De verbindende kracht van nationaal voetbal: “Wir sind wieder wer”

Beeld: Maud Fernhout Beeld: Maud Fernhout

Afgelopen december overleed Horst Eckel op 89-jarige leeftijd. In 1954 werd hij tegen alle verwachtingen in met het Duitse elftal wereldkampioen. Dit Wonder van Bern, zoals het werd genoemd, is exemplarisch voor de kracht van nationaal voetbal en heldendom, betoogt Danielle Kliwon.

Mijn boekenkast is vier meter breed en gevuld met fantastische literatuur. Fantasy en science-fiction, speculatieve fictie en meer. Onwerkelijke verhalen die zich afspelen op verzonnen werelden over onbestemde conflicten en mythische helden. Voor mij is het een vorm van escapisme, even wegdromen en me laten meeslepen door de archetypische Heldenreis. Een onbestemd gevoel van herkenning, aanzien en vooral solidariteit met een held die zich door tegenslagen een weg baant naar overwinning. Soms is die overwinning glorieus, soms tragisch en bitterzoet, maar altijd is het een heldendaad. Een triomf.

Wellicht dat ik daarom zo geobsedeerd ben door voetbal. In essentie niet meer dan een bal en een doel, maar tegelijkertijd is het ook een spel van helden. Van tegenslag en antagonisme, van transformatie en overwinning. In de ban, niet van een ring, maar een bal. De reisgenoten, niet negen, maar elf. En altijd is er die ene speciale speler, de held met de duizend gezichten.

Deze spelers waren niet alleen helden op het veld; sommige baltovenaren streden ook tegen sociale ongelijkheid. Zoals Johan Cruijff dat deed, onder meer via de Johan Cruyff Foundation, een stichting die sportactiviteiten voor kwetsbare kinderen ontwikkelt. De Braziliaanse voetballer Socrates was bij zijn club SC Corinthians medeoprichter van de Democratie van Corinthians, de idealistische beweging die zich verzette tegen de militaire dictatuur in het land. Maradona, de spelmaker die Argentinië in 1986 naar de wereldtitel leidde, gebruikte zijn podium om aandacht te vragen voor politieke kwesties, zoals het Israël-Palestina conflict. Ook Horst Eckel was zo’n held.

Het Wonder van Bern

Eckel groeide op in Vogelbach, een klein stadje vlakbij de grens met Frankrijk. Hij was een scharminkel, mager en niet al te lang. Onder toeziend oog van zijn oudere broer Hans mocht Eckel meevoetballen op het schoolpleintje vlakbij hun huis. Hij speelde tegen grotere en oudere jongens en leerde daar, ondanks zijn kleine fysiek, voor zichzelf opkomen. Met wilskracht en vechtlust. Na het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog en het overlijden van broer Hans in 1942, mocht Eckel van zijn ouders niet meer voetballen op het schoolplein. Hij was toen tien jaar oud en begon in huis te ballen. Tot groot ongenoegen van zijn moeder. Zij kon niet weten dat haar voetballende zoon twaalf jaar later een heldenstatus zou vergaren.

Naoorlogs Duitsland was een lamgeslagen en verdeelde natie, uiteengevallen in de Bondsrepubliek (West-Duitsland), de Duitse Democratische Republiek (Oost-Duitsland) en Saarland. De Duitsers waren uitgeteld en afgestompt, geknakt onder het juk van een verloren wereldoorlog waaraan de meesten slechts passief hadden geparticipeerd. Maar wegkijken is meedoen, dus verzoop het Duitse volk in schaamte en ongerechtvaardigde woede. Terwijl de wereld doordraaide, stond de tijd in Duitsland stil. Tot het Wonder van Bern.

Ten tijde van de oorlog verbood Joseph Goebbels, minister van Volksvoorlichting en Propaganda, interlands. Het West-Duitse team dat ruim tien jaar later in 1954 aantrad, met daarin onder meer Eckel, was daardoor niet erg bekend. Het elftal was in 1950 pas opgenomen door de FIFA en had niet veel wedstrijden gespeeld. Een paar krachtmetingen met neutrale landen en oud-bondgenoten, en een gespannen pot tegen een van de geallieerden, Frankrijk. Er werd met 3-1 verloren. De verwachtingen voor het toernooi waren laag en dit werd bevestigd toen Duitsland in de groepsfase met 8-3 verloor van titelfavoriet Hongarije dat toen al vier jaar ongeslagen was. Toch wist het team door Joegoslavië en Oostenrijk te verslaan de finale te halen, waar wederom het communistische Hongarije wachtte.

“Over! Over! Over! … Over! The game is over!’

