De eerste dag

Foto: Judith Glimmerveen

Veel jongeren zijn in coronatijd in een kantoorbaan gerold, zonder dat kantoor ooit van dichtbij te hebben gezien. Chef eindredactie Pleun Brink ging er onlangs, na een jaar thuiswerken, voor het eerst heen. En ondanks dat dat flink wennen was, kijkt ze niet uit naar het binnenkort weer aangescherpte thuiswerkadvies.

Zodra ik na het douchen mijn berenbadjas met lila Crocs heb aangetrokken, dringt het tot me door dat ik daar niet mee ga wegkomen. Vandaag niet. Ook een hoodie met legging of oversized mom jeans lijkt me niet representatief genoeg. Wat trekken mensen eigenlijk aan als ze naar buiten gaan? Ik houd het simpel: een grijze kabeltrui en een skinny jeans. Maar wél met mijn favoriete AirMax.

Om ochtendstress te voorkomen heb ik de reis de avond van tevoren al gepland. Hoewel ik niet bepaald naar de andere kant van het land moet, maar gewoon met de tram ga, zit er toch een overstap tussen waar ik een beetje gespannen over ben. Wel heb ik rekening gehouden met vijftien minuten speling, in de hoop dat ik daar nog tijd heb om koffie te halen.

Gehaast en enigszins gespannen loop ik naar binnen. Ik meld me gelijk bij de balie voor een tag en vraag waar de kluisjes zijn. “Hebben ze je dat nog niet verteld?! Gewoon links om het hoekje!” Het meisje achter de balie is supervriendelijk; mijn spanning neemt ietwat af.

Eenmaal op de vloer aangekomen zie ik talloze ronde tafels met grote computerschermen. Per tafel zitten er al ongeveer twee mensen, druk bellend of typend, terwijl ze tussendoor grote slokken koffie of water nemen. Ik wil iemand aanspreken, maar ik ken niemands naam.

Ik hoor een man en een vrouw een praatje maken; eentje heeft net thee voor de tafel gehaald. “Sorry, mag ik gewoon gaan zitten waar ik wil?” vraag ik. “Tuurlijk! En welkom trouwens.” De vrouw glimlacht naar me. Ik besluit aan de meest lege tafel te gaan zitten, hopend dat ik niet te erg opval.

Dat mislukt. Ik heb het al honderd keer gedaan: opstarten, inloggen, alles klaarzetten. Toch verloopt het eerste uur nogal stroef. Herhaaldelijk sta ik op om iets te vragen, tot een punt dat ik een brok in mijn keel heb omdat het zo moeizaam gaat. Shit. Het laatste wat ik wil is het huilende nieuwe meisje zijn.

Bij het buffet pak ik mijn lunch. Hoewel ik normaal gesproken een grote mond heb – menig vriend of vriendin zou mij als een ‘extreme extravert’ omschrijven – durf ik niet zomaar bij een groepje wildvreemden te gaan zitten. Met mijn broodje en salade zonder ik me af in een hoekje; op de wc gaan zitten eten gaat me net een beetje te ver.

Tijdens mijn absolute dieptepunt zie ik opeens een meisje lopen dat ik ken van een ander bedrijf waar ik drie jaar geleden heb gewerkt. Ik roep haar naam. “Mag ik bij jullie zitten?” “Nee, you can’t sit with us“, zegt ze lachend. Ik neem de uitnodiging dankbaar aan. Voor ik het weet zit ik in het midden van een druk kletsende tafel van acht. Misschien is het hier toch minder eng dan ik dacht.

Al een jaar werk ik voor dit bedrijf, maar tot nu toe altijd vanuit huis. Kerstontbijt, vergaderingen, paasborrels; het was allemaal online. Vandaag is bij alle verhalen een plaatje gekomen; gezichten bij namen, ruimtes bij foto’s. Het is leuk, maar het is vooral heel erg wennen.

Zelfs op je drieëntwintigste kan een eerste dag nog net zo spannend voelen als in de brugklas. Nu maar hopen dat we er bij de volgende persconferenties niet weer uitgestuurd worden.

Met medewerking van Jan Tourkov.


Steun ons!
Vond je dit een goede productie en wil je hier meer van zien? Steun deze redacteur met een kleine donatie voor een kop koffie (€ 2,50), een redactievergadering (€ 12,50) of een ander bedrag!

Pleun Brink
Latest posts by Pleun Brink (see all)