Op zoek naar de nieuwe Nederlandse topkeeper

Beeld: Maud Fernhout

Wat is er toch aan de hand met de Nederlandse keepers? Redacteur Bas Woonings struinde langs de Utrechtse voetbalvelden en verschillende keepersscholen om te zoeken naar het verborgen keeperstalent. ‘Elke keeper heeft zijn eigen stijl, geen keeper is hetzelfde.

Je kunt de klok er bijna op gelijkzetten. Het is zondag, en ergens in een Eredivisieduel gaat een doelman in de fout. Ook voor het WK in Qatar is de positie nog erg onzeker: met Drommel, Bijlow en Flekken is de keuze voor bondscoach Louis van Gaal minimaal. Hoe heeft dat zo kunnen komen? Het Nederlands voetbal kende tijdenlang keepers van het hoogste niveau. Frans de Munck, Jan van Beveren, Edwin van der Sar, Maarten Stekelenburg en Hans van Breukelen, om er maar een paar te noemen. Lange tijd was er keuze genoeg, maar nu niet meer. Hoe kan dat? Is er in het Nederlandse voetbal te lang, te weinig aandacht geweest voor de keeper?

In Den Dolder vliegen op de frisse zondagochtend de ballen om de oren. Fanatiek duiken de keepers om de beurt naar links en rechts… En staan weer op, tikken een bal over de goal of klemmen hem tegen de borst. Na de laatste sjokken ze over het veld om de ballen voor de volgende serie weer bij elkaar te rapen. Piet Kastelein ziet tevreden hoe zijn pupillen hard trainen: hij vuurt de ballen zelf op zijn keepers af.

Na de serie neemt Kastelein iedere keeper even apart om tips te geven. Hij traint zowel jonge pupillen als meer ervaren junioren, jongens en meisjes samen. “Keepen is echt een vak,” zegt Kastelein. “Keepers leren van keepers, als ze samen trainen gaan ze allemaal naar een hoger niveau.” Toch moet hij constateren dat er te weinig aandacht is voor de keepers. “Als je alleen al kijkt naar het salaris van een keeperstrainer bij voetbalclubs… Dat is peanuts. Of kijk hoeveel geld een spits of verdediger oplevert vergeleken met een keeper.”

De goal is al honderd jaar hetzelfde. De keeper moet vertrouwd raken in dat gebied.

De visie van Cruijff

Hij is al 32 jaar keeperstrainer, sinds 14 jaar is hij verbonden aan de keepersschool Klemvast in Den Dolder. Zelf heeft hij als keeper op het hoogste amateurniveau gekeept. Hij is fanatiek en praat na zijn training gepassioneerd over het keepersvak. “Alles is veranderd toen Johan Cruijff Stanley Menzo in de goal zette,” stelt hij. “Het belangrijkste wat een keeper sindsdien moet doen is voetballen.” Daarmee veranderde de rol compleet. “Alles moet sindsdien bij de keeper beginnen.”

Kastelein ziet dit als een slechte ontwikkeling, die niet zo snel meer om te draaien is. Tijdens zijn trainingen besteedt hij nauwelijks aandacht aan meevoetballen. “Het enige wat ik mijn pupillen leer naast het keepen is dat ze een goede trap krijgen, de voetbaltrainer moet ze leren voetballen. De goal is al honderd jaar hetzelfde. De keeper moet vertrouwd raken in dat gebied.” Hij geeft het voorbeeld van Thibaut Courtois, de eerste keeper van Real Madrid. “Die is tweeënhalve meter lang en komt zijn goal niet uit.”

De mentale druk op keepers is ontzettend groot. Spelers moeten blind op de keeper kunnen vertrouwen.

Over de Nederlandse talenten Drommel en Bijlow is hij gematigd positief. Hij ziet ze niet de absolute top halen in het buitenland. “Drommel en Bijlow zijn keepers in ontwikkeling. Die kunnen af en toe een ketser maken. Een keeper is rond zijn zevenentwintigste op zijn top. Dan kan hij gaan spelen op zijn routine.”

