Solidariteit, ondernemerschap of allebei? ‘The commons’ kennen meer rijkdom dan tragedie

Stock Image: Unsplash Stock Image: Unsplash

De coöperatie is bezig aan een opmars. Van gemeenschapsboerderij tot wooncoöperatie: op allerlei plekken wordt geëxperimenteerd met vormen van gezamenlijk bezit. Wat is de toegevoegde waarde van deze coöperaties?

De groeiende kloof tussen arm en rijk, de wooncrisis, de klimaatcrisis, intolerantie en radicalisering: de Nederlandse maatschappij lijkt toe aan systematische verandering. Onderzoeksjournalist Sander Heijne en beleidsadviseur Hendrik Noten pleiten in hun boek Fantoomgroei voor een ‘totale herziening van ons denken over de economie.’ Zij schrijven: ‘Nu we al die welvaart hebben zien we nieuwe problemen opdoemen waar ons huidige kapitalisme helemaal geen antwoord op lijkt te hebben.’ Het kompas van het kapitalisme is volgens hen ontregeld. Coöperaties bieden mogelijk dé oplossing waarbij het mes aan meer dan twee kanten snijdt.

In het boek Operatie Wooncoöperatie dat begin dit jaar is verschenen, definiëren Arie Lengkeek en Peter Kuenzli, beide voormalig bestuurslid van Het Rotterdams Woongenootschap, coöperaties als ‘autonome organisaties van personen die zich vrijwillig verenigen om in hun gemeenschappelijke behoeften en wensen te voorzien.’ De ondernemingen worden volgens het gelijkheidsprincipe democratisch gecontroleerd. Het beheer en de winst van een bedrijf of woning zijn ook in handen van degenen die de waarde creëren.

Door middel van samenwerking kunnen maatschappelijke doelen behaald worden waar iedereen van profiteert. Op het gebied van wonen is de gemeente Amsterdam een koploper met haar actieplan wooncoöperaties. Voorbeelden van wooncoöperaties die ondersteund worden door dit actieplan zijn De Warren, De Torteltuin en De Nieuwe Meent.

‘Economische groei die vergezeld gaat met sociale achteruitgang is geen succes,’ schrijven Heijne en Noten. Bij coöperaties waarbinnen mensen zowel werkgever als werknemer zijn van een bedrijf, of gezamenlijk zowel huurder als verhuurder zijn van een huis, ligt de focus meer op de kwaliteit ervan dan op speculatie en winst. We moeten ons meer concentreren op gemeenschapszin en de maakbaarheid van de samenleving in plaats van individuele maakbaarheid, menen SP en PvdA-politici Ron Meyer en Marjolein Moorman. Dat je succes voornamelijk aan jezelf te danken zou hebben, is volgens hen een fabeltje dat liberalen ons de afgelopen veertig jaar hebben wijsgemaakt.

Ondernemerschap hoeft niet ten kosten te gaan van anderen. “Wat je nu ziet is dat alles wat ondernemend georganiseerd is, zich in feite baseert op extractie en exploitatie. Exploitatie van mensen en dieren en extractie van de grond en grondstoffen,” zegt Godelieve Spaas, lector nieuwe economie aan de Avans Hogeschool en bestuurder van coöperatie De Herenboeren. De Herenboeren bestaat uit verschillende boerderijen die elk een eigen coöperatie van ongeveer 500 leden (rond de 200 huishoudens) vormen. De gedachte is dat de leden zestig tot tachtig procent van hun groente, vlees en fruit uit de opbrengst van de coöperatie kunnen halen, terwijl ze de grond helen waarop zij verbouwen.

Hoe Hardin ons heeft beïnvloed

De Amerikaanse ecoloog Garrett Hardin schreef in 1968 The Tragedy of the Commons. Hierin uit hij zijn huiverigheid ten opzichte van gemeenschappelijk eigendom. Het artikel wordt nog altijd regelmatig aangehaald in debatten over bezit. Hardin beschreef de vele tekortkomingen die hij zag binnen the commons (in het Nederlands: de meent – wat het gedeelde beheer van een publieke zaak betekent). Hij kraakte de meent volledig af, in de hoop zijn pleidooi tegen de vrijheid van voortplanting te bekrachtigen. Door angst te creëren voor de meent, leent het artikel van Hardin zich voor een bevestiging van het belang van particulier kapitaalbezit.

Hardin was doodsbang voor overbevolking. De beslissing over de hoeveelheid kinderen die men mag hebben, mocht volgens hem niet meer als publieke zaak gezien worden. Met zijn artikel creëerde Hardin juist ruimte voor het neoliberalisme dat ongereguleerde marktwerking en overconsumptie in stand houdt, terwijl hij zelf tegen ongereguleerde populatiegroei was. Die uitgeputte bodem waar hij zo bang voor was, is ontstaan in een economisch systeem gebaseerd op privébezit.

Volgens Hardin zou de gemeenschap niet altijd weten wat het beste is voor haarzelf. Uit recent onderzoek is gebleken dat altruïsme – handelen vanuit het belang van de ander – de kans op collectieve overleving kan vergroten. Een meent nodigt dus uit tot het maken van beslissingen die eigenbelang ontstijgen en beter zijn voor het geheel. Als het beheer van een onderneming of woning gebeurt door mensen die het zelf bezitten en er gebruik van maken, hebben ze er veel meer baat bij dat het goed beheerd wordt.

