Lia van Bekhoven: ‘De vraag is of het Verenigd Koninkrijk over veertig jaar nog bestaat’

Beeld: Lia van Bekhoven Beeld: Lia van Bekhoven

Correspondent Lia van Bekhoven (69) schrijft in haar nieuwe boek Klein-Brittannië over een gespleten land waar de instituten, van de monarchie tot de BBC, onder druk staan. “Het land verschuilt zich achter zijn verleden.”

Lia van Bekhoven woont al ruim veertig jaar in Londen. Bijna al die tijd werkt ze voor diverse Vlaamse en Nederlandse media – zoals voor NOS, Knack, BNR, VRT-radio, Terzake en Elsevier – om verslag uit te brengen van wat er in Groot-Brittannië gaande is. Ze prijst de Britse humor en cultuur, de openheid en verdraagzaamheid van de Britten. Maar tegelijk ergert ze zich aan hun vasthouden aan tradities en hang naar het verleden. Aan hoe ze aan politiek bedrijven, aan de enorme sociale tegenstellingen en aan de manier waarop Brexit tot stand is gekomen. Het land heeft zichzelf teruggeworpen tot Klein-Brittannië, vindt ze. “Groot-Brittannië is een land dat zich verschuilt achter zijn verleden en zijn geschiedenis mythologiseert.”

Ik hoorde dat u de stem van Londen bent. Hoe voelt dat?
“Dat is natuurlijk leuk om te horen. Soms word ik herkend in winkels of restaurants door mijn stem. Dat is wel vleiend. Het is immers mijn handelsmerk.”

Wat is u het meest bijgebleven in die veertig jaar tijd?
“Het meest meeslepende, onverwachte en diep emotionele was de dood en begrafenis van prinses Diana in 1997. Dat hakte er écht in. Als de Queen nu komt te overlijden, wéét iedereen dat. Die scenario’s liggen er al jaren. Het overlijden van Diana was een gebeurtenis waar zelfs de pers niet op was voorbereid. Dat was interessant, want dan zag je een beweging die niet te voorspellen was en waarvan je niet wist hoe het zou gaan aflopen. Het leek op het moment bijna of de Britten, die op dat moment zo geëmotioneerd waren, bereid waren om op te rukken naar de paleispoorten om de koningin zélf af te zetten.”

Hoe bent u in Groot-Britannië terecht gekomen?
“Ik viel voor een enkele Brit.”

Ik voel me zeker geen Brit, ik voel me geen Engelse. Maar Londen is mijn stad, dat is zeker

That says enough.
“That says enough. Ja, de liefde achterna gaan, je kent het. Ik ben nooit anglofiele geweest. De meeste van mijn collega’s zitten hier omdat ze iets specifieks hebben met Groot-Brittannië, dus die voelen zich aangetrokken tot de cultuur, door de geschiedenis of de status van het land. Of de taal natuurlijk. Ik niet. Ik ging hier wonen van vanwege één enkele Brit en ik ben hier blijven hangen.”

U zei laatst tijdens een interview bij De Ochtend van Vier van NPO Radio 4 dat u zichzelf niet beschouwt als een Britse, maar een Nederlander die woonachtig is in London.
“Precies, ik ben een Nederlandse Londense, geen Brit.”

Na veertig jaar van de Nederlandse bodem voelt u zich dus niet ontheemd?
“Absoluut niet. Er zijn mensen die het warm krijgen als ze naar de krijtrotsen van Dover kijken. Daar heb ik geen last van. Mijn hart gaat sneller kloppen als ik door Amsterdam loop, en dat is maar één voorbeeld. Ik voel me een Nederlandse. Ik voel me zeker geen Brit, ik voel me geen Engelse. Maar Londen is mijn stad, dat is zeker.

Ik heb ook niet het gevoel dat ik moet kiezen. Men zegt vaak: wat ben je nou? Of het een óf het ander? Ik vraag me dan af waarom ik moet kiezen. Ik denk dat ik net zo gelukkig zou kunnen zijn in Nederland, in ieder geval in een grote stad, als in London. Misschien dat ik mezelf voor de gek houd. Maar zo voelt het, dus ik vertrouw daarop.”

