Het Burgerberaad: de toekomst van de democratie?

Beeld: Michael Fousert

Nu de kloof tussen burger en overheid groeit, wordt de roep om burgerberaden steeds groter, vooral op klimaatgebied. Maar initiatiefnemers vinden dat elk thema geschikt is voor zo’n beraad. Is Nederland klaar voor meer deliberatieve democratie?

Afgelopen lente presenteerde een commissie onder leiding van oud-ombudsman Alex Brenninkmeijer het rapport Betrokken bij Klimaat: burgerfora aanbevolen. Dit rapport was overwegend positief over het bijeenbrengen van burgers om tot breed gedragen klimaatmaatregelen te komen.

Amsterdam is de eerste Nederlandse stad die de aanbeveling van de commissie opvolgt. Dit najaar beginnen honderd door loting geselecteerde Amsterdammers aan een kort traject, waarin ze de gemeente gaan helpen om de klimaatdoelen voor 2030 te halen door het verzinnen van extra maatregelen.

Anno 2021 lijkt het burgerberaad eindelijk op de landelijke agenda te staan. Dat wil zeggen, er is nationale (media-)aandacht voor. Op lokaal niveau werd de afgelopen jaren al fanatiek geëxperimenteerd met het burgerberaad, dat bekend werd door de Belgische cultuurhistoricus David van Reybrouck. In 2013 schreef hij het vlammende pamflet Tegen verkiezingen, waarin hij de remedie voor de onder druk staande democratie zocht in de deliberatieve democratie: een bestuursvorm waarbij burgers niet alleen stemmen op politici, maar ook spreken met elkaar en met experts.

Overlegvergadering van burgers

Aan de basis van Van Reybroucks idee stond de zogenaamde G1000, een overlegvergadering van burgers die in 2011 in België was ontstaan. Om tot concrete oplossingen binnen een bepaald thema te komen, wordt door middel van loting een bepaald aantal burgers uitgenodigd om mee te praten over dit onderwerp. Daarbij wordt een zo representatief mogelijke dwarsdoorsnede van de samenleving nagestreefd. Uit de groep genodigden die geïnteresseerd zijn, vindt eventueel nog een loting plaats om de representativiteit te verhogen en te zorgen dat niet alleen de zogenoemde usual suspects, burgers die al democratisch betrokken zijn, meepraten.

‘Dit is echte democratie,’ concludeerden deelnemers na de eerste Nederlandse G1000 in 2014

Geïnspireerd door het Belgische initiatief en het boek van Van Reybrouck, haalde de Amersfoortse Harm van Dijk de G1000 naar Nederland. “Dat je met een grote zaal met mensen bottom up beslissingen kunt nemen en dat door een proces van loting ook nog democratische legitimiteit ontstaat, vond ik fantastisch,” vertelt Van Dijk. De eerste Nederlandse G1000 vond op initiatief van Van Dijk plaats op 22 maart 2014 in Amersfoort: 630 gelote Amersfoorters spraken zich uit over wat zij belangrijk vonden voor de stad. De positieve reacties waarop Van Dijk hoopte, lieten niet lang op zich wachten: “dit is echte democratie” en “ik voel me voor het eerst echt Amersfoorter,” concludeerden deelnemers.

Maar toch stond het idee nog in de kinderschoenen. “In onze naïviteit dachten wij dat als zo’n grote representatieve groep zich ergens over uitspreekt, de politiek er wel naar moet luisteren. Maar een rechtstreekse afdruk van het resultaat van de G1000 was niet te herleiden in de besluitvorming van de gemeente,” blikt Van Dijk terug.

De weg naar politieke invloed

Wel kwamen vanuit het hele land vragen om te helpen met het opzetten van een G1000, wat leidde tot de oprichting van Stichting G1000. Sindsdien zijn er in Nederland 28 vergaderingen georganiseerd en is het burgerberaad in de afgelopen acht jaar steeds verder ontwikkeld in samenwerking met wetenschappers, bestuurders en burgers.

