Nederland, wijnland

Beeld: PictureBar | Wijnhoeve de Kleine Schorre

Wie aan wijn denkt, denkt meestal aan landen als Frankrijk, Spanje en Italië. Toch begint Nederland steeds meer op een wijnland te lijken.

Ons land telt zo’n 170 wijnboeren, die allemaal hun eigen verhaal hebben. In het Zeeuwse Dreischor, een klein ringdorp op het eiland Schouwen-Duiveland, ligt hoeve de Kleine Schorre. Wijnboer Johan van de Velde (38) besloot hier twintig jaar geleden zijn akkers om te ruilen voor wijnranken en verdubbelde daarmee zijn oppervlakte naar twaalf hectare. Met meer dan 54.000 stokken is zijn wijngaard een van de grootste wijnbedrijven van Nederland.

Dat ging niet zonder slag of stoot, betoogt hij. Net als zijn vader, zijn opa en de vele generaties daarvoor, verbouwde hij aardappelen, uien en spruitjes op dit land. Het idee van wijn maken was nooit bij z’n familie opgekomen. “Oorspronkelijk was dit een landbouwbedrijf,” vertelt Van de Velde. “Mijn vader klaagde regelmatig bij onze buurman. Hij vond dat de toekomst er niet bepaald rooskleurig uitzag. Maar na een halve fles jenever werd hij door de buurman overgehaald om zich te gaan verdiepen in wijnbouw,” blikt Van der Velde terug.

‘Ver buiten mijn comfortzone’

Niet gehinderd door enige kennis besloot Van de Velde in 2001 om vier druivenrassen in de kalkrijke Zeeuwse grond te plaatsen. Inmiddels is er twaalf hectare aangeplant met uitsluitend witte rassen als Pinot Gris, Pinot Blanc, Rivaner en Auxerrois. “Deze rassen sluiten perfect aan bij de lokale producten, zoals vis, kreeft en mosselen,” zegt hij opgetogen. “Bovendien leveren ze krachtige, frisse witte wijnen op. Daar komt bij dat rode wijn qua klimaat lastiger te verbouwen is.”

“Groter is niet altijd beter”

Met nog twee hectare extra heeft de wijngaard zijn limiet bereikt, geeft Van de Velde aan. “De agenda zit dan vol. Het is hard werken,” zegt hij. “Groter is niet altijd beter. We leven misschien in een wereld van massaproductie, maar we moeten het van onze kwaliteit hebben. Anders kunnen we het niet verkopen.”

Er bestaan best veel vooroordelen over Nederlandse wijnen, benadrukt de wijnboer. “Wijnbouw in Nederland kan volgens de kenners niet. ‘Het is vaak te zuur en te duur,’ zeggen ze dan.” Met andere woorden: als Nederlandse wijn wordt geproefd, dan wordt ‘ie wat kritischer beoordeeld dan bijvoorbeeld de Chardonnay uit Frankrijk, vervolgt hij. “Daarom is het zo ontzettend belangrijk dat we voortdurend de kwaliteit van onze wijnen in de gaten houden. We houden onze kring klein en besteden zo weinig mogelijk uit.”

Mensenwerk

Van de Velde is veel aan het werk; dag in dag uit, tussen de wijnranken. “Het is een ambacht, geen kunst. En hoe groter we worden, des te groter het risico,” benadrukt Van de Velde.

Om goede wijn te maken, moest hij in de leer gaan. Dankzij de buurman kwam Van de Velde in contact met wijnhoeve Cep d’Or in Luxemburg, het familiebedrijf van Johny en Jean-Marie Vesque. “Wijnboer Jean-Marie Vesque heeft mij, net alsof ik z’n eigen kind was, heropgevoed. Daar heb ik de kneepjes van het vak geleerd. Ik kwam binnen zonder enige kennis van een wijnstok.”

Ironisch genoeg was het eerste dat hij vroeg bij aankomst in de wijnhoeve of hij een pilsje mocht. “Die opmerking blijft me tot de dag van vandaag achtervolgen,” zegt Van de Velde lachend. “Sindsdien ben ik een wijndrinker. Hoewel een biertje op z’n tijd ook wel eens lekker is.”