Wat spreekt u het meest aan in Londen?
“Dat het groot is. Het feit dat het zo open is. Dat het de hoofdstad van de wereld is. Dat het de enige echte kosmopolitische stad van Europa is. De stad geeft mij energie. Ik kick erop dat er iedere keer weer iets is wat ik nog niet gezien heb, ook al ken ik de straat.

De diversiteit in London is groter dan in New York, waardoor de internationale aantrekkingskracht groot is. Ik vind het aangenaam dat er voor iedereen een plek is. Het is niet alsof iedereen heel hecht met elkaar omgaat, maar al die verschillende etnische groepen en diverse gemeenschappen leven toch prettig naast elkaar. The Guardian zei ooit dat die tolerantie de hoogste vorm van beschaving was, en daar zie ik wel wat in.”

Het zijn mooie praatjes om niet aan de toekomst te hoeven denken, zaken uit te stellen of een beetje aan te modderen

U zei dat u werkt voor radio én tv. Welke medium vind u het leukst om te doen?
“Radio. Omdat het toch de meest directe vorm van communicatie is. Je voelt dat je heel dichtbij je publiek staat. Het is veel vlotter en echter. Je hoeft nergens op te letten. Je kunt het in je pyjama doen. Vergelijk het met live tv: je moet op veel meer dingen letten. Hoe je eruit ziet, natuurlijk, op de eerste plaats: daar wordt je op afgerekend, niet op wat je zegt. Op radio wordt je afgerekend op wat je zegt.”

Het directe woord dus. Dat doet u ook in uw nieuwe boek?
“Ik ben totaal verbijsterd over het succes. Ik begrijp er niets van. Ik krijg net een berichtje van de uitgever: we zijn bij de vierde druk in één de week. Het vliegt de winkel uit.”

Dat is toch fantastisch?
“Tuurlijk. Het is alleen gek om te bedenken dat ik in eerste instantie nooit een boek wilde schrijven. Ik vond het te veel werk. Tegelijkertijd zit het land in een overgangsfase, het gaat door een van zijn periodieke identiteitscrises en alle instituten staat onder druk. We weten zelfs niet of het Verenigd Koninkrijk over veertig jaar nog bestaat. Ik bedoel: de Schotten kunnen afdrijven, Noord-Ierland kan met Ierland verenigd gaan. Dus wat blijft er dan over van Groot-Brittannië? Weinig. Klein-Brittannië. Ik dacht: ik kan er weken over praten, dat is mijn vak, maar ik ga het niet opschrijven. Toch heb ik dat uiteindelijk gedaan. Het heeft me een jaar gekost.”

De reden dat Groot-Brittannië krimpt is dus de reden dat uw boek Klein-Brittannië heet?
“Precies. Er zijn heel veel dingen waar Groot-Brittannië goed in is. Maar dat zijn andere dingen zijn dan de Britten zien. Ik denk niet dat ze trots moeten zijn op de prestaties in het verleden. Het land verschuilt zich achter zijn verleden. ‘Wij zijn de beste, wij de enige die nooit zijn bezet, wij hebben de Wereldoorlogen gewonnen, wij hebben het grootste rijk ter wereld en bezitten de moeder der parlementen.’ Het zijn mooie praatjes om niet aan de toekomst te hoeven denken, zaken uit te stellen of een beetje aan te modderen.

Het feit dat een op de zeven Britten niet weet of ze vandaag nog kunnen eten is een symbool van die nalatigheid. De invloed van het land op de rest van de wereld is aan het afbrokkelen. In Europa zie je ook al dat Groot-Brittannië in sommige opzichten minder relevant is. Die afnemende importantie gaat met de gevolgen van de harde Brexit enkel toenemen. Het is maar de vraag hoe lang het nog duurt voordat het VK, zoals wij dat kennen, implodeert.”

Jacobien van der Kleij