Angst voor kaalheid

Al eeuwen is de man geobsedeerd door dunner wordend haar en kale plekken. Vroeger kocht je een pruik, nu vlieg je naar Turkije. Is de angst voor kaalheid gegrond of is de natuurlijke weg het hoogste ideaal?

“Je begint aardig kaal te worden,” is een door hoofdpersoon Frits van Egter vaak herhaalde uitspraak in Gerard Reves roman De Avonden. Voornamelijk broer Joop moet het ontgelden. Hij wordt met een zekere genoegzaamheid steeds weer door Frits op zijn terugtrekkende haarlijn gewezen.                    

Qua thematiek lijken de dialogen uit De Avonden wel op de gesprekken die ik de laatste tijd met mijn vrienden voer. Gelukkig gaan wij empathischer met elkaar om, maar over ons haar gaat het genoeg. Regelmatig slaan we elkaar bemoedigend op de schouders en stellen dat de ontharing echt nog maar beperkt is. De enkele vriend die al voor het millimeteren is gegaan, kan rekenen op bijval: “Staat je goed man, een geluk dat jij het kan hebben!”                            

Het verdwijnen van het hoofdhaar is nu eenmaal beangstigend voor mannen en dat lijkt van alle tijden. Wat te denken van de Franse koning Lodewijk XIV, die van de pruik een trend maakte en daarmee mooi zijn eigen kaalheid kon verbloemen. Ook Caesar zou grote moeite hebben gehad met zijn kalende kruin en deed verwoede pogingen het haar verhullend over de schedel te kammen. Net als Trump overigens.   

‘Zeg het me als jullie vinden dat die kale plek op mijn achterhoofd te groot wordt’

In onze moderne maakbare samenleving is kaalheid bovenal iets wat we elkaar aandoen: de blik van onszelf en de ander, online en offline, leidt tot onzekerheid. “Boys zeg het me als jullie vinden dat die kale plek op mijn achterhoofd te groot wordt,” zei een vriend van mij laatst. Hij had het idee dat iedere willekeurige voorbijganger gefascineerd naar zijn achterhoofd keek. Wat moet je daar als vriend over zeggen? Iets opmerken over de mogelijkheden om aan het haar te sleutelen? Of toch de vergankelijkheid benadrukken als het hoogste goed?

Maar dat accepteren, doe het maar eens als je mid-twintig bent, nog geen vaste partner hebt en merkt dat je geen geluk hebt gehad met de haargenen. Daarbij komt dat er nieuwe mogelijkheden zijn. Op een haartransplantatie rust steeds minder een taboe. Sterker nog: het retourtje Turkije (waar men veel ervaring met deze ingrepen heeft) wordt langzaamaan een begrip. Een vriend die laatst, vanwege de groeiende kale plek op zijn kruin, koos voor een gemillimeterd kapsel, kreeg op werk als reactie: “Waarom ben je kaal gegaan?! Je had toch een haartransplantatie kunnen doen?”

Waarom nog accepteren als er een oplossing voor is? De Volkskrant portretteerde in maart op indringende wijze een aantal bekende en minder bekende Nederlanders over hun haarproblematiek. Het viel me op hoeveel mannen hun haar hebben gerenoveerd. Geconfronteerd met de kaalheid grijpt de een naar de haartransplantatie, de ander naar het recent opgekomen Micro hair Pigmentation (MHP), een tatoeage van de gemillimeterde haargrens om de échte kale plekken te verhullen. Waarom zou de natuurlijke weg nog het hoogste ideaal zijn?                 

Ergens heb ik dat namelijk nog wel in mijn hoofd. Dat het belangrijk is om in het leven de natuur te aanvaarden. Daarnaast lijkt een ingreep altijd maar een tijdelijke oplossing. Het verval zal toch wel komen, hoeveel haar je ook laat transporteren. Het kan zelfs een voordeel zijn om die levenswijsheid al vroeg op te doen. Makkelijk praten natuurlijk, nu mijn haar er nog aardig bij hangt.

Tijdens het schrijven van deze column, raak ik ook geobsedeerd door kale plekken. Bij mijzelf en om mij heen. Langzaam voel ik mijzelf steeds meer een Frits worden.

En bedoelde Reve het ergens dan toch serieus in zijn roman? Dat de angst voor kaalheid terecht is, dat er Fritsen om ons heen zijn die op ons neer zullen gaan kijken? Ik sla De Avonden er nog maar eens op na. In een gesprek met Joop verzucht Frits: “Ik zou het verschrikkelijk vinden, als ik wist dat ik kaal moest worden. Ik zou niet langer willen leven. Maar, begrijp goed, ik wil je niet ontmoedigen.”

Dat moet wel ironie zijn.

Met medewerking van Wessel Wierda.


Steun ons!
Vond je dit een goede productie en wil je hier meer van zien? Steun deze redacteur met een kleine donatie voor een kop koffie (€ 2,50), een redactievergadering (€ 12,50) of een ander bedrag!

Jelle Holtzapffel
Latest posts by Jelle Holtzapffel (see all)