Correspondent in Spanje: ‘Ik verveel me geen moment’

Beeld: Dion Mebius

De 27-jarige Dion Mebius maakte vorig jaar de overstap van Den Haag naar Madrid om aan de slag te gaan als correspondent Spanje, Portugal én Marokko. Drie landen die dicht bij elkaar liggen, maar totaal verschillend zijn. Redacteur Jacobien van der Kleij ging met hem in gesprek.

“Vorig jaar maart kwam ik samen met mijn vriendin aan in Madrid. Het was een vrij rustige periode, dus ik kon rustig wennen aan de Spaanse hitte en cultuur. In het najaar kwam pas de eerste écht grote uitdaging op mijn pad: verslag doen over de vulkaanuitbarsting op La Palma. Daar ben ik toen niet meteen naartoe gegaan. Met grote gebeurtenissen moet je jezelf afvragen: wat kun je daar journalistiek nog aan toevoegen? Verder dan foto’s kom je meestal niet. Ik vind het pas interessant worden als de uitbarsting is afgelopen. Daar begint je verhaal.”

Is het ingewikkeld om drie landen te verslaan?

“Ja, dat heeft nogal wat voeten in de aarde. Wat vooral lastig is, is dat de inwoners van mijn landen niet dezelfde talen spreken. Elke ochtend ben ik zo’n anderhalf uur bezig met de kranten lezen in drie talen. Dat houdt eigenlijk in: snel koppen lezen. Ik ben dan op zoek naar hele bijzondere verhalen of inspiratie voor reportages. Ik vraag me dan af: welke onderwerpen zijn interessant voor Volkskrantlezers? Hoe kan ik iets wat men nog niet over Spanje, Portugal of Marokko weet, interessant maken?”

“Ook denk ik na over de verschillende invalshoeken van waaruit ik kan schrijven. Joost de Vries’ correspondentschap beslaat heel Latijns-Amerika en Jeroen Visser doet verslag over vier landen. Mark Schenkel doet zowat heel Afrika in zijn eentje. Ik mag verder niet klagen.”

Waar let je op qua onderwerpen voor de krant?

“Er zijn thema’s die ik typisch Volkskrant vind, zoals ongelijkheid, armoede, vluchtingenproblematiek, economische ongelijkheid en klimaatverandering. Maar ik beperk me niet tot die thema’s. Ik schrijf ook over trends in context: zo gaat het drugsbeleid, dat ingevoerd is naar aanleiding van de enorme drugsproblematiek vanaf de jaren 70, de laatste jaren heel goed in Portugal. Kunnen wij daar in Nederland iets van leren?”

“Eind december schreef ik over een skipiste in de buurt van Madrid. Sinds de jaren 70 valt daar ongeveer een kwart minder sneeuw. Naast het verhaal, schrijf ik tegelijkertijd over de context: hoe er minder sneeuw valt in alle skipistes in Spanje door de opwarming van de aarde.”

Wat vind je zelf het leukst om over te schrijven?

“De onderwerpen waar ik over schrijf als correspondent zijn zo gevarieerd. Ik verveel me geen moment. De ene week doe ik verslag over hoe Marokko de weg van de legale cannabis inslaat, de volgende week over de discussie rond straatnaambordjes van het Franco-regime en een week later over de vleesvraat van Spanjaarden. Maar ik heb ook de ruimte om over een straatartiest te schrijven die gedwongen werd om van de Plaza Mayor in Madrid te vertrekken naar Lissabon.”

“Die kleine, curieuze en persoonlijke verhaaltjes zijn vaak het leukst om te vertellen en hebben de meeste directe impact. Zo kreeg ik direct een berichtje van El Spiderman Gordo (dikke Spiderman) nadat twee Nederlandse toeristen op hem af waren gestapt na het lezen van mijn artikel. Het persoonlijke contact dat je hebt met de ‘normale’ Spanjaard, Portugees of Marokkaan is naar mijn mening het leukst.”

‘Ik probeer altijd een persoonlijke invalshoek in mijn artikel te verwerken om het verhaal tastbaarder te maken voor de lezer’

Waar let je op als je schrijft?

