Gemengd voetbal wint terrein: ‘Er is duidelijk behoefte aan’

Beeldredacteur: Sophie Neuvel

Vanaf dit seizoen zijn gemengde voetbalteams ook op het hoogste amateurniveau toegestaan. Gastredacteur Sebas van Aert sprak oud-voetbalster en filosoof Martine Prange over wat dit zegt over emancipatie in de sport, en daarmee over de Nederlandse samenleving.

De KNVB noemde het een ‘historisch moment voor het amateurvoetbal in Nederland én wereldwijd.’ Vrouwen mogen vanaf dit seizoen voor het eerst meevoetballen met de mannen in de A-categorie. Hieronder vallen zowel de eerste elftallen als de hogere tweede teams. Voorheen bestond de mogelijkheid tot gemengd voetbal alleen bij de jeugdteams of laag spelende seniorenteams.

Martine Prange ziet een trend in de gehele sportwereld, waarbij mannen en vrouwen steeds vaker samen in één team zitten. Ze verwijst onder meer naar de Spelen in Tokio; daar waren bij de sporten triatlon, zwemmen, atletiek en judo voor de eerste keer speciale onderdelen ingericht voor gemengde ploegen. Ook tijdens de Winterspelen in Peking staan er nieuwe nummers op het programma die zijn bedoeld voor gemengde teams. Er bestaat volgens Prange een “enorme behoefte aan inclusiviteit en diversiteit.” Het besluit van de KNVB is in die context dan ook niet meer dan logisch.

Er wordt weleens gezegd dat gemengd voetballen alleen van toegevoegde waarde is voor talentvolle vrouwen en meisjes. Wat vind je daarvan?

“Gemengd voetballen, of sporten in bredere zin, is voor zowel jongens als meisjes een manier om te leren dat ze gelijk aan elkaar zijn. Nog te vaak hoor je dat jongens zich moeten schamen als ze verliezen van een meisje, met als achterliggend idee dat meisjes slapper zijn dan jongens. Ook thuis of op school worden kinderen nog met clichébeelden van gender opgevoed.

Door samen te sporten ervaar je een bepaalde gelijkwaardigheid en leer je dat deze stereotypes niet waar zijn. Je gaat elkaar als mens zien. Dit resulteert hopelijk in meer respect voor en minder geweld tegen vrouwen. Bovendien is het onzin dat het ten koste zou gaan van prestaties. Diversiteit maakt kwaliteit beter. Dat geldt op de werkvloer zo, dus waarom niet op het veld?”

Hoe kan het dan dat we mannen en vrouwen op profniveau nog niet samen zien voetballen?

“De commerciële belangen zijn enorm in het profvoetbal. Clubs zoeken daarom spelers die niet alleen technisch en tactisch goed zijn, maar ook veel snelheid en kracht hebben. Hoewel het tactisch inzicht en de techniek van een vrouw helemaal niet onder hoeven te doen voor die van een man, leggen zij het fysiek – zeker op professioneel niveau – toch af tegen mannen.

‘In de afgelopen tien jaar is er meer gebeurd dan in de voorgaande vijftig jaar’

Profclubs sluiten echter niets uit. Zolang vrouwen kwaliteit toevoegen aan het team is het prima. Het zou dus moeten kunnen. Tegelijkertijd moeten we ook niet vergeten dat er binnen de sport al heel veel is gedaan op het gebied van inclusiviteit. In de afgelopen tien jaar is er meer gebeurd dan in de voorgaande vijftig jaar.”

Heeft het Nederlandse voetbal een voortrekkersrol op het gebied van vrouwenemancipatie?

“Tegenwoordig wel, maar dat heeft het lang niet gehad. Het Nederlandse voetbal is altijd een ontzettend conservatieve tak van sport geweest, waar vrouwen actief van werden geweerd. Toen Vera Pauw in 2004 als bondscoach aan het roer kwam, heeft ze het daarom ook niet makkelijk gehad. Desondanks heeft ze heel veel voor elkaar gekregen.

Het is pas echt opengebroken door de prestaties van het Nederlands vrouwenelftal onder leiding van Sarina Wiegman. Op dat moment werd het opeens interessant voor de KNVB, omdat dat natuurlijk een commerciële instelling is. De bond is toen gaan inzien dat er veel groeipotentie zit in het vrouwenvoetbal. Dit in tegenstelling tot het mannenvoetbal, dat zijn plafond al had bereikt. De focus is daarom verlegd.

Sindsdien staat het Nederlandse vrouwenvoetbal – samen met het vrouwenhockey in the picture als het gaat om gendergelijkheid. Deze ontwikkeling is echter volledig door vrouwen bewerkstelligd en niet door mannen. In dat opzicht is de KNVB gewoon niet zo’n moderne organisatie.”

Is deze verandering ook een signaal dat we als land inclusiever worden?

“Ja, dat lijkt me wel. In Nederland sport en beweegt zo’n 70% van alle mensen. Het is daarmee veilig om te stellen dat sport de graadmeter van de Nederlandse samenleving is. Dit geldt evenzeer voor voetbal, dat als grootste sport een belangrijk deel van de maatschappij uitmaakt.

‘Sport is een goed instrument voor emancipatie’

Je ziet bijvoorbeeld dat gender- en queerdiscussies vaak doorsijpelen naar de sport. Dit komt doordat sport een goed instrument is voor emancipatie. Hier ervaren mensen gelijkwaardigheid, wat doorgaans sterker is dan er slechts over te praten.

We gaan dus als land de goede kant op als het gaat om vrouwenemancipatie, maar om nu te zeggen dat Nederland een gidsland is, gaat me een brug te ver. We zien onszelf als tolerant en progressief vanwege ons drugs- en prostitutiebeleid, maar als we kijken naar onze gendergelijkheid, valt dat vies tegen. Dit blijkt ook uit het laatste ‘Global Gender Gap Report’ van het World Economic Forum. Nederland staat qua gendergelijkheid op plek 31, achter landen als Rwanda en Nicaragua. Dan kun je volgens mij niet zeggen dat we goed bezig zijn.”

Met medewerking van Pleun Brink.


Steun ons!
Vond je dit een goede productie en wil je hier meer van zien? Steun deze redacteur met een kleine donatie voor een kop koffie (€ 2,50), een redactievergadering (€ 12,50) of een ander bedrag!