Vrijheid als de moed om onzeker te zijn

Beeld: Maud Fernhout Beeld: Maud Fernhout

We staan erbij stil op 5 mei, maar vrijheid betekent voor iedereen wat anders. Zeker in een gepolariseerde samenleving. Maar wat is ware vrijheid nu daadwerkelijk? Is het misschien de ruimte om van mening te kunnen veranderen en om niet te weten?

Een zonnige zondag op een balkon in Rotterdam-West. Ik ben bij mijn moeder thuis op de thee, maar drink zelf koffie. Het balkon van mijn moeder wordt gescheiden van het balkon van haar buurman door een plaat ondoorzichtig glas. Op deze mooie dag zit ook hij op zijn balkon. Hij heeft een vriendin over de vloer. Ik vang flarden op van hun gesprek.

Termen als medische apartheid, de waarheid, dictatuur, de nieuwe Joden vliegen me om de oren. Ook de naam van Bill Gates valt. “Ze nemen onze vrijheid af! Doet dat je dan echt niks? Ik denk tenminste voor mezelf!”, is het laatste wat ik hoor voordat ik naar binnen verplaats. De zon en de absentie van wind en zonnescherm hebben mijn lichaam zeiknat gekregen. Mijn moeder schudt haar hoofd, ik zie wat zweetdruppels vallen. Hoe kan je dat nou echt vinden, hoor ik haar denken. Ze zegt het niet.

Een paar weken geleden werd ik door het team achter de Rotterdamse Vrijheidsmaaltijden gevraagd om interessante Rotterdammers te interviewen. Ik vroeg hen wat zij denken dat vrijheid betekent en wanneer zij zich het meest vrij voelen. Zonder het door te hebben en zonder ernaar op zoek te zijn, werd ik getroffen door hun antwoorden. Vier van de van de 22 geïnterviewden voelden zich omringd door anderen vrij, de overige zeventien antwoordden dat ze zich het vrijst voelden wanneer ze konden doen wat ze wilden. Op de dansvloer, op vakantie of bij de zee. Maar ook vrij van angsten, vrij van negatieve gedachten, vrij om te kunnen zeggen en doen wat je wil.

Vooral dit laatste antwoord werd vaak gegeven. De verscheidenheid aan opvattingen laat zien dat ons idee van vrijheid niet zo eenduidig is als je wellicht zou denken. Tijdens mijn studie filosofie heb ik de vraag naar vrijheid vanuit allerlei theoretische kanten benaderd, maar toen ik tijdens een van de interviews op de man af de vraag naar vrijheid terugkreeg, stond ik met mijn mond vol tanden. Ik antwoordde dat ik daar nog even over moest nadenken.

Twee vormen van vrijheid

De Britse filosoof Isaiah Berlin stelt dat er twee typen vrijheid zijn: negatieve en positieve vrijheid. Negatieve vrijheid is als de mogelijkheid om te doen wat je wil, zonder bemoeienis van anderen. De afwezigheid van bemoeienis maakt vrij en daarom is het een negatief georiënteerde conceptie van vrijheid. Positieve vrijheid is de mogelijkheid om zelf te bepalen wat je doet en wie je wil zijn. Zelfbeschikking of zelfrealisatie, ook wel. De aanwezigheid van controle maakt vrij en daarom is dit een positieve conceptie van vrijheid. Het is dus geen onderscheid in termen van slechte of goede vrijheid (!).

Vrijheid is niet voor niets een concept dat al eeuwen besproken en bediscussieerd wordt

Vergelijk het met een eekhoorntje dat nootjes verzamelt. Hij zou negatief vrij zijn in de zin dat er geen andere eekhoorns in het bos zitten die hem verbieden om nootjes te verzamelen, of zich bemoeien met waar hij wel en niet naar nootjes mag zoeken. Hij is positief vrij in de zin dat het hem vrijstaat om zo veel nootjes te verzamelen als hij zelf wil en dragen kan. Het staat hem helemaal vrij om de notenkoning van het bos te worden. Bij wijze van.

