Wat kan jouw gemeente betekenen in de wooncrisis?

Adrien Olichon | Unsplash

De wooncrisis is voor veel kiezers het belangrijkste thema bij de aankomende Gemeenteraadsverkiezingen. Maar wat kan een gemeente hierin eigenlijk betekenen? Red Pers sprak jonge mensen met woonproblemen, en zocht uit of en hoe lokale besturen die kunnen oplossen. 

Waar wonen in 2018 nog het derde belangrijkste thema was voor Nederlandse kiezers, staat het nu met stip op één. Voor jongeren is het helemaal een belangrijk thema. Die moeten vaak nog beginnen aan hun ‘wooncarrière’, een tekenend begrip dat de afgelopen jaren in gebruik is genomen. Tegelijk is het voor veel mensen onduidelijk wat hun gemeente precies kan betekenen om het woningtekort op te lossen.

Huisvesting is bij uitstek een onderwerp waar landelijke en regionale politiek in samenwerken en dat ook moéten doen. ‘Bevorderen van woongelegenheid’ is een overheidstaak die grondwettelijk is vastgelegd in Artikel 22. Goed om eerst te weten: wat moet niet de gemeente, maar juist de landelijke politiek doen aan de wooncrisis? 

Wat Den Haag kan doen is simpelweg meer geld aan gemeenten geven

De verhuurderheffing, een belasting die wel op sociale huurwoningen maar niet op de vrije sector slaat, wordt door Den Haag afgeschaft. Weliswaar pas over een paar jaar, maar het zal helpen de wooncrisis te beteugelen. Wat Den Haag ook kan doen is simpelweg meer geld aan gemeenten geven. “Nieuwbouw heeft infrastructuur en voorzieningen nodig, het geld daarvoor moet van het Rijk komen,” legt D66-wethouder Klaas Verschuure uit tijdens een campagnebijeenkomst in Utrecht. 

Een ander potentieel Haags medicijn tegen de wooncrisis is de afschaffing van de hypotheekrenteaftrek. Dat is, kort gezegd, een prikkel die huizenbezit en hoge hypotheken aanmoedigt. Het vierde kabinet-Rutte houdt deze financiële regeling in stand, ondanks groeiende kritiek uit onder andere Brussel, het Internationaal Monetair Fonds en De Nederlandsche Bank.

Studenten in nood! Wat kan de gemeente wél doen?

In de nood van de wooncrisis worden containerwoningen nu als oplossing aangedragen. Bewoners van zo’n complex in Amsterdam, Startblok Riekerhaven, kampen al een tijd met een onveilige woonomgeving. Gaten in de vloer, achterstallig onderhoud en zelfs het dak van het complex waaide er onlangs voor de derde keer deels af. Nu is er, vrij uitzonderlijk voor Nederlandse begrippen, een huurstaking ingelast door bewoners. 

Bewoner Nina Boelsums vertelt dat het containerproject door de Amsterdamse gemeente internationaal is gepresenteerd als een creatieve ingreep, een verfrissend concept dat jongeren én statushouders een huis geeft. Maar, zegt Nina, dit is geen volkshuisvesting. “Dit is meer sjiek kamperen.” Toen de bewoners bij de gemeente vroegen om een onafhankelijke veiligheidscheck was de reactie: regel het maar met de wooncorporatie.

De gemeente kan nieuwe huizen bouwen, leegstaande ruimtes zoals kantoren ombouwen, of bestaande woonruimte verkameren en woningdelen aanmoedigen

Uit de Landelijke monitor Studentenhuisvesting bleek dat er in 2021 een tekort was van 26.500 studentenwoningen. Dat leidt ertoe dat zelfs bouwvallige containers als aantrekkelijke huisvesting kunnen worden gepresenteerd. Een gemeente kan op verschillende manieren studentenhuisvesting beschikbaar maken. Zo kunnen ze nieuwe huizen bouwen, leegstaande ruimtes zoals kantoren ombouwen, of bestaande woonruimte verkameren en woningdelen aanmoedigen. 

Over dat laatste is veel debat. Een gemeente bepaalt hoe moeilijk of makkelijk je een bestaand huis met meerdere huisgenoten kan bewonen. VVD Amsterdam en studentenpartij STIP in Delft zijn bijvoorbeeld voor het invoeren van woningdeelcontracten voor studenten, omdat het een snelle oplossing is. Andere partijen zijn daar juist tegen, omdat je het risico loopt dat mensen voor veel geld in kleine kamers terechtkomen. Voorzieningen in een buurt zijn er bovendien niet altijd op ingericht, en verkamering zorgt weer voor een lagere voorraad aan ‘reguliere’ gezinswoningen.