“This is a great day, this is a proud day – let’s not be so presumptuous to think it would have to end successfully,” waren de woorden van de Duitse radiocommentator Herbert Zimmerman toen aanvaller Puskas de Duitsers al na zes minuten op achterstand zette. Net als het merendeel van het volk had hij er geen vertrouwen in. Duitsland stond na tien minuten 2-0 achter, maar het team onder leiding van aanvoerder Firtz Walter en Horst Eckel knokte zich in een wervelende eerste twintig minuten terug naar 2-2. Het vertrouwen van de Duitse spelers groeide, tegelijkertijd dat van Zimmerman. “GOAL!! GOAL!! GOAL!! GOAL!! … Goal for Germany! … Call me crazy, call me mental,” schreeuwde hij live op de radio toen Rahn in de zesentachtigste minuut scoorde. “Over! Over! Over! … Over! The game is over!” Duitsland wereldkampioen, wie had dat gedacht?

At the final whistle, we knew we were world champions. But we didn’t realize what that meant to the people back home until we stepped on German soil again,” zou Eckel later zeggen. De spelers werden als helden onthaald. Voor het eerst hadden de Duitsers weer een reden om collectief trots te zijn, op hun voetballers, op hun land, op zichzelf. Kapitalisme zegevierde over communisme en de Duitse vlag kon eindelijk weer gehesen worden. Het elftal had Duitsland weer een gezicht gegeven. Eckel zag zichzelf nooit als held, maar dat was hij volgens de Duitsers wel. Mede dankzij hem kon er worden gejuicht, konden Duitsers voorzichtig weer gevoelens van nationalisme uiten. “Deutschland, Deutschland über alles,” werd er gezongen, ditmaal zonder de wrange nasmaak van oorlog en agressie. Het was de bevrijding van de naoorlogse onderwerping. Één land, één volk, verbonden.

Voetbal verbindt

Komende winter is er weer een wereldkampioenschap, weer een kans voor helden om op te staan. Nieuwe Horst Eckels. En dat is wel nodig in de tijd waarin we leven. Volle huiskamers en schreeuwen naar de televisie, Braziliaanse toestanden en Oranjegekte. Terug naar toen en weg van het nieuwe normaal. Is dat te veel gevraagd?

De kloof tussen arm en rijk groeit, het maatschappelijke schisma ook. De zonde van verdeeldheid is onontkoombaar en we verlangen naar een hechtere samenleving. Maar hoe valt zo’n kloof te overbruggen als die slechts bestaande verdeeldheid blootlegt? Prinsenvlaggen, fascisme, paraplu-revolutie, dictatuur, complottheorieën en ‘pedo nazi’, zoals op de deur van een oud-minister werd geklad. We weten het allemaal beter, maar niemand weet het echt. We zijn een verdeeld land, maar voetbal verbindt.

Voetbal is ontsnappen aan de oppressie van het dagelijks leven

Negentig minuten lang anarchie en de bevrijding van zogenoemde beschaving. Voetbal is ontsnappen aan de oppressie van het dagelijks leven, waarbij de verzuiling van een gefragmenteerde maatschappij plotseling niet meer van belang is. Over de vaccinatiestatus van Matthijs de Ligt en het complotgeleuter van Wappie Wout werd uitgebreid geschreven, maar wat deed het er eigenlijk toe toen het team de groepsfase van het afgelopen EK als groepswinnaar afsloot? We stonden op advies van het RIVM ratelend voor de buis en deelden schreeuwend vanaf het balkon onze vreugde met de buren. Nederland werd in de knock-out fase uitgeschakeld, maar iedere heldenreis kent tegenslag voor beloning. In Qatar wacht wellicht een herkansing.

Als land lijken we ook de heldenreis te hebben afgelegd. Misschien dat voetbal het elixer is dat we nodig hebben. Een nieuw Wonder van Bern om mensen verder te doen kijken dan verschil, verdeling en scheiding. Eén land, één volk, één Oranje. Of is dat te nationalistisch?

“Wir sind wieder wer,” werd er gezegd na de Duitse overwinning. We zijn weer iemand. We doen weer mee.

Met medewerking van Caïne Roland


STEUN NIEUW JOURNALISTIEK TALENT

Red Pers werd vijf jaar geleden opgezet door vier jonge en ambitieuze studenten en is inmiddels uitgegroeid tot een landelijk opleidingsplatform. Het is dé springplank naar een journalistieke carrière.

Wil je ons helpen het medialandschap te vernieuwen door jonge journalisten een stem te geven? Doneer dan nu een flinke kan koffie (€ 5,-), één maandje Zoomen (€ 15,-) of een ander bedrag. Bedankt!