In onze maatschappij zou je kunnen zeggen dat er historisch gezien hard gevochten is voor negatieve vrijheid. De strijd voor bijvoorbeeld vrouwenkiesrecht was een gevecht tegen het juk van niet mogen stemmen, een strijd voor minder limieten rondom de rechten van de vrouw, en dus een strijd voor meer negatieve vrijheid. Dit geldt idem dito voor de strijd tegen racisme en discriminatie, en rechten van queerpersonen. Negatieve vrijheid is de geruststelling om er te mogen zijn zonder belemmeringen.

Wanneer in een maatschappij iedereen gelijk is, is er sprake van een negatief vrije maatschappij. Positieve vrijheid is de vrijheid om te doen wat je zou willen doen met dit recht om er te mogen zijn. Dit gaat over creativiteit, zelfontplooiing, zelfontdekking. Vrij zijn van X en vrij zijn om Y te doen. Best ingewikkeld, maar vrijheid is niet voor niets een concept dat al eeuwen besproken en bediscussieerd wordt.

Interessant binnen dit kader is de paradoxale theorie over vrijheid van psychoanalyticus Erich Fromm, een tijdgenoot van Berlin. Fromm schrijft na zijn vlucht uit nazi-Duitsland in De angst voor vrijheid (1941) dat we hartstochtelijk naar vrijheid verlangen, maar dat we verwarring en zelfs angst voelen wanneer we eenmaal vrij zijn. Er bestaat zoiets als te veel vrijheid. Wanneer de negatieve vrijheid in een maatschappij groeit, moeten zekerheid, rust en overzicht bij het individu daarvoor boeten.

Als een kind zo vrij

Wanneer een kind doorkrijgt dat het een individu is (dat wil zeggen, doorkrijgt dat het apart staat van de wereld), gebeuren er volgens Fromm twee dingen. Aan de ene kant wordt het kind sterker: er vormt zich een persoonlijkheid, een zelfbeeld en een eigen wil. De andere kant van de medaille is alleen-wording. Door de bewustwording van mogelijkheden en verantwoordelijkheden begint het kind zich te realiseren dat het alleen staat, dat het niet meer deel is van de wereld.

Dit proces gaat vaak gepaard met angst en onrust, omdat de wereld overweldigend groot voelt in verhouding tot het eigen bestaan. In Fromms woorden: “Men behoefde niet bang te zijn zolang men, onbewust van de mogelijkheden en verantwoordelijkheden van persoonlijk handelen, een integraal onderdeel van de wereld vormde, maar eenmaal zelfstandig persoon geworden, staat men alleen tegenover een wereld in al haar riskante en oppermachtige aspecten.” Een gevolg van deze angst en vereenzaming is dat een kind het individuatieproces psychisch wil omkeren, maar, zo zegt Fromm, net zoals je fysiek niet terug de baarmoeder in kan, kan je ook psychisch niet de omgekeerde weg bewandelen.

De historische bevrijding van het individu (in het Westen) heeft zich op eenzelfde manier voltrokken. Begonnen met de Renaissance, doorgetrokken door de Verlichting, werd het individu vrijer en zwakte autoritair gezag verder af. Het was een proces van meer vrijheden, minder belemmeringen en almaar groeiende individuele mogelijkheden, maar het betekende ook de bewustwording van een groeiende kloof tussen individu en wereld. De bevrijding van het individu definieert Fromm als de toename van negatieve vrijheid, of vrijheid van.

