Verdwaald in het onderwijslabyrint: waarom deze nieuwe wet tot nóg meer segregatie leidt

Foto: Moren Hsu (Unsplash)

Skiles op school, je eigen ‘leerroute’ kiezen of een school bestemd voor studenten met Afrikaanse roots: bedenk het zo gek en de overheid is onder voorbehoud bereid het te financieren. Een wetswijziging in artikel 23 over de vrijheid van onderwijs maakt dat mogelijk.

De titel verklapt de gedachte achter de wetswijziging die in 2020 door de Eerste Kamer werd aangenomen: Meer Ruimte voor Nieuwe Scholen. Kiezen uit een aantal bestaande richtingen, zoals een christelijke, montessori of vrije school is niet meer van deze tijd, zo besloot de politiek. Het beoogde resultaat: een pluriformer onderwijssysteem. Maar die pluriformiteit heeft een keerzijde. Diverse onderzoeken waarschuwen dat de wet zal leiden tot toenemende segregatie in een land dat een van de meest gesegregeerde onderwijssystemen van de Westerse wereld heeft. 

De wetswijziging is het resultaat van een gecombineerde inspanning van de VVD – die meer marktwerking in het onderwijs wilde om zo de kwaliteit te verhogen – en de ChristenUnie, die hoopte de ruimte voor christelijke scholen veilig te stellen. Sinds afgelopen november is duidelijk wat die inspanning heeft opgeleverd: bijna twintig nieuwe islamitische basis- en middelbare scholen, enkele streng protestantse scholen en een stortvloed aan ‘vernieuwende’ onderwijsconcepten waarvan nog moet blijken of hun gouden beloftes werkelijkheid worden. Dat het onderwijslandschap pluriformer wordt, valt dus niet te ontkennen.

Of je nou bankier, idealistische ouder of gefrustreerde leraar bent; zolang je een plan en genoeg ouderverklaringen, hebt kun je van start

Iedereen die dat wil, kan nu een school stichten, ook zonder onderwijservaring. Of je nou bankier, idealistische ouder of gefrustreerde leraar bent; zolang je een onderwijsplan hebt en genoeg ouderverklaringen weet te verzamelen, kun je van start. Uit gesprekken met bestaande schoolbesturen in de regio moet vervolgens blijken of het nieuwe onderwijsconcept een gat opvult dat niet door gevestigde scholen kan worden opgevangen. Daarna controleert de inspectie of de school voldoet aan een aantal basisvoorwaarden op het gebied van rekenen, taal en burgerschap en na enkele jaren volgt een evaluatie. 

Hadden we dan in Nederland zo weinig keus? Nee, zegt journalist Anja Vink, die zich al meer dan twintig jaar specialiseert in het onderwijs. “Er was al een markt in het onderwijs. Scholen zijn een soort door de overheid gesubsidieerde bedrijven geworden die met elkaar concurreren. Dat ging al niet geweldig, maar nu komt daar ook nog eens een flink aantal scholen bij, waardoor dat effect versterkt wordt.” Met, volgens Vink, negatieve gevolgen voor het Nederlandse onderwijs: “Het is maar de vraag of de nieuwe scholen daadwerkelijk kwalitatief goed zijn. Zoiets valt nauwelijks op voorhand te controleren. En daarnaast maak ik me zorgen over de toename in segregatie die dit nieuwe systeem kan veroorzaken.”

Het primaat van de bakfietsouder

Een nieuwe school kan door de veranderde wetgeving ook een bedrijf zijn dat een onderwijsconcept ‘vermarkt’. Hierdoor kunnen scholen overheidssubsidie ontvangen én winst maken, hoewel dat laatste niet het voornaamste doel mag zijn. De IKC Cadans-basisschool is een voorbeeld van een school die ouders verleidt met een nieuw concept. Twee weken voor de deadline hebben de initiatiefnemers geprobeerd stemmen te werven door een bakfiets te verloten onder ouders. “Het symbool bakfiets zegt al genoeg,” grinnikt Anja Vink. “Dit is de witte middenklasse ouder, die op zoek is naar een hip schoolconcept.”