De belangrijkste kwestie die daarbij op tafel lag, was: hoe kunnen we ervoor zorgen dat de politiek de aanbevelingen van het burgerberaad overneemt? Dat die kwestie nog steeds actueel is, laat een Frans experiment van twee jaar geleden zien. Als antwoord op de Gele Hesjes-beweging stelde president Emmanuel Macron 150 willekeurig gelote burgers uit alle lagen van de bevolking de volgende vraag: hoe kan Frankrijk vóór 2030 de uitstoot van broeikasgassen met 40 procent verminderen met oog voor sociale rechtvaardigheid? De burgers beantwoordden die vraag met 149 ambitieuze, maar concrete maatregelen om klimaatverandering tegen te gaan. Inmiddels is uit een analyse van het tijdschrift Reporterre gebleken dat slechts vijftien van die voorstellen daadwerkelijk zonder aanpassing zijn omgezet in beleid. Het overige deel werd door Macron of het Franse parlement volledig verworpen of aangepast.

Het vertrouwen in de politiek kreeg door het Franse experiment zo geen gehoopte boost, maar een nieuwe knauw. Ook in Amsterdam wordt voor een vergelijkbare desillusie gevreesd bij het ontbreken van een duidelijk mandaat. Wethouder Marieke van Doorninck beloofde eerder het pakket maatregelen uit te voeren dat begin 2022 zal worden aangeboden aan de gemeenteraad. In een brief aan de gemeenteraad liet wethouder Marieke van Doorninck weten dat het college de aanbevelingen van het burgerberaad overneemt en aan de raad zal voorleggen, mits ze binnen de randvoorwaarden vallen. Wat die randvoorwaarden precies zijn, is volgens een woordvoerder van de wethouder nog niet geheel duidelijk, maar uit de brief blijkt dat de aanbevelingen moeten passen binnen het budget en vastgesteld beleid van de gemeente.

Onafhankelijke samenwerking

Ook voor de Stichting G1000 bleek de initiële benadering – waarbij alleen werd ingegaan op vragen van burgers en niet op die van de politiek – niet houdbaar. Gemeenteraden namen aanbevelingen van burgers niet over. “In 2016 hebben we daarom besloten om samen te werken met de overheid, mits onze onafhankelijkheid werd gegarandeerd” zegt Van Dijk. Dit kwam voor het eerst tot uiting in Enschede, waar met de gemeente contractueel werd afgesproken dat de resultaten van het burgerberaad serieus werden genomen. De gemeente moest ze overnemen en uitvoeren, óf publiekelijk uitleggen dit niet het geval was. Voor het eerst organiseerden burgers en de gemeente samen een burgerberaad. Het resultaat: 100 procent van de uitkomsten van de G1000 Enschede over vuurwerkbeleid werden omarmd door de gemeenteraad.

Sindsdien werd deze werkwijze niet meer losgelaten. Komend jaar staat de eerste landelijke G1000 op de agenda met als thema landbouw. De Stichting G1000 heeft het drukker dan ooit. “Er is geen onderwerp waarover geen G1000 zou kunnen plaatsvinden,” zegt Van Dijk stellig. “Er is maar één criterium: het moet een onderwerp zijn dat de burgers bezighoudt.”

Onderwerpen van discussie

Toch zijn er een hoop aspecten waarover discussie is. De tweede loting bijvoorbeeld: is die nodig om de demografische diversiteit te bevorderen of moeten alle stemmen die zich aanmelden gehoord worden en gaat het meer om een diversiteit aan meningen? En in hoeverre mag er in een ruimte mag zijn voor top down aspecten? Bij het burgerberaad Klimaat in Amsterdam, waarbij G1000 niet betrokken is, werd in de media al snel gesproken over een cursus die de deelnemers eerst zouden krijgen.

‘Je schakelt burgers in omdat je het belangrijk vindt wat zij vinden. Dan moet je ze niet eerst gaan vertellen wát ze moeten vinden’

“Als dat echt zo is, vind ik het niet zo’n fijne aanpak,” zegt Van Dijk kritisch. “Want waarom schakel je burgers in? Omdat je het belangrijk vindt wat burgers vinden. Dan moet je ze niet eerst gaan vertellen wát ze moeten vinden. Dat is gek.”

Volgens Van Dijk doet het feit dat er verschillende benaderingen zijn, niets af aan het feit dat het burgerberaad steeds nadrukkelijker op de agenda staat. De G1000 heeft de eerste belangrijke stap gezet met de G1000 Landbouw en ook gaan er stemmen op voor een nationaal burgerberaad Klimaat. Als het aan Van Dijk ligt, gaan we het burgerberaad de komende jaren veelvuldig terugzien.

Met medewerking van Danielle Kliwon.


Steun ons!
Vond je dit een goede productie en wil je hier meer van zien? Steun deze redacteur met een kleine donatie voor een kop koffie (€ 2,50), een redactievergadering (€ 12,50) of een ander bedrag!