Anxiety is the dizziness of freedom, zo noteerde de Deense filosoof Søren Kierkegaard

Maar, zo schrijft Fromm, deze toename is niet gepaard gegaan met een toename van positieve vrijheid, of vrijheid tot. Economische crises, werkloosheid, oorlogen en een eindeloos lijkende complexiteit van een groeiende, welvarende maatschappij hebben de durf tot zelfverwezenlijking verwoest. Daar is anno 2022 niet veel aan veranderd: zaken als klimaatverandering, corona, inflatie, de toeslagenaffaire, ongelijkheid en institutioneel racisme maken het niet makkelijk om jezelf volledig vrij te ontwikkelen tot de persoon die je zou willen zijn.

De weg naar notenkoning is lang en hobbelig. De kloof tussen mens en wereld roept daarom volgens Fromm twijfel en wanhoop op, en zelfs ‘een levensvorm die iedere zin en richting mist’. Anxiety is the dizziness of freedom, zo noteerde de Deense filosoof Søren Kierkegaard een paar decennia eerder al.

Deze angst, nervositeit en onzekerheid leiden tot een vlucht voor vrijheid richting ‘machtige tendensen’ en ‘primitieve verbindingen’ die ‘een verlossing uit onzekerheid belooft, ook al ontneemt zij de mens zijn vrijheid’. Dit is wat Fromm bedoelt met de poging om de omgekeerde weg te bewandelen, richting minder vrijheid maar meer zekerheid. Dit gebeurt echter enkel wanneer er bij de toename van negatieve vrijheid te weinig creatieve kracht, spontaniteit en kritisch denkvermogen bij komt kijken. Ook wel: positieve vrijheid. Ware vrijheid, aldus Fromm.

Vluchten voor vrijheid

Wanneer je ‘het’ maakt, lijkt de onzekerheid en angst die de toename van vrijheid van heeft gebracht, te verdwijnen. Een zekere status, aanzien, wellicht een huis en een dure auto. Dat soort zaken. Maar, zoals Fromm voorstelt, dit is slechts schijnzekerheid, want het gebeurt binnen dezelfde socio-economische kaders die negatieve vrijheid brengen, maar positieve vrijheid tegenhouden. Het is ook de reden dat de bevrijding van het individu vervreemding heeft gebracht. “De mens is gevangen in zijn zucht naar zelfrespect.” Vervreemding van zichzelf, vervreemding van anderen, van familie, gezin, werk, vrienden, familie.

Een berekenende marktwerking van vraag en aanbod en transacties doordringt in het begin van de vorige eeuw volgens Fromm niet alleen het economische maar juist ook het sociale domein. Merk op dat Fromm dit in 1941 schreef, na zijn vlucht uit nazi-Duitsland. Alsof hij precies voorzag hoe de wereld er tachtig jaar later in extremis uit zou zien: de boeken die gebieden om zo veel mogelijk uit jezelf te halen, jezelf te realiseren, te ontdekken, te bewijzen, gevangen in het neoliberalisme, zijn anno 2022 niet aan te slepen.

In Fromms woorden: “De nieuwe, door het kapitalisme gebrachte individuele vrijheid versterkte de werking van wat het protestantisme reeds als religieuze vrijheid had gebracht. De mens werd eenzamer, geïsoleerder, en een werktuig in handen van oppermachtige instituties buiten hemzelf. Hij werd een ‘individu’, maar een opgejaagd en onzeker individu.” We ontlopen die onzekerheid en eenzaamheid door ons te storten in de ‘dagelijkse sleur van bezigheden’: zelfbevestiging door persoonlijke of maatschappelijke prestaties, amusement en oppervlakkige omgang met anderen. Maar, zo zegt Fromm, “wuiven naar de zon brengt nog geen regen.”

Drie vluchtroutes

In de vlucht voor vrijheid zijn er volgens Fromm drie archetype mensen te ontwaren. Volgens Fromm is de autoritaire mens geneigd om controle over andere mensen uit te oefenen, in een poging om orde in een chaotisch vrije wereld te scheppen. Tegelijkertijd wil de autoritaire mens zichzelf overgeven aan een externe, superieure macht – een idee, maar vaker nog een persoon. Een goed voorbeeld hiervan zijn aanhangers van figuren als Trump, Orbán en Baudet. Een duidelijke leider die zich opwerpt als ordeschepper, vaak in de vorm van een nostalgische hang naar een (overzichtelijk, duidelijk) verleden.

