Moet Nederland een bedrijf weren dat belasting ontwijkt, maar ook kankeronderzoek doet?

Beeld: Marie van der Donk

Honderden bedrijven wijken door de Brexit uit naar Nederland. Bio-farmaceut Bristol Meyers Squibb is een van hen: het richt in Leiden een onderzoeksinstituut voor kankerbestrijding op. Maar nog geen maand eerder werd dat bedrijf door de Amerikaanse senaat van grootschalige belastingontwijking beschuldigd. We leggen de tegenstelling voor aan hoogleraar Peter Kavelaars en bedrijfsethicus Raymond Zaal.

Waar Nederland het voorheen bij tulpen en windmolens hield, staan de lage landen sinds het afgelopen decennia ook bekend als doorsluisland. Door het afbreken van bedrijfsbelastingen lokt ons kikkerlandje grootverdieners naar zich toe. Symbolisch was de discussie een aantal jaar geleden, toen het kabinet de dividendbelasting compleet wilde afschaffen. Ook heft Nederland geen bronbelasting, een tarief dat over het gebruik van intellectueel eigendom wordt gevorderd.

Vestigingsklimaat

Dat het ‘gunstige’ belastingstelsel bedrijven warm maakt voor Nederland, bewees een recent rapport van Netherlands Foreign Investment Agency (NFIA). De Brexit heeft 423 bedrijven doen verplaatsen naar Nederland, waaronder de internationale bio-farmaceut Bristol Meyers Squib (BMS). De voorzitter van de Amerikaanse senaatscommissie voor Financiën Ron Wyden riep de voorzitter van BMS eerder dit jaar op zich te verantwoorden. De exploitant zou 1,4 miljard aan belastingen hebben ontweken via buitenlandse ondernemingen.

Ook Nederland mag zich binnenkort tot een van die ‘offshore-vestigingen’ rekenen. In april 2021 koos Bristol Meyers Squibb voor Leiden. Daar bouwen ze een nieuwe CAR-T-celtherapiefaciliteit, waar  onderzoek zal plaatsvinden naar de behandeling van agressieve vormen van lymfeklierkanker. Een ziekte waardoor elk jaar meer dan 10.000 Nederlanders worden getroffen.

De meeste belastingontduikingszaken draaien om grote multinationals die winst najagen zonder iets terug te doen. Bristol Meyers Squibb voldoet niet aan dat plaatje.

Dat Nederland ook voor zo’n faciliteit een gunstig vestigingsklimaat heeft, werd duidelijk uit een besluit van de belastingdienst. In plaats van celtherapieën niet te belasten, omdat het als medische behandeling wordt aangemerkt en dus geen omzetbelasting behelst, werd definitief besloten het onder medische producten te scharen en dus een 9 procent belasting te heffen. Dat klinkt als een tegenvaller voor bedrijven, maar het tegendeel is waar. Zonder omzetbelasting kan het bedrijf bij de fiscus namelijk geen 21 procent BTW declareren over de inkopen. Netto houdt een bedrijf via die weg juist meer over.

De meeste belastingontduikingszaken draaien om grote multinationals die winst najagen zonder iets terug te doen. Bristol Meyers Squibb voldoet niet aan dat plaatje: het steekt grote sommen geld in levensbelangrijk kankeronderzoek. Maar hetzelfde bedrijf doet ook aan aan grootschalige belastingontwijking. Het roept de morele vraag op: moet Nederland een belastingontwijker tolereren, wanneer die in kankeronderzoek investeert?

Belastingontwijking versus belastingontduiking

Wanneer het aankomt op het fiscale gedrag van bedrijven, zijn Nederlanders niet positief. Uit onderzoek van Blauw Research, in opdracht van het ministerie van Financiën, blijkt dat driekwart van de ondervraagden belastingontduiking – het illegaal ontduiken van belastingwetten – afkeurt. Over belastingontwijking –  het creatief omzeilen van belastingen binnen de kaders van de wet – staan Nederlanders minder negatief. Van de ondervraagden vindt 40 procent het onaanvaardbaar, tegenover 32 procent die zegt dat het wel moet kunnen.

Dat de publieke opinie over ontwijking en ontduiking verschilt, vindt Raymond Zaal, docent financiële ethiek aan de Rijksuniversiteit Groningen, niet zo vreemd. “Als iets juridisch aanvaardbaar is, vinden mensen het ook al snel moreel aanvaardbaar. De gemiddelde Nederlander vertrouwt op de overheid, als die iets vindt dan zal het wel zo zijn.” Dat je de mazen van de wet opzoekt, dat vindt men nu eenmaal logisch.

Moraliteit

Maar een bedrijf als Bristol Meyers Squibb weren, gaat volgens Raymond Zaal te ver. “Als een bedrijf erom bekendstaat creatief met wetten te spelen, dan kan de overheid beter de belastingwetten aanpassen, in plaats van het bedrijf de toegang te weigeren,” zegt Zaal. “Het weigeren van bedrijven op morele gronden is lastig, want waar leg je dan de grens?” Volgens Peter Kavelaars, hoogleraar fiscale economie aan de Erasmus Universiteit, zou dat zelfs tot rechtsongelijkheid kunnen leiden. “Wat voor mij immoreel is, verschilt met wat een ander immoreel vindt.”

