Politieke betonrot

Vorige week donderdag debatteerde de Tweede Kamer over de sms’jes van premier Rutte. De Kamer was boos, maar op zijn beurt was Rutte ook boos op de Kamer. Wie heeft hier gelijk?

Het is de zoveelste episode in de saga ‘Nieuwe Bestuurscultuur’, waarvan de eerste letters werden geschreven tijdens de kabinetsformatie, toen notities uitlekten waaruit bleek dat Mark Rutte voor het aanstond vervolg van zijn premierschap het kritische Kamerlid Omtzigt ergens weg had willen moffelen.

Ditmaal ging het niet over wat we wél zagen, maar over wat we niet zagen. Of althans, niet meer konden zien. De premiers geliefde Nokia zou een zo beperkte opslag hebben, dat Rutte genoodzaakt was gedurende zijn werkdagen ruimte vrij te maken voor wat de landsadvocaat enigszins Orwelliaans als ‘realtime archivering’ aanduidde.

Dat betekende in de praktijk het verwijderen van berichten die publiek opvraagbaar kunnen zijn. Terwijl Rutte zich van geen kwaad bewust was, werd hem door de oppositie ondermijning van de democratie ten laste gelegd.

Tot zover geen verrassing. Een dergelijk tafereel is na jaren Rutte gemeengoed geworden. In het sms-debat, dat als de wiedeweerga een plekje kreeg in de volle agenda van de Kamer, bewoog Rutte echter weg van een neutrale schouderophaal, en positioneerde hij zich juist diametraal tegenover de Kamer. Hadden zij zelf wel eens in de spiegel gekeken en hun vijandige opstelling naar Rutte en zijn ministersploeg tegen het licht gehouden?

In een kwestie van handelen in strijd met (de geest van) de wet zou je wat meer terughoudendheid verwachten

Alhoewel je in een kwestie van handelen in strijd met (de geest van) de wet wat meer terughoudendheid zou verwachten, was de logica achter Rutte’s aanval wel te begrijpen.

Sinds het aftreden van het kabinet in 2021 vanwege het toeslagenschandaal, en de roerige kabinetsformatie die daarop volgde, heeft het vertrouwen in de Tweede Kamer een flinke knauw gekregen. Het publiek heeft een reeks aan incidenten voorbij zien komen die politici allemaal verbonden met de zoektocht naar de heilige graal van een nieuwe bestuurscultuur. Jesse Klaver zag er, tot ontsteltenis van Rutte, een trend in. Van Hawija tot de sms’jes: dat (digitale) geheugen van Rutte lijkt toch uiterst selectief. Maar Rutte zag wat de burger voelde: vermoeidheid.

Dat roept de vraag op: is de ‘nieuwe bestuurscultuur’ vooral een stok om mee te slaan, een middel dat te kwader trouw door de oppositie kan worden ingezet om een premier bij wie ze toch menen bloed te ruiken verder te verzwakken? Of symboliseert het de welgemeende zoektocht naar een vorm van bestuur die past bij een open samenleving als de onze?

Het is de catch-22 van Ruttes getroebleerde huwelijk met transparant bestuur. Voor de Kamer is het onmogelijk om dergelijke incidenten zonder ophef voorbij te laten gaan. Maar inmiddels is deze ophef om Ruttes bestuursstijl zo sleets geworden, dat stampij maken niet veel meer vertrouwen in de politiek tot gevolg lijkt te hebben. De omstander blijft toch vooral achter met het idee dat het in zijn geheel een grote bende is.

Kon de politiek zich niet eens gaan richten op ‘echte’ problemen in plaats van dit procesmatige geneuzel?

Her en der sprongen partijgenoten dan ook voor Rutte in de bres, of beter gezegd, zij keerden zich tegen de Kamer en wezen op het beeld van een algehele puinhoop. Kon de politiek zich niet eens gaan richten op ‘echte’ problemen in plaats van dit procesmatige geneuzel?

Het valt het publiek niet kwalijk te nemen dat ze er moedeloos van worden. En het is lastig verwijten maken aan een Kamer die vraagtekens plaatst bij de manier waarop de opslag van informatie wordt geregeld, als dat voor hun controlefunctie van direct belang is. In plaats van een constructieve houding aan te nemen (had Rutte zelf niet ooit iets gezegd over radicale nieuwe ideeën voor een nieuwe bestuurscultuur?), koos de premier ervoor deze partijen tegen elkaar uit te spelen. Alsof de roep om een open bestuurscultuur een hoop drukte om niets is.

Ziedaar het daadwerkelijke politieke misdrijf dat werd gepleegd: publieke vermoeidheid als politiek wapen, met een voor hem positief resultaat op de korte termijn. Zijn positie is voorlopig weer gehandhaafd. Maar dat het bredere wantrouwen in de politiek, een van de grote redenen voor de historisch lage opkomst bij de gemeenteraadsverkiezingen van afgelopen maart, hier alleen maar verder mee versterkt zou worden, werd op de koop toegenomen.

Inmiddels zijn we een aantal dagen verder. De premier heeft een telefoon met meer opslagruimte in gebruik genomen en de goede verstaander hoorde iets voorbij komen over een nieuw ‘vier ogen-principe’. De nieuwe bestuurscultuur samengevat in een wat extra gigabyte en een paar mooi verwoordde extra ogen. We zijn het binnenkort allemaal wel weer vergeten, maar de betonrot zet onverminderd door.

Met medewerking van Danielle Kliwon.


STEUN NIEUW JOURNALISTIEK TALENT

Red Pers werd vijf jaar geleden opgezet door vier jonge en ambitieuze studenten en is inmiddels uitgegroeid tot een landelijk opleidingsplatform. Het is dé springplank naar een journalistieke carrière.

Wil je ons helpen het medialandschap te vernieuwen door jonge journalisten een stem te geven? Doneer dan nu een flinke kan koffie (€ 5,-), één maandje Zoomen (€ 15,-) of een ander bedrag. Bedankt!


Latest posts by Thom Canters (see all)