Het tweede type mens dat probeert om te gaan met de angst voor vrijheid is het destructieve type. In plaats van anderen willen controleren of gecontroleerd willen worden om orde te scheppen, probeert de destructieve mens hetgeen dat hij of zij niet kan controleren te ordenen door het kapot te maken. Poetin?

Het conformistische type is de mens die zich onbewust voegt naar de maatstaven van de samenleving en de werking van haar systemen, zonder deze fundamenteel te bevragen. Het woordje onbewust is hier belangrijk: volgens Fromm ziet daardoor het gros van de mensen de normen, waarden, overtuigingen en gedachteprocessen van de maatschappij waarin ze leven als de eigen.

Afwijken van wat normaal wordt bevonden is al snel een teken dat je naar de psycholoog moet

De mens vlucht dus via drie routes voor vrijheid: de wens te controleren of gecontroleerd te willen worden, de wens om destructie te plegen en het onbewuste, veilige en ordelijke idee dat maatschappelijke denkbeelden de eigen zijn. Met name de derde route hindert waarachtig vrijdenken.

De moderne mens is daarom ofwel geneigd zijn vrijheid op te geven aan dictators, autoritaire figuren en populisten, of hij verliest zijn vrijheid door zichzelf te veranderen in niet veel meer dan een radartje in het systeem, routineus levend van dag tot dag, de angst om naar binnen te kijken ontwijkend. Dit laatste wordt ook wel normopathie genoemd. In de woorden van psycholoog en essayist Arthur Eaton: “Normopathie is angst, angst voor het dragen van de verantwoordelijkheid van je ideeën en gevoelens.”

En, belangrijker nog, in huidig Nederland (en andere westerse landen) wordt het normopathische ideaal zélf de norm: afwijken van wat normaal wordt bevonden is al snel een teken dat je naar de psycholoog moet, of naar de oogarts wegens last van een eigen visie. Eaton in De Groene Amsterdammer: “Patiënten gaan gebukt onder de verwachtingen van een normopathische samenleving. We móeten hard werken, we móeten een partner, we móeten gelukkig zijn, want dat is normaal.” Maar is dat het wel?

Menselijke mateloosheid

Erich Fromm zou zeggen van niet. Hij zou de mens die hiertegen ingaat dapper noemen en zelfs omschrijven als iemand die zich op de weg naar ware vrijheid begeeft. Volgens Fromm is waarachtige vrijheid namelijk de mentale handeling van vrij, origineel en spontaan denken, inzien dat maatschappelijke denkbeelden niet per se de jouwe zijn. Dat klinkt goed, maar het klinkt me ook welhaast unheimisch bekend in de oren: ik hoorde dezelfde overtuiging namelijk op het balkon naast dat van mijn moeder.

In de NRC-podcast van Bas Heijne en Simon van Teutem zegt Cees Zweistra, die een boek schreef over complotdenkers, dat de vrijgevochtenheid van het individu is doorgeslagen. Het proces van de ontworsteling van het individu aan autoriteit en gezag dat in de Renaissance is begonnen, is te ver doorgetrokken, aldus Zweistra. Dit komt volgens hem door een kenmerkende eigenschap van de mens: mateloosheid. We zijn mateloos gebleken in het doortrekken van ons vrij en kritisch denken, waardoor we instituties als de wetenschap, het rechtssysteem, de politiek en de media steeds minder vertrouwen. Doorgetrokken naar een tijd waarin informatietoegang extreem gedemocratiseerd is, is het gevolg hiervan dat we in een zogeheten post-truth maatschappij leven waar onderling vertrouwen is afgebrokkeld en onderlinge relaties zijn verhard.

