Een gentrificerende weerkaatsing

Jonasz Dekkers woont al acht jaar in Rotterdam-West. Een gentrifier voelt hij zich niet. Maar zijn weerkaatsing in de abri’s van de tramhalte, met een flat white in de hand, doen anders vermoeden.

Het is een Zuid-Europees warme dinsdagmorgen op de Nieuwe Binnenweg. Ik wandel naar de apotheek en kom langs de Toko Bon Pra, waar ik jarenlang boven heb gewoond. Voor de deur staat de eigenaar een sigaret te roken, samen met de man die hem doorgaans helpt met klusjes. Die heeft net het vuilnis weggebracht en vraagt om een sigaret. Dat is volgens mij het enige dat hij wil: een sigaret en een pakje Capri Sun. Verder helpt hij vooral vanuit een goed hart.

We groeten elkaar en hij vraagt ook mij ook om een sigaret. Die heb ik helaas niet bij me vandaag. Ah joh, lekker weertje toch, reageert hij, zonnebadend op zijn geparkeerde scooter. Aan de overkant staat, naast de apotheek, een lange rij bij het afhaalloket van de espressobar.

Ik kijk meewarig naar de oude snackbar Peppie, op de kruising met de Claes de Vrieselaan. Een oud elektriciteitshuisje dat schever staat dan een gemiddeld Amsterdams pand met daar provisorisch tegenaan gebouwd de bedaagde snackbar. De vader van een goede vriend van mij haalde bij Peppie in de jaren negentig al zijn grote patat speciaal (en die zijn écht groot). Een icoon in de buurt. Helaas moest de snackbar sluiten, wegens onduidelijke redenen. Ik kom Peppie nog wel eens tegen. ‘Het ging niet meer’, zegt ze dan.

Nu is de snackbar fel geel geschilderd, en het elektriciteitshuisje beschilderd met een muurschildering van twee handen die naar elkaar toe reiken, maar elkaar net niet raken, à la Michelangelo zeg maar. Op het gele gedeelte hangt een poster met uitleg over het kunstwerk, de symboliek ervan, de lockdown en social distancing. Op de muur staat in mooie letters ‘Rotterdam make it happen’ geschilderd. Over de gemeentelijke poster is een andere poster geplakt. In koeienletters staat er ‘Stop Gentrificatie.’

Nadat ik bij de apotheek ben geweest en een tijdje met de apothekers heb gesproken haal ik een flat white bij de espressobar naast de apotheek. Ik sta op de hoek en kijk naar de gebeurtenissen op de kruising die ik al jaren mijn thuis mag noemen. Ik word aangesproken door een langslopende man van eind dertig. Hij zegt tegen me dat ik eruitzie als een typische Binnenwegbewoner. Ik neem het compliment goed op; ik voel me ook een echte Binnenwegbewoner. Ik bedank hem en vraag hem waarom hij dat denkt. ‘Je ziet er echt uit als zo’n witte man. Ik weet niet of je geld hebt, maar zo lijkt het wel. Hip, net als al die andere nieuwkomers. White men take over!’, zegt hij lachend.

Ik heb spijt van mijn bedankje. Ik schaam me: ben ik er echt ook zo één? Eén der gentrifiers? Zo voel ik me niet. Ik twijfel. Zo wil ik in ieder geval niet zijn. Wanneer ik hem vertel dat ik op tien minuten fietsen in Overschie ben opgegroeid en bovendien al acht jaar hier in West woon, zegt hij vrolijk: ,,Da’s niks, ik woon hier al dertig jaar! Maar niet lang meer: ik moet weg. Ach, gelukkig is de buurt nu wel beter geworden, hè.” Hij loopt fluitend door. Zijn sarcasme snijdt diep. Ik wil nog zeggen dat het ook voor mij onbetaalbaar is geworden en dat ook ik binnenkort weg moet, maar ik houd m’n mond en drink mijn koffie zwijgend op.

Ik kijk in de weerkaatsing van de reclameborden van de tramhalte. Ik zie mezelf staan, met m’n flat white. Aan de andere kant van de halte zitten twee mensen. Ze roken een donker goedje uit een glazen pijp. Het bord waar ze tegenaan zitten maakt reclame voor Baqme. Een elektrische deelbakfiets.


Steun ons!
Vond je dit een goede productie en wil je hier meer van zien? Steun deze redacteur met een kleine donatie voor een kop koffie (€ 2,50), een redactievergadering (€ 12,50) of een ander bedrag!

Jonasz Dekkers