“Wat merkt de gewone man of vrouw in het land van economische en politieke veranderingen? Die persoonlijke invalshoek probeer ik altijd in mijn artikel te verwerken om het verhaal zodoende tastbaarder te maken voor de lezer. Als ik bijvoorbeeld een economisch verhaal schrijf over olijventeelt, probeer ik daarin ook het verhaal van een boer te verwerken. Daarmee interesseer ik ook lezers die in eerste instantie misschien niet geïnteresseerd zijn in de olijventeelt, maar wel in het persoonlijke verhaal van die boer. ”

“Voordat ik de eerste concrete stappen zet, denk ik na welke mensen mij kunnen helpen. Zo kijk ik of mijn idee praktisch mogelijk is. In Marokko wordt het contact verlegd via een fixer, omdat ik zelf geen Arabisch spreek. Die contactpersoon maakt afspraken voor mij en helpt in het Arabisch in het contact met de autoriteiten, bijvoorbeeld.”

Hoe is het om te schakelen tussen drie talen?

“Het is leuk en gaat me redelijk goed af. Ik heb tijdens mijn studententijd een jaar in Madrid gewoond. Daar heb ik Spaans geleerd. Vijf jaar later ben ik begonnen aan Portugees. Als ik uit Portugal terugkom, merk ik dat ik woordjes Portugees door mijn Spaans hussel.”

“In Marokko is Arabisch de voertaal. In Noord-Marokko spreekt een deel van de bevolking nog wel Spaans, omdat het tot 1956 een Spaans Protectoraat was. Er wordt onder hoogopgeleide Marokkanen en oudere generaties ook Frans gesproken.”

‘Mijn mond staat nog niet naar het Frans, ik klink nog enorm Spaans als ik Frans spreek’

“Ik heb talen altijd heel leuk gevonden. Als je correspondent wil zijn is het denk ik ook belangrijk dat je een talenknobbel hebt. Je zult er naast Engels altijd een vreemde taal bij moeten leren. Naast het nieuws lezen, is taal altijd mijn grootste liefde geweest. Dat ik nu betaald krijg om een extra taal te leren, zoals Frans, is daarom éxtra leuk. Helaas staat mijn mond nog niet naar het Frans, ik klink nog enorm Spaans als ik Frans spreek.”

Zie je naast de taalverschillen ook cultuurverschillen tussen de landen?

“Een taal weerspiegelt het karakter van een volk. Ik merk dat Portugezen iets chiquer praten dan Spanjaarden. In het algemeen is een Spanjaard open, direct, luid en hebben ze hun mening klaar liggen. Niemand zal ervan opkijken als je in Spanje de gebiedende wijs gebruikt als je iets bestelt. Portugezen daarentegen zijn iets formeler en degelijker. Dat zie je dan ook terug in de communicatie. Portugezen praten met iets meer omlijsting en zijn daardoor minder direct.”

Wat zijn de verschillen tussen het coronabeleid van de drie landen?

“Spanje is het meest gedecentraliseerde land van Europa. Terwijl in Nederland in politiek opzicht alles in Den Haag bepaald wordt, kunnen de Spaanse autonome gemeenschappen in vergaande mate zelf dingen bepalen. Sommige gebieden hebben zelfs hun eigen belastingsysteem en politiekorpsen, zoals Baskenland.”

“Ook sommige coronamaatregelen mogen ze zelf bepalen. In Madrid is alles open en zijn er geen beperkingen, terwijl er in Catalonië strengere regels gelden. Portugal is wat voorzichtiger, omdat het in januari 2021 het hardst getroffen werd van alle Europese landen. Marokko heeft een heel streng beleid en sloot eind november de grenzen, mede om de druk op de gezondheidszorg zo laag mogelijk te houden.”

“Spanjaarden zijn verder niet coronasceptisch, die beweging is hier ontzettend klein. Dat heeft er vooral mee te maken dat de Spanje voor een Europees land relatief laat welvarend is geworden en er nog lang ziektes als polio voorkwamen. Een groot deel van de Spaanse samenleving heeft nog meegemaakt hoe verwoestend zulke ziektes kunnen zijn, en hoe goed vaccins ertegen werken. Zij weten dus dat vaccinaties geen onzin zijn.”

“Spanje, Portugal en Marokko zijn ontzettend interessante landen en het is altijd mijn droom geweest om correspondent te worden. Er komen vast weer andere dingen op mijn pad, maar tot die tijd ben ik hier nog wel even zoet.”

Met medewerking van Danielle Kliwon


STEUN NIEUW JOURNALISTIEK TALENT

Red Pers werd vijf jaar geleden opgezet door vier jonge en ambitieuze studenten en is inmiddels uitgegroeid tot een landelijk opleidingsplatform. Het is dé springplank naar een journalistieke carrière.

Wil je ons helpen het medialandschap te vernieuwen door jonge journalisten een stem te geven? Doneer dan nu een flinke kan koffie (€ 5,-), één maandje Zoomen (€ 15,-) of een ander bedrag. Bedankt!


Jacobien van der Kleij