Zeeland als wijnstreek

Dreischor is een van de zonrijkste plaatsen in Nederland, geeft de wijnboer aan. “Deze plek heeft bijna 200 zonuren meer dan de rest van ons land. Daarbij is de zonintensiteit hier hoger.” Dit laatste omdat de lucht die vanuit de zee komt schoner is, legt Van de Velde uit. 

“Het enige waar we bang voor hoeven te zijn, is de zeespiegelstijging,” zegt hij met een knipoog. “Of extremen als regenval of hagelstenen in de vorm van pingpongballen. Dat is niet goed.”

“Druiven houden niet van natte voeten”

De kalk in de bodem komt van de grote hoeveelheid schelpen, die door zeearm de Gouwe is achtergelaten, wat weer resulteert in een goede vochtdoorlatendheid. Door het zeeklimaat is de kans op nachtvorst klein, hagel maken ze zelden mee en er valt relatief weinig neerslag. Dat lijkt misschien lastig, maar volgens Van de Velde is het juist een groot voordeel gebleken. “Het is een ideale plek om druiven te laten groeien en rijpen,” voegt hij eraan toe. “Druiven houden namelijk niet van natte voeten.”

Niet alleen rijpen de wijnen in een authentieke zwart geteerde schuur uit 1735, een van de oudste gebouwen in de omtrek, ook bezit De Kleine Schorre een camping, proeflokaal en winkel, waar lokale producten worden verkocht. “Zo brengen we de bezoekers dichter bij ons verhaal. Want het is écht een strijd om in Nederland een mooi glas wijn te maken, neem dat maar van mij aan.” De wijngaard levert naar zo’n 200 vaste afnemers door heel Nederland.

“Er is een markt in Nederland die weinig concurrentie kent”

Wanneer gevraagd wordt naar zijn beweegredenen om een wijnboer in Nederland te worden, terwijl hij ‘afkeek’ bij zijn zuiderburen, heeft Van de Velde zijn antwoorden snel klaar. “We zitten hier toch. Het klimaat en de grond zijn goed. Bovendien is er een markt in Nederland die weinig concurrentie kent. In Frankrijk word je in de eerste dertig jaar weggepest. Dan krijg je te horen: ‘die Nederlanders bakken er toch niks van’. Hier hebben we vrij spel.”

Wijnboer Johan van de Velde aan het werk

Een mooie nazomer

In Nederland is het oogstseizoen inmiddels afgelopen. De wijngaard ziet er verlaten uit, ondanks de mooie herfstkleuren. Normaliter is het oogstseizoen rond oktober, vertelt de wijnboer. “Maar de afgelopen drie jaar werden we verwend met de zogeheten ‘vroege jaren’, waardoor we in september al konden beginnen met oogsten.”

Ook dit jaar kende september een mooie nazomer. “Dat is juist een belangrijke periode voor de afrijping van de druiven. Doordat het zoveel waait in Zeeland, hebben we ook niet zo’n hoge schimmeldruk. De meningen hierover zijn verdeeld, maar toch vind ik dat wij een goed jaar hebben gehad,” zegt Van de Velde.

Dure hobby of commercieel succes?

Nederland telt momenteel tussen de 250 en 300 hectare aan wijnbouw, die weer verdeeld zijn over 170 wijnboeren. “Het merendeel is klein en doet dit erbij. Naast ons telt Zeeland vijf wijnboeren die allemaal de rond de één hectare grond beheren. Vergelijk dat nou eens met Elzas, een van de kleinste wijngebieden in Frankrijk met maar liefst 11.000 hectare. We zijn nog steeds een kleine speler. Dus of Nederland een wijnland is? Nee, nog niet. Maar we mogen wel trots zijn.”

Boven alles was het zijn droom om het boerenbedrijf van zijn ouders over te nemen. “En ik denk dat het min of meer gelukt is,” sluit hij. “Want wijn maken in Nederland is nog steeds uniek.”

Met medewerking van Lucca de Ruiter


Steun ons!
Vond je dit een goede productie en wil je hier meer van zien? Steun deze redacteur met een kleine donatie voor een kop koffie (€ 2,50), een redactievergadering (€ 12,50) of een ander bedrag!