‘Ik doe mijn eigen onderzoek, ik heb mijn eigen waarheid.’

Volgens mij leven we daarom in een tijd waarin de bodem voor complotdenkers vruchtbaarder is dan ooit. Een poreuze, gepolariseerde en harde maatschappij vol vrije mensen is het gevolg. Zou dit dan echt dezelfde manier van vrijdenken zijn als waar Fromm het over had? Is de moderne complotdenker iemand die door het maatschappelijk rookscherm heen prikt en op weg is naar ware vrijheid?

Misschien, wellicht, zoiets?

Fromm schrijft dat de vrije mens per definitie en noodzakelijkerwijs onzeker is van zijn of haar zaak. Dat is denk ik het fundamentele verschil met complotdenkers in 2022: zij schijnen onwrikbaar en met volle overtuiging zeker te zijn van de eigen waarheid. Bill Gates is in en in slecht, ‘ze’ pakken onze vrijheid af, Bush did 9/11, medische apartheid: het wordt allemaal uitgespuwd met een onwrikbare zekerheid waar je haren van overeind gaan staan. In ieder geval die van mijn moeder. En ga je ertegenin, of ben je niet zo zeker van je zaak, ben je een meeloper, een schaap.

Ware vrijheid is de moed kunnen, durven en mogen opbrengen om niet te weten

Maar aan de andere kant hebben we met name tijdens de coronacrisis gemerkt dat wanneer je kritisch bent op maatschappelijke of politieke processen, je ook vanuit het redelijke midden moet uitkijken dat je niet direct wordt weggezet als gek of als wappie. Heeft er iemand gelijk? En zo ja, wie dan?

Volgens mij is een waarachtig, kritisch vrijdenker vooral iemand die dapper genoeg is om te zeggen: ik weet het niet. Ware vrijheid is de moed kunnen, durven en mogen opbrengen om niet te weten. Een vrij mens durft zich te laten overtuigen, durft van mening te veranderen, durft zijn excuses aan te bieden en bezit de moed om toe te geven dat hij of zij fout zat. Dat is vrijheid waar we niet bang voor hoeven te zijn. Een gelijkwaardige, vrije maatschappij is vooral een samenleving waarin men elkaar aan het woord laat, elkaar laat uitpraten, elkaar de tijd geeft, elkaar vergeeft voor fouten en opvattingen. Waarin men de moed tot niet-weten en overtuigingsgezindheid laat zegevieren boven standvastigheid en de angst om fout te zitten. De moed om anderen in hun waarde te laten, misschien.

Om kritisch te denken, gemengd met een flink sausje vergevingsgezindheid, wellicht. Om te proberen wat vaker abnormopatisch te handelen, zoiets.

Laten we wat vaker toegeven dat we niet begrijpen, dat we niet weten, dat we niet zeker zijn. Is dat een goed streven voor deze Bevrijdingsdag? Ik weet het niet, het lijkt me een goede eerste stap. Maar ach, wie ben ik? Terwijl ik binnen voor mij en m’n moeder een glas water met ijs inschenk, mompelt ze (tegen mij maar meer tegen zichzelf): “Misschien moeten we niet te snel oordelen over anderen, zonder eerst met ze in gesprek te gaan.”

Met medewerking van Caspar van de Poel


STEUN NIEUW JOURNALISTIEK TALENT

Red Pers werd vijf jaar geleden opgezet door vier jonge en ambitieuze studenten en is inmiddels uitgegroeid tot een landelijk opleidingsplatform. Het is dé springplank naar een journalistieke carrière.

Wil je ons helpen het medialandschap te vernieuwen door jonge journalisten een stem te geven? Doneer dan nu een flinke kan koffie (€ 5,-), één maandje Zoomen (€ 15,-) of een ander bedrag. Bedankt!


Jonasz Dekkers