Volgens Zaal is het belangrijk om naar de materialiteit te kijken, oftewel de plaats waar de activiteiten plaatsvinden. Kavelaars voegt daaraan toe dat zakelijke investeringen ook belangrijk zijn. “Als een bedrijf hier slechts een vennootschap opricht, moeten ze ook in Nederland investeren.”

In Nederland heerst het idee dat we bedrijven moeten aantrekken met ons belastingstelsel. Maar een gunstig belastingklimaat is vaak maar een klein onderdeel van de beslissing.

Dat Nederland zich als belastingparadijs gedraagt, heeft volgens Zaal te maken met de baten die dat oplevert. “Als een bedrijf de infrastructuur van een ander land gebruikt maar belasting via Nederland laat lopen, halen wij daar inkomsten uit zonder dat het ons wat kost.” Dat gebeurt volgens hem vrij frequent. “Starbucks kwam negatief in het nieuws toen bekend werd dat het van een dergelijke constructie gebruikmaakte. Voor zo’n groot bedrijf is het heel lucratief om te berekenen hoe ze zo slim mogelijk met belasting kunnen omgaan.”

Volgens Peter Kavelaars is het gunstige fiscale klimaat cultureel bepaald. “De Duitsers zijn heel pünktlich oftewel fiscaal strenger. Daar zullen zaken over belastingontwijking zich niet zo snel voordoen,” vertelt hij. “In Nederland heerst het idee dat we bedrijven moeten aantrekken met ons belastingstelsel. Maar een gunstig belastingklimaat is vaak maar een klein onderdeel van de beslissing. Politieke stabiliteit en infrastructuur zijn vaak veel belangrijkere overwegingen.” De oplossing is dus heel simpel: “als je wilt dat ontwijking niet kan plaatsvinden, dan moet je de wetten strenger formuleren.”

Maatschappelijke betekenis

Dat we meer door de vingers moeten zien bij kankeronderzoek dan bij een koffieketen zoals Starbucks, vanwege het maatschappelijke belang, vindt Zaal geen goed uitgangspunt. “Je moet daarmee uitkijken, want je krijgt al snel een situatie waarin bedrijven hun morele tekortkomingen gaan compenseren. Als ik jou red van een aanrijding, mag ik daarna nog steeds niet je fiets stelen.” Kavelaars is daar even helder over: “Het belastingrecht kent geen moraliteit.”

Zaal verwijst naar Apple, die in het licht van Black Lives Matter een Social Justice Equality Fund optuigde. “In dat fonds is meer dan 100 miljoen dollar gestopt. Dat hebben ze breed uitgedragen maar het is vervolgens sceptisch ontvangen. En terecht: als Apple iets voor de maatschappij wil doen, kan dat ook door eerlijk belasting te betalen. Iets moreel verkeerds compenseren met iets goeds, is vaak gewoon een afleidingsmanoeuvre.”

Ontduiking gebeurt vaak op internationaal niveau, terwijl Nederlandse wetten maar tot aan de grens reiken.

“Moraliteit is afhankelijk van levensovertuiging. Zou je Tata Steel zwaarder moeten belasten omdat het een vervuiler is?” vraagt Peter Kavelaars zich hardop af. “Ik vind van niet, want het zijn onmogelijke afwegingen binnen het belastingrecht. Je zou het bijvoorbeeld wel buiten het belastingstelsel kunnen regelen, bijvoorbeeld via milieuwetten.”

Ontduiken

Als het over ontduiken gaat, is het voor Peter Kavelaars een uitgemaakte zaak. “Dat is gewoon illegaal, ook al gaat het om kankeronderzoek. Op de overheid rust een plicht om dat aan te pakken.” Raymond Zaal wijst erop dat aanpakken lastig is. “Ontduiking gebeurt vaak op internationaal niveau, terwijl Nederlandse wetten maar tot aan de grens reiken. In Amerika is dat anders. Laatst pakten de Verenigde Staten in Zwitserland leden van wereldvoetbalorganisatie FIFA op wegens vermeende omkoping. De misdaad gebeurde namelijk in dollars en voor Amerikanen is het zo: gebeurt het in onze valuta, dan valt het binnen onze jurisdictie. Als Nederland zijn we te klein om dat te zeggen.”

Kavelaars en Zaal zijn het eens dat het niet aan de overheid is om een morele afweging te maken over de vraag of een bedrijf zich in Nederland mag vestigen. Volgens Kavelaars is introspectie gepast: “We worden boos op grote bedrijven die belasting ontwijken, maar particulieren laten toch bijvoorbeeld regelmatig klusjes zwart in en rondom het huis verrichten. Óók een vorm van belastingontwijking. Waarom worden we daar niet net zo boos over?”

mm