Ontwikkelingshulp kan wel degelijk zinvol zijn

Beeld: Upsplash/Glenn Kyle Beeld: Upsplash/Glenn Kyle

Ontwikkelingshulp in Afrikaanse landen: in talloze stukken en onderzoeken wordt bevraagd of het een positieve bijdrage levert. De conclusies zijn hoofdzakelijk negatief. Het is natuurlijk de vraag hoe terecht dat is, maar vooral: wat werkt wél?

Eind juni presenteerde minister Schreinemacher van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking de plannen voor de komende beleidsperiode in haar nieuwe beleidsnota. ‘Doen waar Nederland goed in is’, zo luidt het. Daarin staat dat er meer budget komen voor ontwikkelingssamenwerking, net als dat er meer focus moet komen op ‘wat er werkt’ – al blijven concrete plannen vooralsnog uit. Velen vragen zich af: wát heeft er de afgelopen decennia precies gewerkt?

Het is belangrijk om onderscheid te maken tussen noodhulp en ontwikkelingshulp. Noodhulp gaat om het direct redden van levens, terwijl ontwikkelingshulp bedoeld is om levens te verbeteren. Dat laatste is gericht op de lange termijn en gaat over het van onderop opbouwen van de maatschappij. Denk bijvoorbeeld aan vorming van onderwijs en gezondheidszorg. Beide soorten hulp bestaan op hun beurt uit landelijke organisaties, hulp van overheden én via internationale organisaties zoals Wereldbank.

Deze actoren staan meer met elkaar in verband dan in eerste instantie lijkt. Volgens onderzoeksjournaliste Linda Polman zijn hulporganisaties afhankelijk van overheidsdonoren. In een interview over haar boek de Crisiskaravaan, decennia terug geschreven maar nog altijd als relevant beschouwd, legt Polman uit dat hulporganisaties hierdoor ondanks de juiste intenties tóch de verkeerde doelen dienen.

Afhankelijkheid van donoren

Door afhankelijkheid van gelddonoren zijn hulporganisaties verweven in een web van belangen: ze volgen de geldstromen van regeringen en gaan naar deze landen toe. Dit zijn volgens Polman echter zelden gebieden waar mensen het meeste lijden, maar gebieden waar overheden militaire of economische belangen hebben, vertelt ze in een recentere podcast. Ze haalt hier specifiek Ethiopië aan als voorbeeld: het is een bondgenoot van het Westen in de war against terror, het land vecht mee tegen bijvoorbeeld IS-aanhangers. Geopolitiek gezien is Ethiopië als land belangrijk voor het waarborgen van vrede en veiligheid voor het Westen, vandaar dat het ontwikkelingshulp krijgt.

De afhankelijkheid van overheidsdonoren zorgt voor een geopolitiek belangenspel.

Hulporganisaties dienen zo plaatselijke politieke agenda’s, vertelt Polman. Niet alleen de belangen van de eigen Nederlandse overheid en andere donoren zitten in dit web. Ook het lokale regime draagt eraan bij: het gaat volgens hun regels, of het gebeurt niet.

De internationale hulpverlening is volgens Polman gemanipuleerd en uit zijn oorspronkelijk bedoelde context getrokken. De afhankelijkheid van overheidsdonoren zorgt voor een geopolitiek belangenspel. De vraag wie daadwerkelijk hulp nodig heeft is van secundair belang. Daarnaast zijn hulporganisaties vaak een speelbal van misdadige regimes. “Ethiopië krijgt zo veel geld, terwijl er nog altijd opzettelijke uithongering van het eigen volk bestaat,” zegt Polman. Er is niet te weinig eten, maar de toegang wordt het volk ontzegd. Kán ontwikkelingshulp dan niet werken?

Ownership

Paul Hoebink, bijzonder hoogleraar ontwikkelingssamenwerking aan de Radboud Universiteit, spreekt dit tegen. Hij vindt Polmans uitspraken dan ook achterhaald. “Als je kijkt naar ontwikkelingshulp in Afrika gaat het de afgelopen jaren bijna in alle landen erg goed. Zeker Oost-Afrikaanse landen hebben een snellere economische groei dan waar dan ook, zelfs sneller dan in China en andere Aziatische landen. Dat heeft alles te maken met de manier waarop ontwikkelingshulp gegeven wordt: het is veel meer gericht op wat een overheid aan plannen heeft en wat zij willen bereiken. Dat noemen we ownership.” De regering moet zelf plannen maken en voorstellen doen aan de internationale donorgemeenschap. Vervolgens moet deze gemeenschap zich daarbij aansluiten, legt Hoebink uit.

Ook het regime van Ethiopië heeft opengestaan voor doelgerichte hulp. “In Ethiopië is in de afgelopen twintig jaar meestal hulp gegeven in de vorm van budgetsteun. Enerzijds bestaat dat inderdaad uit hulpgeld dat direct in de kas van Ethiopische overheid terecht is gekomen, maar het kan ook gekoppeld zijn aan bijvoorbeeld de gezondheidszorg. Ethiopië heeft hiermee een sprong vooruit gemaakt in de gezondheidszorg: geen projectje hier en daar, maar steun aan regeringsplannen om deze zorg te versterken en op die manier op een hoger peil te brengen.”

Het overdragen van verantwoordelijkheid naar de lokale overheid laat zien dat er wel degelijk succesvol plannen kunnen worden gemaakt én uitgevoerd.

Een deel van dit hulpgeld is controleerbaar, er zijn daadwerkelijk doelen gerealiseerd. Maar: het zijn grote interne conflicten waarmee een regering progressie verwoest. “Tot aan de burgeroorlog ging Ethiopië razendsnel qua ontwikkeling. Zowel de gezondheidszorg als het onderwijs verbeterde. Maar door de burgeroorlog is er in Tigray weer opnieuw hongersnood ontstaan”, zegt Hoebink.

Nuances

Binnen de verschillende vormen die ontwikkelingshulp aan kan nemen zijn heel wat nuances te vinden. Polman heeft een pessimistisch beeld van ontwikkelingshulp. Maar er zijn wel degelijk vormen van ontwikkelingshulp die haar argumentatie overstijgen. Budgetsteun kan hier een voorbeeld van zijn. Deze hulp wordt in bijna alle landen in Afrika die het nodig hebben geboden. Eventuele veiligheidsbelangen kunnen bovendien worden gezien als een positieve bijkomstigheid voor donorlanden zoals Nederland.

Het overdragen van verantwoordelijkheid naar de lokale overheid laat zien dat er wel degelijk succesvol plannen kunnen worden gemaakt én uitgevoerd. Het erkennen van politieke verschillen tussen het Westen en Afrika is hierbij bovendien misschien juist zelfs wel realistische noodzaak te noemen: het koloniaal doordrukken van niet-passende westerse idealen krijgt op deze manier geen ruimte.

Interne conflicten binnen de lokale politiek kunnen losstaan van de welwillendheid rondom samenwerking in ontwikkelingshulp. De problematiek lijkt vaak op een ander niveau te liggen, een politieke instabiliteit waar ontwikkelingshulp niet bij kan.


STEUN NIEUW JOURNALISTIEK TALENT

Red Pers werd vijf jaar geleden opgezet door vier jonge en ambitieuze studenten en is inmiddels uitgegroeid tot een landelijk opleidingsplatform. Het is dé springplank naar een journalistieke carrière.

Wil je ons helpen het medialandschap te vernieuwen door jonge journalisten een stem te geven? Doneer dan nu een flinke kan koffie (€ 5,-), één maandje Zoomen (€ 15,-) of een ander bedrag. Bedankt!