Werkplekdemocratie: idealisme of realistisch toekomstbeeld?

Beeld: Yara dos Santos Carvalhal

Het bedrijfsleven heeft een enorme invloed op de maatschappij, maar is over het algemeen niet democratisch ingericht. Waarom eigenlijk niet? Zou dat niet zorgen voor betere beslissingen? Of is democratie op de werkvloer helemaal niet wenselijk?

“Occupy, resist, produce!” Met die woorden verzetten arbeiders in The Take zich tegen een falend systeem. De documentaire speelt zich af rond 2004 in Argentinië, dat na abrupte, vergaande privatisering en neoliberale markthervormingen in een hevige financiële crisis stortte. Bedrijven sloten hun fabrieken, met enorme werkloosheid tot gevolg. Veel Argentijnse arbeiders besloten hun oude werkplekken te bezetten. Democratisch georganiseerd, probeerden ze de boel draaiende te krijgen, dit keer zonder de bazen die hen in de steek lieten.

Een van de fabriekseigenaren wiens terrein werd overgenomen, maakte zich geen zorgen. Vanuit zijn statige kantoor vertelde hij de documentairemakers met een lach: “Ik krijg mijn fabriek wel terug.” Hoe dan? “Die gaat de regering mij teruggeven.” Er was geen zweem van twijfel op zijn gezicht te ontdekken.

Democratische ongelijkheid

Die vanzelfsprekende knusheid tussen bezitter en overheid, is onderwerp van de Ted Talk ‘Capitalism will eat democracy – unless we speak up’. Spreker is Yanis Varoufakis, econoom en oud-minister van Financiën van Griekenland. Hij vertelt dat de politiek in ons huidige systeem wordt gekoloniseerd door het bedrijfsleven. Dat bedrijfsleven typeert hij als een verzameling autocratiën: CEO’s en aandeelhouders zwaaien er de scepter zonder democratische controle. Vanuit die machtsconcentraties wordt politiek beleid gemakkelijk beïnvloed.

Ook in Nederland is dat een groot probleem, aldus politicoloog André Krouwel. “Nederland is een van de weinige westerse democratieën waar politieke partijen buitenlandse giften mogen aannemen,” stelt hij. “Grote sommen geld worden anoniem aan partijen gegeven. Deze schimmige sponsors betalen onze politici en dat is een ondermijning van onze democratie.” Om die onevenredige machtsverhouding teniet te doen, vindt Varoufakis dat naast het politieke, ook het zakelijke gedemocratiseerd moet worden.

Een samenleving waarin werknemers worden buitengesloten in het beslissingsproces, is oneerlijk en uitbuitend

De Amerikaanse econoom Richard Wolff ziet dat hetzelfde. In zijn boek Democracy at Work, zet hij uiteen waarom en hoe hij democratie op de werkvloer graag zou zien. In zijn analyse staat één spanningsveld centraal: werkgever tegenover werknemer. Wolff stelt dat werknemers meer waarde produceren dan zij terugkrijgen met hun salaris. Dat verschil noemt hij het surplus. Dat surplus kennen de werkgevers zich toe om te herverdelen: innovatie, belasting, dividenden aan aandeelhouders, enzovoorts. Hoe dat wordt gedaan, heeft grote invloed op de samenleving als geheel: het beïnvloedt cultuur en politiek, evenals de economie. Een samenleving waarin werknemers buitengesloten worden in dat beslissingsproces, is in zijn ogen oneerlijk en uitbuitend.

Democratie op de werkvloer

Workers Self-Directed Enterprises (WSDE’s) zijn volgens Wolff een ‘stap voorbij’ dat systeem. In een WSDE wordt het surplus verdeeld door degenen die het produceren en is het bedrijf in bezit van de mensen die er werken, zonder externe aandeelhouders. Zo’n manier van werken als norm zou leiden tot een sociaal rechtvaardigere en inclusievere samenleving. Een voorbeeld van een WSDE is Mondragón Cooperative Corporation. Deze organisatie werkt als een overkoepelend orgaan van verschillende coöperaties in Baskenland en heeft vijfentachtigduizend medewerkers.

“De hoogsbetaalden krijgen niet meer dan 8,5 maal wat de laagstbetaalden krijgen in de coöperaties van Mondragón. In Amerika is de verhouding tussen een CEO en de laagstbetaalden in een bedrijf gemiddeld 300 op 1. Bij sommigen zelfs 600 tegen 1. Het probleem is niet hoe de rijkdom herverdeeld moet worden. Dat is een verschrikkelijke manier om het probleem aan te pakken. We creëren conflicten en vijandschap. Een veel slimmere aanpak zou zijn: in de eerste plaats niet ongelijk verdelen,” aldus Wolff in een interview met CTXT.