Bouwen is ook een oplossing

Naast het benutten van bestaande ruimte, is bouwen ook een oplossing. Gemeenten kunnen dat stimuleren door een norm in te stellen voor bouwprojecten. In Utrecht moeten nieuwbouwprojecten bijvoorbeeld bestaan uit 35 procent sociale huur, 25 procent ‘starterswoningen’. Onder die sociale huur vallen ook studentenwoningen, legt de Utrechtse wethouder Klaas Verschuure uit. Zo’n norm geldt in alle gemeenten, maar over de verdeelsleutel verschillen de standpunten. Zo wil Bij1 in Amsterdam een norm van 50 procent sociale huur, 40 procent middenhuur en 10 procent vrije huur voor elk bouwproject. De Amsterdamse VVD ziet die norm het liefst andersom: 20, 50, 30.

Ten slotte kan de gemeente ook een actieve rol spelen in het behouden van studentenkamers. Zo werden er in 2020 in Groningen 242 studentenhuizen omgebouwd tot studio’s. Die maatregel leidde tot een verlies van 1500 studentenkamers, naar (wellicht wat overtrokken) schatting van de jongerenpartij Student en Stad. Een gemeente kan in zo’n geval ingrijpen door een vergunningenstop in te stellen. 

Voorbij de studentenwoning

“Het voelt alsof we de boot hebben gemist”, vertelt Bas Marchesini (30). Hij heeft na twee jaar zijn koophuiszoektocht met zijn vriendin gestaakt. Ze woonden samen in een ‘mooie, maar krakkemikkige huurwoning’ in Amsterdam-Oost, met een huisgenoot. “We waren klaar voor kinderen, maar niet in een huis met schimmel”. En dus begon de jacht op een koophuis. Amsterdam uit, op naar Maarssen. Het werden twee jaar vol bezichtigingen, overbieden en in spanning afwachten, telkens zonder succes. Het project begon zijn tol te eisen, de twee hebben uiteindelijk besloten voor plan B te gaan: een huurhuis in Amsterdam. “Er moet iets radicaals gebeuren willen wij weer op de koopmarkt treden”, concludeert Bas.

De gemeentelijke politiek kan best wat betekenen voor jonge mensen zoals Bas, die door willen stromen naar een gezinswoning. Ze kunnen organiseren dat er gebouwd wordt, waar dat gebeurt, en voor wie. Bouwen van nieuwe woningen is “in de eerste plaats een gemeentelijke en provinciale aangelegenheid,” aldus stadsgeograaf Cody Hochstenbach in zijn boek Uitgewoond. En over die aanpak wordt uiteraard verschillend gedacht. Zo vertelt PvdA-kandidaat Thijs de Bekker in Utrecht dat hij het belangrijk vindt dat woningen levensloopbestendig worden ingericht en “geen kleine hokjes” moeten zijn. D66-wethouder Verschuure noemt kleiner bouwen juist als een mogelijke oplossing om meer woonruimte te faciliteren. 

Hoge grondprijzen wakkeren enthousiasme voor betaalbare woningbouw niet bepaald aan

Een ander instrument dat de gemeente heeft: grondprijzen. Projectontwikkelaars krijgen nu vaak te maken met hoge grondprijzen, die enthousiasme voor betaalbare woningbouw niet bepaald aanwakkeren. Om ze tegemoet te komen zou de gemeente in sommige gevallen de grondprijs gewoon moeten verlagen, stelt De Bekker (PvdA) voor. 

Naast bouw faciliteren kan de gemeente ook zorgen dat woningen alleen gekocht kunnen worden door mensen die er ook zelf gaan wonen. Steeds meer gemeenten voerden de afgelopen jaren zo’n zelfbewoningsplicht in voor bepaalde woningen. Dat geldt dan voor woningen tot een bepaald bedrag, die limiet verschilt per gemeente.

We mogen dus best hoge verwachtingen hebben van onze gemeenten als het op de wooncrisis aankomt. Woningdelen, verkameren, grondprijs, hoeveelheid sociale huurwoningen, containerprojecten, en gewoon bouwen: het ligt bij de gemeente. 

Met medewerking van Lucca de Ruiter


STEUN NIEUW JOURNALISTIEK TALENT

Red Pers werd vijf jaar geleden opgezet door vier jonge en ambitieuze studenten en is inmiddels uitgegroeid tot een landelijk opleidingsplatform. Het is dé springplank naar een journalistieke carrière.

Wil je ons helpen het medialandschap te vernieuwen door jonge journalisten een stem te geven? Doneer dan nu een flinke kan koffie (€ 5,-), één maandje Zoomen (€ 15,-) of een ander bedrag. Bedankt!