De zorg loopt leeg: twee ex-verpleegkundigen over waarom zij stopten

Foto: Maud Fernhout

De zorg staat onder druk: naast het bestaande, structurele personeelstekort verlaten steeds meer mensen de sector. Zo ook ex-verpleegkundigen Laura* (28) en Marie* (48). “Het is een prachtig vak, maar op deze manier zijn er maar weinig mensen die het volhouden.”

Uit onderzoek van de FNV blijkt dat één op de vijf verpleegkundigen overweegt te stoppen. In 2021 verlieten 27000 medewerkers de zorg. Laura (28) was een van hen: ze verliet het ziekenhuis om te gaan werken als jeugdbeschermer. Het gebrek aan autonomie brak haar op.

“Ik ben op 1 januari begonnen met mijn baan als jeugdbeschermer, en ik heb het ziekenhuis eerlijk gezegd nog geen dag gemist. Op mijn zestiende ben ik in de zorg begonnen, ik had een bijbaantje in een verpleeghuis. Zo ben ik er een beetje ingerold: eerst deed ik MBO-verpleegkunde, daarna HBO. Tijdens mijn loopbaan heb ik het langste in de flexpool gewerkt, wat wil zeggen dat je op elke afdeling in het ziekenhuis werkzaam bent.

Alles moet bijgehouden, opgeschreven en afgetekend worden. Je moet lijstjes bijhouden waar ik het nut helemaal niet van inzie

“Ik merkte dat vrijwel iedere jonge collega tegen me zei: ‘dit ga ik absoluut niet mijn hele leven doen’. Dat is natuurlijk een hele zorgelijke tendens. De grootste reden dat ik ben gestopt, is omdat je als verpleegkundige eigenlijk niets zelf mag beslissen. Zelfs voor een paracetamol moet je nog een arts raadplegen. Was er een cliënt gevallen, dan moest ik bellen voordat ik iets kon doen. Dat duurt allemaal erg lang: vaak krijg je de arts niet meteen te pakken, en daarna moet diegene nog overleggen met zijn supervisor. Het komt vaak voor dat je niet meteen een antwoord krijgt, terwijl de patiënt zit te wachten met pijn. Super frustrerend om zo afhankelijk te zijn.

“Alles moet bijgehouden, opgeschreven en afgetekend worden. Je moet heel veel lijstjes bijhouden waar ik vaak het nut niet van inzie. Neem de ‘Delier Observatie Screening’, die je voor elke patiënt boven de 65 jaar moet invullen. Het is een lange lijst, waar je veel tijd aan kwijt bent. Als iemand helemaal niet verward binnengekomen is, dan snap ik niet waarom we zo’n score moeten bijhouden. Daarnaast moet je pijnscores uitvragen, drieduizend keer per dag vitale gegevens meten: het is allemaal dichtgetimmerd voor de inspectie, terwijl je je kan afvragen hoe relevant het daadwerkelijk is. Al het administratieve werk gaat ten koste van je tijd voor de patiënt.

“Om werk in de zorg aantrekkelijk te houden, denk ik dat het salaris omhoog moet. Ik verdien nu als junior jeugdbeschermer met nul jaar ervaring meer dan toen ik al tien jaar werkzaam was in het ziekenhuis. Zelfs nu ik geen weekenden, nachten of avonden meer werk. De verhouding is scheef, want verpleegkundigen werken ontzettend hard: op een gemiddelde avonddienst heb je wel acht patiënten onder je hoede die heel ziek zijn.

“En je taken zijn tijdsintensief: je moet verwarde patiënten geruststellen, complexe wonden verzorgen en antibiotica toedienen via een infuus. Ik had haast geen tijd meer om een gesprek te voeren met de cliënten, want alles moet rap. De ziekenhuizen liggen namelijk stampvol. Op een gegeven moment werk je niet meer prettig. Het is echt belangrijk dat er meer naar verpleegkundigen geluisterd wordt: dit is een prachtig vak, maar er zijn maar weinig mensen die het op deze manier volhouden.