Strubbelingen

Stefan Heusinkveld is hoofddocent Organisatieontwerp & Ontwikkeling aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Hij kan een samenleving met een gedemocratiseerde werkvloer ideologisch gezien begrijpen, maar voorziet ook strubbelingen. Want, wat houdt democratie dan precies in? “Dat is natuurlijk multi-interpretabel. Amerikanen hebben een interpretatie van democratie, maar die bestuursvorm is heel anders dan de Nederlandse. Dat is een knelpunt: welke interpretatie krijgt de boventoon? Dat zal dan liggen aan de macht, de vaardigheden en de middelen van de verschillende betrokkenen.”

Maar ook na die initiële strijd ziet hij een imperfect systeem. “Besluitvorming zal stroperiger gaan, dat is inherent aan meer participatie in beslissingsprocessen. De leiding kan niet meer zeggen: dit is de richting en nu aan de slag.”

“Het is wat trager werken,” zo zegt ook Elco van Burg, hoogleraar Organisatie Theorie aan de Vrije Universiteit Amsterdam. “Het is maar de vraag in hoeverre werknemers daar zin in hebben. Je ziet dat hoogopgeleide, ‘white collar’ werknemers, het wel interessant kunnen vinden om mee te vergaderen. Bij meer ‘blue collar’, ofwel arbeiders banen, is die behoefte vaak minder. Als een bedrijf dan democratiseert, kan de participatie toch laag blijven.” Dat terwijl een brede inbreng zeker zijn voordelen kent. “Als niet iedereens ideeën worden meegenomen, kunnen plannen onhaalbaar blijken. Het is binnen grootschalige bedrijven dan ook slimmer om complexe zaken op teamniveau te laten bepalen.”

Degenen die retorisch het sterkste zijn, krijgen sneller hun zin

Teun van Rossum (25) is projectmanager bij het Nederlandse opleidingsbedrijf Generation, waar ze een deels democratische opzet hebben. “Tijdens halfjaarlijkse sessies stemmen we over de salarissen. Je beargumenteert dan of je een verhoging hebt verdiend, waarop vervolgens vanuit de rest van het team een reactie komt en er wordt gestemd: vinden we dat deze persoon die stap mag maken?” Een fijne en eerlijke manier van werken, vind Van Rossum. “Na zulke sessies is er meer harmonie, je voelt je meer betrokken en onderdeel van het bedrijf.” Maar, hij ziet ook nadelen. “Het komt er wel op neer dat degenen die retorisch het sterkst zijn sneller hun zin krijgen. Het is niet gezegd dat de persoon die het best kan vertellen dat hij of zij iets goed doet, dat direct ook echt doet.”

Kwestie van interpretatie?

Stroperigheid, retorische trucjes en uitvoerbaarheid zullen dus toenemen, maar is het goed voor de winst? Dat is niet direct duidelijk, aldus Heusinkveld: “Cornelis Lammers, een van de belangrijkste Nederlandse organisatiesociologen, heeft veel geschreven over democratie. Hij stelt: moreel is het juist, maar je kunt je afvragen hoe bevorderlijk het is voor de financiële bedrijfsprestaties.” Ook Van Burg heeft eenzelfde beeld: “Het pakt soms wel en soms niet goed uit, dat ligt aan enorm veel variabelen. Wel heb je bij een democratische aanpak meer een lange termijnvisie en commitment. Daardoor zijn er minder kosten door het komen en gaan van medewerkers.”

De wenselijkheid van democratisch werken, is zo volgens Heusinkveld uiteindelijk subjectief. “Wat is een goede prestatie? Het geluk van de mensen die ergens werken, of veel financiële winst? Die laatste lezing zie je veel onder managers en aandeelhouders.” Zou dat anders zijn wanneer bedrijven democratisch gestructureerd zouden zijn? Heusinkveld denkt van wel.

“Je ziet dat in de strategie-literatuur erg sterk terug. Als de machtsverhoudingen anders zijn, worden er andere beslissingen genomen. Typisch eigenaarschap, ook wel de Angelsaksische manier, is over het algemeen met aandeelhouders op afstand. In Zuid-Europese landen daarentegen, zijn eigenaars vaak meer nabij, bijvoorbeeld familie. Dan wordt er duidelijk meer gekeken naar het voortbestaan van het bedrijf, de lange termijn.”

Andere belangen zorgen voor andere uitkomsten. Externe aandeelhouders die uit zijn op winstbejag, zullen geld verdienen. Een organisatie met zijn eigen voortbestaan op de eerste plek, zal moeten kijken naar een duurzame strategie voor het bedrijf én de mensen die er werken.

Met medewerking van Danielle Kliwon.


STEUN NIEUW JOURNALISTIEK TALENT

Red Pers werd vijf jaar geleden opgezet door vier jonge en ambitieuze studenten en is inmiddels uitgegroeid tot een landelijk opleidingsplatform. Het is dé springplank naar een journalistieke carrière.

Wil je ons helpen het medialandschap te vernieuwen door jonge journalisten een stem te geven? Doneer dan nu een flinke kan koffie (€ 5,-), één maandje Zoomen (€ 15,-) of een ander bedrag. Bedankt!


mm
Latest posts by Yannick van der Heijden (see all)