Meer toetreders tot het onderwijslandschap veroorzaken vrijwel altijd meer segregatie

In een onderzoek van SEO Economisch Onderzoek wordt het segregatie-effect verder toegelicht: “Gemakkelijkere toetreding door kleinere scholen leidt tot scholen voor specifieke doelgroepen”. Daaraan voegen de onderzoekers toe dat de doelgroep en locatie voor initiatiefnemers een belangrijke strategische keuze is: toetreders richten zich vaker op kansrijke buurten en doelgroepen. Ook kiezen hoogopgeleide ouders actiever en daardoor vaker voor een nieuwe school. Meer toetreders tot het onderwijslandschap veroorzaken zo vrijwel altijd meer segregatie, concluderen zij. 

Danny Hopman, een van de initiatiefnemers van basisschool De Wereldbol in Almere, ziet de mogelijke segregatie binnen het nieuwe systeem niet als een probleem: “In een vrijemarkteconomie moet je ruimte creëren voor verschillende vormen van onderwijs. Ik verwacht niet dat de wet segregatie in de hand werkt, simpelweg omdat ouders altijd zullen kiezen voor een school waarvan zij denken dat deze het best aansluit bij hun belangen. Dat was in het oude systeem ook zo.”

Met veel enthousiasme vertelt Hopman over zijn initiatief. Op basisschool De Wereldbol zal worden gewerkt met ‘landenonderwijs’: een geheel nieuw idee, waarbij alle leerlingen worden opgedeeld in landen. “Kinderen in groep 3 die bijvoorbeeld worden ingedeeld in Turkije zullen zich bezighouden met thema-activiteiten als kleurplaten van moskeeën maken, Turks voedsel eten, en het bespreken van bepaalde gewoontes. Dat verschilt dan per groep. Uiteindelijk is het de bedoeling dat de kinderen in groep 8 instromen in de Verenigde Naties.” Over de mogelijkheid dat kinderen wellicht in stereotypes vervallen, maakt Hopman zich weinig zorgen: “Wij verwachten dat dat wel meevalt, omdat we ze met verschillende culturele achtergronden in aanraking laten komen. Bovendien moeten ze in groep 8 een consensus vinden.”

Het voortdurende pionieren binnen het onderwijs, zoals bij basisschool De Wereldbol, leidt vaak tot verlies van publiek geld, stelt Anja Vink. “Ouders lopen veel achter nieuwe modes aan: zo heb je de hype rondom bewegen in het onderwijs, iPad-onderwijs, of het streven om van kinderen ‘wereldburgers’ te maken. Soms blijken dergelijke initiatieven na een paar jaar niet levensvatbaar te zijn, of is de kwaliteit ondermaats. En dan worden die ouders boos.”

Een school sluiten omdat de kwaliteit onvoldoende is, gebeurt in Nederland vrijwel nooit. “Dat zou absoluut vaker moeten gebeuren,” vindt Vink. “Er zijn scholen die baggeronderwijs leveren. En dat gaat echt niet alleen over sommige islamitische scholen die veel in het nieuws zijn geweest, daar zitten ook openbare scholen en christelijke scholen tussen. Maar op de een of andere manier is de vrijheid van richting zo belangrijk dat dit een taboe is.”

Als over een paar jaar blijkt dat het Nederlandse onderwijssysteem enorm is gesegregeerd, is het eigenlijk al te laat. Deze lichting scholen is dan al begonnen: leerlingen voelen zich er thuis en ouders voelen zich bevoorrecht. En zodra iets wordt ervaren als een recht, is het vrijwel onmogelijk om dat terug te draaien.

Met medewerking van Jan Tourkov


Steun ons!
Vond je dit een goede productie en wil je hier meer van zien? Steun deze redacteur met een kleine donatie voor een kop koffie (€ 2,50), een redactievergadering (€ 12,50) of een ander bedrag!

Latest posts by Lucca de Ruiter (see all)