Marie (48) liet zich vanwege de hoge werkdruk omscholen van endoscopie verpleegkundige tot medisch pedicure

“In totaal was ik 25 jaar werkzaam als verpleegkundige. Ik begon als twintigjarige aan de opleiding. Vooral uit nieuwsgierigheid: ik was wel benieuwd hoe het er in een ziekenhuis aan toe ging. Met name de technische handelingen vond ik ontzettend interessant. Sondes, zuurstof, een maagsonde inbrengen, katheteriseren: het was helemaal mijn ding. Ik werkte negentien jaar op de afdeling maag-, darm-, leverziekten. Hierna liet ik mij omscholen tot endoscopieverpleegkundige, en ging ik meer specialistisch te werk. Eerst deed ik dat ook in het ziekenhuis, en de laatste jaren werkte ik in een specialistisch behandelcentrum.

“Tien jaar geleden dacht ik voor het eerst: ‘ik wil misschien wel stoppen’. Door de pandemie is de gigantische werkdruk nu zichtbaar, maar in feite was die twintig jaar geleden even heftig. Ik heb tijdens mijn carrière buitengewoon veel mensen zien komen en gaan, en daar zaten veel goede verpleegkundigen tussen. Zonde, maar ook begrijpelijk.

“De werkdruk in het ziekenhuis is namelijk bizar. Zo was het daar de norm dat je iedere dag moest overwerken. We kregen ongeveer een kwartier tot een halfuur per patiënt. Je moet begrijpen dat daar meer bij komt kijken dan enkel de behandeling: je bouwt de kamer op, je controleert de medicatie en de apparatuur, de administratie moest gedaan worden, en ga zo maar door.

Op tv zien we hele gezellige artsen, en die zijn er ook wel. Maar ik heb ook te maken gehad met doktoren die helemaal niet zo aardig waren

“Er speelde meerdere factoren waardoor ik uiteindelijk gestopt ben. Iets waar ik veel last van had, was de hiërarchie in de zorg. Op tv zien we hele gezellige artsen, en die zijn er ook zeker wel. Maar ik heb ook regelmatig te maken gehad met doktoren die helemaal niet zo aardig waren. Verpleegkundig personeel wordt als minderwaardig behandeld.

“Om de situatie voor verpleegkundigen te verbeteren, moet de werkdruk omlaag. Zorgmedewerkers moeten meer tijd krijgen voor hun werk, zodat je genoeg aandacht vrij hebt voor de patiënt. Daarnaast denk ik dat het salaris flink omhoog moet. Het valt me op dat er vaak wordt gesproken over dat het salaris van de leraren omhoog moet, maar zij verdienen vaak wel zeshonderd tot duizend euro meer dan de gemiddelde verpleegkundige. Dat is een enorm gat. Zeker als je bedenkt welke grote verantwoordelijkheden het zorgpersoneel draagt.

“Er zijn zeker dingen die ik ga missen aan het werk. Het is fantastisch om hele zieke patiënten weer te zien opknappen, en om vertrouwen te winnen. Cliënten zeiden wel eens: ‘ik vond het zo gezellig op de afdeling, ik was haast vergeten dat ik voor een onderzoek kwam’. Dat is natuurlijk prachtig. Daarnaast ga ik het werken met mijn collega’s heel erg missen. Ik vond mijn baan heel lang super, dus ik heb veel geslikt. Maar ondanks alle mooie aspecten van het vak, woog het uiteindelijk helaas niet meer op tegen de negatieve kanten.”

*De namen van Laura en Marie zijn gefingeerd. De echte namen zijn bekend bij de redactie.

Met medewerking van Jan Tourkov


Steun ons!
Vond je dit een goede productie en wil je hier meer van zien? Steun deze redacteur met een kleine donatie voor een kop koffie (€ 2,50), een redactievergadering (€ 12,50) of een ander bedrag!

mm