Sluiproute Brussel: de onzichtbare macht van lobbyisten in Europa

Beeld: Lena Folkers

Politiek Den Haag speelt vol overgave mee in de Brusselse lobbycultuur, maar daar hoor je zelden iets over. Journalist Lise Witteman wil de kluwen ontwarren met haar boek Sluiproute Brussel. Gastredacteur Lukas Kotkamp sprak haar, in Brussel, over het gebrek aan ‘EU-journalistiek’.

Toen Lise Witteman drie jaar geleden de parlementaire journalistiek in Den Haag verruilde voor Brussel, belandde ze in een schimmige wereld van rapporten vol met instituten en ngo’s, waarvan je de namen alleen in de voetnoten kan lezen. Dus pakte ze het vergrootglas erbij. Vanonder de loep verschenen zeven verhalen over de invloed van Haagse insiders op de Brusselse machine. Zonder twijfel spannend leesvoer, maar wat de verhalen bovenal tonen is hoe het moet en hoe het kán: EU-journalistiek bedrijven.

Uit een berg dossiers rakelde Witteman onder meer op hoe Haagse ambtenaren achter de internationale uitrol van het taxibedrijf Uber zaten, tegen de wensen van veel Europese lidstaten in. Ook ontdekte ze hoe een lobbyist, die opereerde in opdracht van toenmalig minister van Economische zaken en Klimaat Eric Wiebes, de Europese Green Deal flink minder groen wist te maken.

Onder de radar

In Brussel werkt de macht anders dan in Den Haag. Politici vallen hier niet op. Je vindt geen krantenkoppen over de meest recente persoonlijke rel, en partijpolitiek speelt nauwelijks een rol. Witteman pleit daarom voor het in kaart brengen van de macht die minder zichtbaar is: de lobbyisten die onder de radar opereren. Brussel telt er zo’n 30.000, tegenover een luttele 705 parlementariërs. The Guardian schat dat ze zeker 75% van het beleid uit Brussel beïnvloeden. Lobbyisten zorgden er bijvoorbeeld voor dat vegetarisch vlees in Frankrijk geen vlees mag heten, en houden al jaren de invoering van een suikertax tegen. “De eigenlijke politieke macht ligt bij hen,” aldus Witteman.

‘Het risico is eerder dat je verdrinkt in het papierwerk dan dat er niks te vinden is.’

Haar soort journalistiek bevindt zich ergens tussen diepgravend speurwerk en verslaggeving. Zoals Witteman zelf zegt: “Mensen noemen wat ik doe onderzoeksjournalistiek, maar alle informatie die ik heb gebruikt voor mijn onderzoek is gewoon openbaar. Het kost alleen een hoop tijd om erachter te komen waar je precies moet zoeken. Het risico is eerder dat je verdrinkt in het papierwerk dan dat er niks te vinden is.” Wat eerder ontluisterend is, zegt Witteman, is dat EU-journalistiek zo lang ondergeschoven kind is geweest in Nederland. “Dat moet echt anders.”

Rel van de dag

“Het grote probleem met EU-journalistiek,” zegt Witteman, “is dat er gewerkt wordt volgens modellen uit Den Haag — oppositie, coalitie, nieuwe politieke winden, en de rel van de dag. Maar in Brussel zijn die dingen gewoon niet relevant. En het kost tijd om dat te doorgronden.” In Den Haag wordt er bijvoorbeeld veel aan procesverslaggeving gedaan, waarover Witteman zegt: “Alles is daar relatief makkelijk, alle spanningen worden op een dienblaadje gepresenteerd en vervolgens heb je een kop als Tweede Kamer wil nu echt dat er vooruitgang wordt geboekt.” Wat er vervolgens precies boven tafel is gekomen blijft onduidelijk, maar een kop heb je. “In Brussel moet je een verhaal in één keer verslaan.”

Witteman weet precies waarom onder Nederlandse journalisten het idee heerst dat in Brussel maar weinig gebeurt: “Eigenlijk is het een beetje een kip-of-ei verhaal; niemand verslaat het, dus je denkt dat er niks gebeurt. Iedereen weet dat het raar is dat er niemand in Brussel zit, maar we zwijgen het een beetje dood.”

Follow The Money: Bureau Brussel

Gelijktijdig met de publicatie van het boek lanceert onderzoeksplatform Follow The Money, samen met Witteman, een nieuw project: Bureau Brussel. Meer dan een teaser van wat we kunnen verwachten wilde Witteman niet geven. “We gaan ons richten op de grote vraagstukken zoals klimaat en het corona-herstelfonds, maar we gaan bovenal kijken naar wat schuurt. En er schuurt veel.”

Misschien is het projectmodel dat Follow The Money gaat aanhouden evenzo interessant als de beoogde onderwerpen. Het idee is om een pan-Europese samenwerking op te zetten. Het begint met het vooronderzoek, legt Witteman uit. Waar liggen de knelpunten? Welke landen gaat dit aan? Waar liggen de kansen om samen te werken? Van daaruit denken we verder: wie kunnen we benaderen en voor welke publicaties is dit interessant? Zo zou een onderzoek dat zowel Frankrijk als Nederland aangaat zomaar gelijktijdig kunnen verschijnen in Le Monde en op Follow The Money zelf.

‘Als je het uiteindelijk in de vingers hebt, is de kans groot dat je op goud stuit.’

Maar bij grote samenwerkingen hoeft het niet te blijven. Witteman heeft bemoedigend advies voor iedere journalist die zich wil verdiepen in wat er in Brussel gebeurt: “Begin met kleine vragen. Fondsen en subsidies die besteed worden vanuit Nederland, wie profiteert daarvan? Iedere keer dat je in een artikeltje de afslag Europa tegenkomt, duik erin. Als je het uiteindelijk in de vingers hebt, dat spitten door papierwerk, is de kans groot dat je op goud stuit.”

Over de haalbaarheid van onderzoek doen vanuit Nederland zegt Witteman: “De meeste verhalen zitten verborgen in het papierwerk. Dus wat Brussel betreft valt er veel te halen vanaf je bureau.” Genoeg reden voor journalistieke opleidingen om Brussel en Europa eens op de agenda te zetten. “Zo’n onderwerp komt op met een nieuwe generatie. We kunnen niet de boot missen door het links te laten liggen omdat het te complex of niet interessant genoeg zou zijn. Flauwekul.”

Sluiproute Brussel – De Europese lobby voor de bv Nederland van Lise Witteman verscheen op 8 september bij Uitgeverij Ambo Anthos.

Met medewerking van Pleun Brink.


Steun ons!
Vond je dit een goede productie en wil je hier meer van zien? Steun deze redacteur met een kleine donatie voor een kop koffie (€ 2,50), een redactievergadering (€ 12,50) of een ander bedrag!