Vertrouwen

Voor de mentale en fysieke gesteldheid van een keeper is volgens Kastelein veel te weinig aandacht. “De mentale druk op keepers is ontzettend groot. Spelers moeten blind op de keeper kunnen vertrouwen. Waarom denk je dat Gianluigi Buffon als veteraan nog kon meedraaien bij een topclub. Hij is mentaal ijzersterk. Vertrouwen krijgen van de coach is ontzettend belangrijk.

Liverpool doet het in dat opzicht erg goed, volgens Kastelein. “Voor elke keeper is er een individuele keeperstrainer die de keeper helemaal persoonlijk begeleidt.” Zelf besteed hij tijdens zijn trainingen ook aandacht aan de mentale gesteldheid van zijn keepers.

Een voorbeeld van een club die het in zijn ogen verkeerd aanpakt is FC Utrecht. “Daar zijn ze het hele seizoen al aan het rouleren met keepers. Je moet tegen een jongen zeggen: jij bent mijn eerste keeper. Keepers worden beter door veel uren op het trainingsveld te maken en daarnaast veel minuten te maken tijdens wedstrijden. Gebruik ze niet alleen als schietschijf of als aanvalsopzetter. Kortom: meer aandacht voor fysieke, mentale begeleiding met een flinke dosis vertrouwen.”

Andere aspecten

Even verderop bij keepersschool Doelbewust in Leusden werkt keeperstrainer Daan Broere een individuele training af met zijn pupil. Hij keepte in de jeugd bij Go Ahead Eagles en is op dit moment eerste keeper van de Utrechtse voetbalclub Rhoda’46. Sinds een jaar heeft hij zijn eigen keepersschool.

In Nederland ligt de nadruk erg op coaching, de voetballende keeper en minder op ballen tegenhouden. In het buitenland ligt dat anders.

In zijn trainingen ligt de focus op het individu. Met iedereen maakt hij een eigen plan. “Elke keeper heeft zijn eigen stijl, geen keeper is hetzelfde. Iedereen blinkt ergens anders in uit, en mijn doel is om de sterke punten beter te maken.” Zelf is Broere 1 op 1-specialist. Edwin van der Sar en Marc-André ter Stegen zijn de keepers waar hij tegen opkijkt.

Daan is zijn school begonnen omdat er binnen jeugdopleidingen te weinig aandacht is voor keepers. “Ik kreeg zelf pas in de D’tjes (12-jarige spelers) voor het eerst keeperstraining.” Hij is het deels eens met Kastelein. In Nederland ligt de nadruk erg op coaching, de voetballende keeper en minder op ballen tegenhouden. In het buitenland ligt de training van keepers heel anders. “Daar wordt meer getraind op reactie, fysiek en snelheid. Daar moet in Nederland echt veel meer aandacht voor komen.”

Over het niveau van de Nederlandse keepers zegt Broere: “Als je de kranten leest en praatprogramma’s bekijkt, is de conclusie dat het niveau van de keepers ontzettend laag is.” Zelf is hij juist positief over de huidige keepers. “Het is jammer van Bijlow dat die vaak geblesseerd is, maar ik zie hem in de toekomst wel als eerste keeper van het Nederlands elftal.”

Het is exact nog zeven maanden voor het WK in Qatar begint. Nederland speelt de openingswedstrijd tegen Senegal, om 11.00 ’s ochtends. Nog zeven maanden voor bondscoach Louis van Gaal om de knoop door te hakken wie het shirt met het magische nummer 1 mag aantrekken… Of deze nummer 1 zich in dat toernooi kan gaan onderscheiden? Daar zijn beide heren niet van overtuigd. Maar toch weten ze het allebei zeker: vroeg of laat komt er weer een Nederlandse topkeeper.

Met medewerking van Jan Tourkov


Steun ons!
Vond je dit een goede productie en wil je hier meer van zien? Steun deze redacteur met een kleine donatie voor een kop koffie (€ 2,50), een redactievergadering (€ 12,50) of een ander bedrag!