Een alternatief systeem

Mensen en dieren moeten volgens Spaas bevrijd worden uit de greep van het marktmechanisme. “Eigenlijk moeten alle dingen die zo dicht bij ons in het leven staan – ons voedsel, ons wonen, onze grond, onze scholen, culturele instellingen, dieren, de plantenwereld, arbeid – vrijgekocht worden uit winstmaximalisatie, kosten efficiëntie, exploitatie en extractie.” Door verschillende terreinen van het leven coöperatief in te richten, kun je daaraan bijdragen.

Om een alternatief te bieden voor het huidige voedselsysteem werd Herenboeren opgericht. De leden van elk coöperatief beheren samen een stuk grond in de vorm van een boerderij. “We proberen dus ook op zo’n manier landbouw te bedrijven op die grond, dat de opbrengst eigenlijk weer een gezonde en levende bodem is.” Afhankelijk van wat de grond op dat moment nodig heeft, wordt er besloten wat er verbouwd gaat worden. Boeren zijn in dienst bij de leden en vormen de spil van het bedrijf. 

Wat kost voedsel echt in termen van arbeid, kosten en impact op het land? Hoeveel land heb je nodig om een biefstuk te eten? Als er bij vogelgriep ophokplicht geldt, kun je kippen dan beter slachten of bij elkaar proppen? Voor leden van de coöperatie worden morele dilemma’s tastbaar en onderdeel van het dagelijks leven. Spaas: “Dat is nu natuurlijk helemaal weg georganiseerd. Door betrokken te zijn en mee te moeten beslissen ga je andere keuzes maken dan wanneer je in de supermarkt staat.”

Besluitvorming gebeurt bij de Herenboeren tijdens ledenvergaderingen. Elke coöperatie mag zelf beslissen hoe er gestemd wordt. “Bij sommige coöperaties werken ze met consent – dus dat er niemand is met hevige bezwaren – en bij andere met meeste stemmen gelden.” Maar volgens Spaas komt het vaak helemaal niet tot stemmen. “In de meeste gevallen hebben we gewoon een gesprek en nemen we een besluit.” 

De uitdaging van coöperaties ligt voornamelijk extern: bij het systeem. De infrastructuur, instituties, ideeën die er niet op gebouwd zijn. Spaas legt uit dat bijvoorbeeld boeren zich in Nederland nog wel eens gevangen kunnen voelen in de regelgeving vanuit de overheid en de subsidieregeling van de EU. Ook zegt zij dat er nog veel regels zijn die niet meer stroken met de essentie van de praktijk. Structureel overleg met overheden blijft daarom belangrijk.

Van niche naar norm

Coöperaties lijken zeer voordelig te zijn voor de samenleving, maar waarom zijn er dan zo weinig van? Het huidige economisch systeem is volgens Lengkeek en Kuenzli, de auteurs van Operatie Wooncoöperatie, ‘volledig ingericht op commerciële projectontwikkeling óf corporaties,’ waardoor coöperatieven moeilijk tot stand komen. ‘Het vergt investeren in instituties, in infrastructuur,’ schrijven ze. Zolang we particulier kapitaalbezit zo hoog in het vaandel hebben staan, blijft dat lastig.

Om systematische verandering te bewerkstelligen, moet de rol van de politiek niet worden onderschat. Overheden moeten bijvoorbeeld bemiddelen bij het verkrijgen van land. “Sommige gemeentes vinden dat geweldig, andere gemeentes doen eigenlijk niets,” aldus Spaas. 

Spaas sluit zich aan bij socioloog en filosoof Willem Schinkel die stelt dat we allemaal aan een draad trekken in het grote breiwerk van de maatschappij. Het is belangrijk om te kiezen waar jij jouw steentje bij kunt en wilt dragen, want: “Als we allemaal aan hetzelfde systeem trekken krijgt het kracht,”zegt Spaas. Coöperaties vormen een dergelijk steentje en kunnen bijdragen aan de systematische herinrichting van de Nederlandse economie, denkt ze.

Over coöperaties bestaan nog veel misverstanden. Spaas krijgt best vaak de vraag van studenten of zij communist is. “Weet je wat een communist is?” klinkt haar wedervraag. De leerlingen moeten het antwoord vaak schuldig blijven. “Binnen het kapitalisme is het kapitaal de drijvende factor, terwijl binnen het communisme de community de drijvende factor is. Dat dat verkeerd uitgepakt is in de Sovjet-Unie, daar kunnen we het over hebben. Maar dat we op zoek gaan naar manieren van communal eigendom als basis om je economie – dus het goede leven voor ons allemaal – te organiseren, dat is een interessante zoektocht.”

Met medewerking van Kaz Schonebeek


STEUN NIEUW JOURNALISTIEK TALENT

Red Pers werd vijf jaar geleden opgezet door vier jonge en ambitieuze studenten en is inmiddels uitgegroeid tot een landelijk opleidingsplatform. Het is dé springplank naar een journalistieke carrière.

Wil je ons helpen het medialandschap te vernieuwen door jonge journalisten een stem te geven? Doneer dan nu een flinke kan koffie (€ 5,-), één maandje Zoomen (€ 15,-) of een ander bedrag. Bedankt!