Bloeit de atletiek op na succes in Tokyo?

Beeld: Nicolas Hoizey (Unsplash)

De jeugdatletiek krimpt. Komt daar verandering in na het Nederlandse succes op de Olympische Spelen? Of is er meer voor nodig om de atletiek een boost te geven? Sportredacteur Joep van Meyel zocht het uit.

Met Dafne Schippers kende Nederland sinds lange tijd weer een atlete die vocht om de hoogste prijzen. Zij werd in 2015 wereldkampioen op de 200 meter en won op de Olympische Spelen van 2016 een zilveren medaille in dezelfde discipline. Schippers was hiermee de eerste Nederlandse atlete die een Olympische medaille haalde sinds Ellen van Langen 1992.

De prestatie van Schippers bleek geen incident: op Olympische Spelen van Tokyo wisten de Nederlandse atleten maar liefst acht medailles te verzamelen. Daarbij werden Sifan Hassan en Femke Bol door European Athletics zelfs gekroond tot Europees atlete en talent van het jaar.

Onderzoek heeft aangetoond dat er nauwelijks een verband is tussen successen en sportparticipatie. De laatste jaren zien we zelfs een daling

De successen bleven niet onopgemerkt bij het Nederlandse publiek, maar wat is het effect ervan geweest op de atletiek? Frank Koomen, manager bij de Atletiekunie, blikt terug op 2016. “We hadden destijds groeiende ledenaantallen in de leeftijdscategorie 7 tot 12, maar ik durf dat niet helemaal af het schuiven op het ‘Dafne-effect’. Onderzoek heeft aangetoond dat er nauwelijks een verband is tussen successen van topatleten en sportparticipatie. De laatste jaren zien we zelfs weer een lichte daling in de ledenaantallen.”

Urta Rozenstruik, oud-profatlete en tegenwoordig trainer bij de Amsterdamse atletiekvereniging Phanos, betwijfelt ook of het succes van Schippers direct heeft geleid tot meer jeugdleden. “Ik denk ook niet dat er een Dafne-effect was. De meeste kinderen kennen Dafne Schippers, Femke Bol en Sifan Hassan wel, maar ze zijn er niet zo mee bezig. Natuurlijk hebben we wel kinderen gehad die op atletiek zijn gegaan na het zien van de Olympische Spelen, maar dat is een kleine groep. Hoeveel kinderen er als direct gevolg van de sportsuccessen op atletiek gaan, dat is moeilijk meetbaar.”

De jeugd behouden

Hoewel rolmodellen en sport onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn, lijkt het verband tussen succes en participatie dus mee te vallen. Er wordt vaak gewezen op de stijging in populariteit van vrouwenvoetbal sinds het succes van de Oranje Leeuwinnen. Toch bleek ook hier, na de winst van het Europees Kampioenschap, nauwelijks sprake van een ‘EK-effect’.

Er was dan misschien geen sprake van een ‘EK-effect’; het vrouwenvoetbal zit wel degelijk in een lift. Daar kan je bij atletiek niet van spreken, als je kijkt naar de dalende ledenaantallen. Koomen legt uit hoe dit komt. “Om te groeien is het niet alleen belangrijk om nieuwe leden binnen te halen, je moet ze ook vast zien te houden.” En dat blijkt moeilijk, vooral bij de jeugd. “We hebben bij de jeugd ieder jaar een aanwas van zo’n twintig procent, maar een even groot of soms groter verloop. Dat resulteert onderaan de streep in minder leden.”

Drie keer fout? Naar huis!

Om te groeien moet de focus dus liggen op het behoud van jeugdleden, maar hoe? Koomen vertelt hoe de bond hier al voor de opkomst van Dafne Schippers mee aan de slag is gegaan en stipt gelijk een hardnekkig probleem aan: “Atletiek heeft bij jeugdwedstrijden lange tijd vastgehouden aan dezelfde regels als bij volwassenen.” Hij noemt verspringen als voorbeeld. “Als je bij een wedstrijd verspringen drie keer fout spring, telt de sprong niet. Dan kun je naar huis en douchen. Voor kinderen is dat natuurlijk funest. Zo houden ze er weinig plezier aan over en zullen ze sneller stoppen.”

Het belangrijkst is om het plezier in de groep te houden

De wedstrijdvorm aanpassen kan voor meer behoud zorgen, maar Koomen legt de verantwoordelijkheid ook bij de trainers. “Het is heel belangrijk dat nieuwe leden de aandacht krijgen die ze nodig hebben.” Hij ziet hier een belangrijke rol weggelegd voor de trainers. “Naast trainer ben je ook entertainer, door enthousiasme en motivatie uit te stralen vergroot je de kans dat kinderen aan het eind van het jaar nog steeds lid zijn.”

Rozenstruik geeft aan op welke manier zij als trainer bijdraagt aan het behouden van jeugd. “Het belangrijkst is om het plezier in de groep te behouden en te herkennen op welke manier je dat aanwakkert. Sommige kinderen komen puur voor de lol en andere kinderen zijn heel fanatiek. Beide behoeftes moet je vervullen.” Toch zijn de mogelijkheden niet eindeloos, erkent Rozenstruik. “Atletiek is en blijft een meetsport, er moet dus uiteindelijk een meetbaar resultaat zijn bij wedstrijden. Dat maakt het soms lastig. Een idee zou kunnen zijn dat je bij verspringen bijvoorbeeld gaat meten vanaf de afzet in plaats van streng te handhaven op een lijn waarvoor de kinderen moeten afzetten.” 

Topsporters langs de velden

Ondanks nieuwe methodes die de bond heeft geïntroduceerd, krimpt het aantal jeugdleden nog steeds. Zou het een idee zijn om de jeugd wat meer kennis te laten maken met onze topsporters, door topatleten bijvoorbeeld langs verenigingen te sturen? “Zeker een idee,” denkt Koomen, “al ben ik bang dat het lastig valt te combineren met hun trainingsschema’s. De jeugd kennis te laten met de top kan denk ik wel werken om ze te enthousiasmeren. Hoe je dat invult, is uiteindelijk aan de clubs.”

De successen in Tokyo zullen waarschijnlijk niet genoeg zijn om de atletiek een nieuw elan te geven, daar is meer voor nodig. Met de recente ontwikkelingen is de focus op behoud ingezet. Het wordt afwachten of onze topatleten een rol kunnen spelen om de atletiek te laten opbloeien. Het succes is er, nu nog de groei.

Met medewerking van Jan Tourkov


Steun ons!
Vond je dit een goede productie en wil je hier meer van zien? Steun deze redacteur met een kleine donatie voor een kop koffie (€ 2,50), een redactievergadering (€ 12,50) of een ander bedrag!

Joep van Meyel
Latest posts by Joep van Meyel (see all)