‘Padel heeft een gouden toekomst in Nederland’

Uriël Maarsen. Beeld: Joep van Meyel

Redacteur Joep van Meyel sprak Uriël Maarsen, al drie jaar op rij nationaal kampioen padel. ‘Als een soort Columbus’ baant hij de weg voor een sport in opkomst. “Soms is dat best frustrerend, maar de toekomst ziet er goed uit.”

Padel is een van de hardst groeiende sporten van Nederland. Maarsen: “Veel mensen noemden het eerst nog een hype, maar dat stadium zijn we inmiddels echt wel voorbij.” De sport, die invloeden heeft van tennis en squash, was een van de weinige sporten die tijdens de lockdown nog gespeeld kon worden. Het wordt namelijk altijd met vier mensen gespeeld. Combineer dit met een relatief lage instapdrempel en je hebt een formule voor succes.

Valse start

In 2006 werd padel in Nederland geïntroduceerd. Oud-toptennisser Raemon Sluiter moest het boegbeeld worden. Dit werd geen succes. “Er kwamen padelbanen en de betere tennissers uit de buurt, waaronder ik, werden benaderd om de sport te promoten,” vertelt Maarsen, “maar men was sceptisch.” Men keerde terug naar de tennisbaan en padel ging in een diepe winterslaap. 

Nu is alles anders. De padelbanen schieten als paddestoelen uit de grond en Maarsen voert de Nederlandse ranglijst aan. Toen Maarsen in 2014 per toeval weer op een padelbaan belandde raakte hij verslaafd. “Dat ging van een, twee, drie keer per week spelen naar zo vaak als ik kon”, vertelt hij. Maarsen haalde zijn inspiratie uit Spanje, waar de sport ontzettend groot is. Met behulp van YouTube-video’s van Spaanse padelspelers leerde hij de fijne kneepjes van het vak. “De jongen met wie ik toen vaak speelde kon Spaans en zo konden we veel leren van die filmpjes.” 

Uriël Maarsen. Beeld: Joep van Meyel

Meedoen aan de top

Al het oefenen wierp zijn vruchten af. Een paar maanden later werd Maarsen gevraagd om een weekend met het Nederlands team mee te spelen. “Ik had vanuit tennis het hoogste niveau dus ik kon redelijk snel aanhaken. Het was vooral trainen op een andere mindset.” Het duurde niet lang voordat Maarsen bij de elite van het Nederlandse padel hoorde en zijn heil in het buitenland moest zoeken om zich verder te ontwikkelen. Bestemming: Spanje.

Daar belandde Maarsen weer met beide benen op de grond. “Dan sta je ineens tegenover de wereldtop en vliegen de ballen je om de oren,” vertelt hij lachend. Na een stroeve start lukte het Maarsen uiteindelijk om mee te komen met de beste spelers ter wereld. Zijn potentie bleef ook in Spanje niet onopgemerkt, maar hij had niet de financiële middelen om continu in het buitenland te blijven. Ondertussen begon de sport in Nederland aan een voorzichtige opmars.  

Na een aantal korte trainingsperiodes in Spanje werd Maarsen in 2017 door Bram Meijer gebeld. “Bram was door een sponsor benaderd en hij vroeg of ik met hem mee wilde om voor een langere tijd in Spanje te trainen.” Hier hoefde Maarsen niet lang over na te denken. Zo startte een periode waarin hij samen met Meijer af en aan in Spanje was. Daar trainden ze en speelden ze wedstrijden, in Nederland verzorgden ze trainingen en clinics om bij te verdienen. Tussendoor werden ze ook nog meermaals Nederlands kampioen én zetten ze de lerarenopleiding op. Door aflopende sponsorcontracten en een naderende lockdown kwam het traject in Spanje ten einde. 

Geen vetpot

Inmiddels heeft Maarsen gespeeld met de wereldtop en is hij al drie jaar op rij Nederlands kampioen. Ziet hij dat terug in portemonnee? Dat niet. Maarsen: “Die twee jaar in Spanje waren een geweldige ervaring, maar alleen de kosten werden gedekt.” Waar hij zich in Spanje op zijn eigen ontwikkeling kon richten heeft hij, mede door de lockdown, de afgelopen twee jaar vooral training gegeven. “De verhouding training geven en zelf trainen is volledig omgedraaid, maar financieel is het een stuk aantrekkelijker,” knipoogt Maarsen. 

Toch verlangt Maarsen terug naar het profcircuit, geeft hij toe. “Het is continu een balans vinden tussen inkomen en eigen ontwikkeling, dat is soms frustrerend. Hoewel ik het hartstikke leuk vind om training te geven, zou ik me eerst op mijn profcarrière willen focussen. Kijken wat erin zit.” Leven van een profbestaan lijkt hoe dan ook moeilijk. Maarsen: “Alleen de top tien van de wereld heeft een goed inkomen. Andere spelers kiezen er soms zelfs voor om bij hun ouders te wonen om er nog iets aan over te houden.” 

Uriël Maarsen. Beeld: Joep van Meyel

Een ander obstakel is dat het pad voor professionele padelspelers in Nederland nog nooit eerder is bewandeld. Maarsen erkent dat deze pioniersrol soms lastig is, maar haalt er ook iets positiefs uit. “Je gaat toch als een soort Columbus te werk,” vertelt hij trots, “de ene keer kom je op een mooie plek terecht, de andere keer is het niks. Maar door onze ervaringen kan het professionele padel in Nederland groeien.” 

Maarsen ziet dan ook een rooskleurige toekomst. Want waar de pandemie zijn persoonlijke ontwikkeling heeft belemmerd, heeft het de sport in Nederland wel in de lift gezet. En daar plukt Maarsen de vruchten van. “Door de toename in populariteit wordt de sport steeds aantrekkelijker voor sponsors. Daarbij worden er steeds meer toernooien in Nederland georganiseerd waar de Europese top op afkomt.”

Padel mag dan een gouden toekomst hebben, voorlopig is Nederland nog te klein voor een fulltime professionele speler. Dat besef leeft ook bij Maarsen. “Als alles weer mag ga ik in het buitenland een nieuwe poging wagen om de top te bereiken.”

Met medewerking van Jan Tourkov


Steun ons!
Vond je dit een goede productie en wil je hier meer van zien? Steun deze redacteur met een kleine donatie voor een kop koffie (€ 2,50), een redactievergadering (€ 12,50) of een ander bedrag!

Joep van Meyel
Latest posts by Joep van Meyel (see all)