteit van het kwaad binnen ieders bereik ligt.” Arendt doelde hiermee oorspronkelijk voornamelijk op nazi-Duitsland en Adolf Eichmann, die er als handlanger van Hitler voor zorgde dat joden naar concentratiekampen gedeporteerd werden.

Na de Tweede Wereldoorlog woonde Arendt de rechtszaak tegen Eichmann bij, in Jeruzalem. Het viel haar op dat niets aan Eichmanns persoonlijkheid afwijkend of kwaadaardig leek: hij zag er uit als een normaal mens, die eigenlijk slechts bevelen opvolgde. Er moet op macroniveau naar dergelijke gebeurtenissen worden gekeken, besefte Arendt, niet naar individuen. Het zijn de omstandigheden, de contouren van een totalitaire samenleving die voor blinde gehoorzaamheid zorgen. De mens kan zonder individuele bedoelingen tóch het kwaad aanmoedigen.

Daarmee praat Arendt het kwaad waar mensen naar neigen niet goed. De onwetendheid van Eichmann had er niet hoeven zijn als hij zelf op zoek was gegaan naar de echte waarheid, want die mogelijkheden lagen binnen zijn bereik.

Generatiekloof

Kan Arendts filosofie ook worden toegepast op de staat van het huidige Rusland? Het is allereerst belangrijk om na te gaan wie er precies achter Poetin staan. Volgens Nederlands-Russische journalist Pjotr Sauer, zoon van Derk Sauer, kijken vooral ouderen naar Russische staatstelevisie waar ze desinformatie binnenkrijgen, Kremlinpropaganda. Jongeren gebruiken volgens hem andere media, waardoor ze beter op de hoogte zijn van wat er speelt. Op deze manier ontstaat er een kloof tussen generaties qua informatievoorzieningen – en dus ook qua standpunt over de oorlog, zo laten ook de ervaringen van Russen in Trouw enNRC zien. Televisie-informatie staat lijnrecht tegenover informatie op het internet.

“Kinderen willen niet meer met hun ouders aan tafel zitten. Het wordt een verziekte maatschappij. Er ontstaat een tweedeling in de samenleving, waarbij de meerderheid, vooral ouderen, geloven in propaganda. Ze geloven dat dit een verdedigende oorlog is tegen een agressieve NAVO,” aldus Sauer bij WNL. De indoctrinatie van de Russen lijkt voor een groot deel aan te slaan op de oudere generaties.

Uiteindelijk is de overkoepelende, ethische vraag: in hoeverre hebben mensen een plicht om zich te voorzien van informatie?

Annemie Halsema schetst ook in deze situatie het grotere plaatje dat Arendt uiteindelijk omarmt in haar theorie rondom de banaliteit van het kwaad. “Uiteindelijk is de overkoepelende, ethische vraag: in hoeverre hebben mensen een plicht om zich te voorzien van informatie? Wanneer je hoort dat werkelijkheid anders in elkaar zit dan je denkt, mag je je ogen daarvoor sluiten? Of moet je dan proberen om meer informatie te krijgen, om ervoor te zorgen dat je achter de waarheid komt?”

Verantwoordelijkheid

Daarnaast is het volgens Halsema de vraag wat de gevolgen zijn van het nemen van verantwoordelijkheid: “Het is ook moeilijk als bijna je hele omgeving één ding gelooft, om jouw mening dan te veranderen.”

Moeten Russen uit oudere generaties, waar de steun voor Poetins gedachtegoed veelal vandaan lijkt te komen, zich openstellen voor informatie? Arendts banaliteit van het kwaad kent twee, enigszins paradoxale, kanten. Enerzijds laat het zien dat mensen zoals jij en ik verstrikt kunnen raken in het kwaad. De moraliteit die we denken te kennen laten we gemakkelijk varen.

Anderzijds benadrukt Arendt dat onwetendheid van wat men had kúnnen weten niet nodig is. Het is ieders eigen verantwoordelijkheid om er achter te komen wat de echte waarheid is. Helemaal nu deze informatie in Rusland voor het grijpen lijkt te liggen, klinkt het als een open deur. Toch blijft het de vraag of iemand de ‘schuld’ kan krijgen voor iets waar de gewone mens zo makkelijk in de ban van kan raken; de omstandigheden van de totalitaire staat zijn hardnekkig. Het antwoord zal lastig te vinden zijn, tot het moment dat we zélf een Eichmann worden.