De complexiteit van het politieke spectrum

Beeld: Noes Petiet Beeld: Noes Petiet

Als het om politieke voorkeur gaat vinden we hokjesdenken stiekem hartstikke fijn: je bent óf links, óf rechts. Dat is wel zo overzichtelijk. Alleen de realiteit lijkt genuanceerder te zijn. Red Pers sprak met jongeren die zichzelf niet links, maar ook niet rechts beschouwen, maar er wél extreme opvattingen op nahouden.

Decennialang werden politieke denkbeelden geïllustreerd door het vleugelmodel: een horizontale lijn met links en rechts aan beide uiteinden. Totdat een groot criticus, Dick Pels, het hoefijzermodel introduceerde. Extreemlinks en -rechts vind je hierin nog steeds aan de uiteinden, maar ze naderen elkaar. Ze staan dus, in bepaalde opzichten, helemaal niet zo ver van elkaar af.

“In de traditionele visie gaat het vooral om politieke denkbeelden. In mijn model is een extra dimensie toegevoegd, waarin de ‘onderbuikgevoelens’ een plaats krijgen,” zegt Dick Pels in De Groene Amsterdammer. Bij dit vernieuwde model staan, naast de politieke denkbeelden op de horizontale as, een toegevoegde verticale as. Deze laat het politieke temperament zien. Onderaan deze as bevinden zich de mensen met een zogeheten revolutionair temperament. Dit is waar extreemlinkse en extreemrechtse opvattingen dichter bij elkaar komen.

Peter*, 22 jaar oud, is een voorbeeld van iemand die zichzelf niet op het traditionele vleugelmodel terugziet. Hij omschrijft zijn politieke visie als volgt: “Ik ben niet in een hokje te plaatsen. Ik hang moraliteit van objectieve vorm aan. Dat houdt voor mij in: wanneer de samenleving zegt wat goed is en wat slecht is, ga ik daar niet per se in mee.” Peter heeft zich vijf jaar geleden bekeerd tot de islam, wat hij een mengelmoes van verschillende politieke standpunten vindt. “Ik toonde interesse in anderen, ging in discussie, hoorde over de wereldbeelden van anderen.” De leefregels die vanuit de islam komen, waren voor hem het antwoord. Peter is niet links of rechts, vindt hij, er zijn elementen van beide kanten te vinden.

“Mensen hebben altijd wel iets gemeen. DENK en Wilders bijvoorbeeld. Zij zitten uiteindelijk in dezelfde achterliggende fundamentele manier van denken”

Om dit te illustreren noemt hij een aantal van zijn standpunten. Het belang en de zorg voor zijn moeder is hier één van: “De moeder is het belangrijkst. Zij draagt jou, jij neemt haar voedingsstoffen op. Het belang en de rechten van de moeder zouden in de wet moeten worden opgenomen.” Daarnaast benoemt hij een voor hem belangrijk economisch aspect: “In de islam gebeurt het dat 2,5 procent van belasting jaarlijks wordt afgedragen aan arme mensen. Als iedereen dit zou doen, zou het veel armoede oplossen.”

Fundamentele kwestie

Het gaat Peter om een fundamentele visie op de mens en morele kwesties van het goede en slechte daaromheen. Dit mensbeeld maakt dat hij radicaler kan worden onderscheiden van anderen. Pels’ vernieuwde politiek model lijkt hier van toepassing. Peter: “Als iemand homoseksualiteit goedkeurt, en zegt dat een man met een man mag zijn, dan voel ik diegene aan de tand. Kan een broer dan met een broer zijn? Of een vader met een dochter? Als ik merk dat iemand in openheid met me wil praten, ga ik door.”

Jasper Muis, socioloog en docent aan de Vrije Universiteit Amsterdam, licht toe: “Het hoefijzermodel legt dit goed uit: op het politieke spectrum zijn mensen niet in hokjes te plaatsen, zoals radicaal links en rechts, niet religieus of wel religieus. Het is moeilijk om mensen onder één noemer te scharen.”

Muis noemt drie hoofddimensies waarover de opvattingen onder mensen vaak verschillen: de economische dimensie (zoals belastingkwesties), de culturele dimensie (waaronder het migratiebeleid bijvoorbeeld valt), en de moreel-ethische dimensie (zoals abortus). Inzoomend op deze laatste dimensie draait het om individuele vrijheid en ook hoe de Nederlandse staat daarmee omgaat. “Hoe moet de overheid met normatieve stellingen omgaan? Kán de overheid moreel neutraal zijn? Dat zijn hierbij de overkoepelende vragen.” 

Mensen die ergens extreem voor of tegen zijn geloven in één morele superwaarde en zijn niet in staat om de diversiteit in morele waarden te overzien, zegt Muis. Aan de hand van het hoefijzermodel kan deze stelligheid opgedeeld worden in extreemlinkse en extreemrechtse opvattingen: dat is waar de uitersten dichter bij elkaar komen. Maar de inhoud van de standpunten is een verschil van dag en nacht.

Ideologie als religie

Die onverenigbaarheid ziet ook Deniz*, een 22-jarige islamitische jongen die zichzelf net als Peter een politieke mengelmoes vindt. Hij vertelt: “Mijn politieke visie en levensbeschouwing zijn gebaseerd op religie. Daar is geen plaats voor op het politieke spectrum. Mijn ideeën zijn namelijk zowel links als rechts.”

Niet alleen bij religie, maar ook uit ideologische stromingen zoals het liberalisme, nationalisme en conservatisme stroomt een eigen moraliteit

Niet alleen bij religie, maar ook uit ideologische stromingen zoals het liberalisme, nationalisme en conservatisme stroomt een eigen moraliteit, vindt Deniz. Hij vertelt dat de filosofen Durkheim en Tillich weinig onderscheid zien tussen ideologie en religie. Zijn eigen idee is hier gelijk aan: “Elke set van dogma’s die uitgaat van een alles overstijgende waarheid is in mijn ogen een religie. Ze hangen allemaal eigen first principles aan. Nederland, als overwegend liberaal land, hangt ook een eigen vorm van moraliteit aan. Hier voert het harm principle de boventoon: zolang een ander er niet mee gekwetst wordt, is er vrijheid om te doen wat men wil.”

Deniz vindt daarom ook dat het liberalisme een geloof is van waaruit gehandeld wordt, die niet per definitie een rationele fundering of wetenschappelijke onderbouwing kent. Zo noemt ook hij, net zoals Peter, homoseksualiteit als voorbeeld: vanuit het liberalisme en harm principle mag homoseksualiteit er zijn, maar zijn eigen religie hangt andere principes aan.

Het is de vraag of concepten als links of rechts wel recht doen aan iemands politieke voorkeur, die kan complexer zijn. Het gaat uiteindelijk om iets veel fundamentelers dat mensen van elkaar onderscheidt: de moraliteit die men aanhangt. Muis: “Een compromis op morele kwesties: dat kan bijna niet.”

* De gebruikte namen zijn pseudoniemen, de werkelijke namen zijn bekend bij de redactie.

Met medewerking van Caspar van de Poel