Moeten wij ons schamen voor klimaatonvriendelijk gedrag?

Illustratie: Marie van der Donk

Veel milieubewuste consumenten schamen zich voor klimaatonvriendelijk gedrag. Maar is dat gevoel effectief in het bestrijden van de klimaatcrisis? Redacteur Belinda Okoobo vroeg het drie experts. ‘Greta Thunberg zou meer invloedrijke mensen ontmoeten als ze het vliegtuig nam.’

De bewustwording van klimaatverandering leidt onder (sommige) consumenten tot een hoop schaamte. Voordat je het weet sta je tegenover iemand anders je te verantwoorden over het rokje dat je recent bij de Zara hebt gekocht, want voor de rest is jouw kledingkast helemaal vintage. Of je loopt alweer te verkondigen dat je vlees echt alleen maar eet bij speciale gelegenheden. Waar zijn deze gevoelens eigenlijk goed voor?

“Als je een groene identiteit aanneemt en daarmee naar buiten treedt, is het een contradictie als je iets doet wat zich daar niet mee verenigt,”stelt klimaatpsycholoog Sara Helmink. “Alleen al als je ademt stoot je CO2 uit. Je kan het eigenlijk nooit perfect doen. Ik rijd zelf in een dieselbusje; dat is natuurlijk een ‘no-go’ en hypocriet voor sommigen.”

Ook Karlijn van den Broek, onderzoeker milieupsychologie aan de Universiteit Utrecht, ziet dat een sterke milieu-identiteit een grotere verantwoordelijkheid met zich mee brengt. “Kijk maar naar klimaatactiviste Greta Thunberg, die per boot en trein naar congressen reist.” Draagt dat bij aan haar boodschap? Zeker, maar heel efficiënt is het niet.

“Zij zou zoveel meer invloedrijke mensen kunnen ontmoeten als ze het vliegtuig nam, maar we zouden haar dan veel minder serieus nemen,” verklaart Marc Davidson, hoogleraar filosofie van duurzaamheid en milieu. Zo stelt hij dat Al Gore, oud-vicepresident van Amerika, dezelfde boodschap als Greta verkondigt, maar zijn eigen boodschap tegelijkertijd ondermijnde vanwege de vliegreizen die hij daarvoor moest afleggen.

Morele keuzes maken

Volgens Davidson hoeft een duurzaam leven niet te bestaan uit een leven waarbij je continu een morele keuze maakt. Hij meent dat de afwegingen die wij als consumenten maken niet de impact hebben die wij daar zelf aan hechten. “Uit onderzoek is gebleken dat consumenten vooral een impact maken op het gebied van vliegen en hun gezinsgrootte, dat zijn grote beslissingen waar je wel langer over mag nadenken.” 

‘Milieuvriendelijk gedrag is vooral door de sociale omgeving gemotiveerd niet per se door het klimaat zelf’

Helmink ziet dat 75 procent van de mensen zich zorgen maakt over het klimaat. Obsessieve duurzame afwegingen kunnen volgens haar in het ergste geval leiden tot ‘ecorexia’. “Je ervaart dan een discrepantie tussen wie je bent en wil zijn. Ook heb je sneller de neiging om anderen te bekritiseren.”

Omdat de groene identiteit niet altijd in lijn is met ons handelen volgt er vaak een gevoel van schaamte of verantwoording. Op zo’n moment is de mens geneigd om allerlei psychologische trucjes te gebruiken om het gedrag te rechtvaardigen. “Dan denken we: ach, het vliegtuig gaat toch, welk verschil maakt mijn vlucht dan voor het klimaat? Of: vorig jaar ben ik niet op vakantie geweest,” illustreert Davidson. 

Veranderingen in de maatschappij

Toch kan schaamte volgens Van den Broek een functionele werking hebben in het bestrijden van de klimaatcrisis. “Vanwege schaamte houden we ons aan regels en normen in de maatschappij. De milieupsychologie toont aan dat milieuvriendelijk gedrag vooral door de sociale omgeving is gemotiveerd, niet per se door het klimaat zelf. Als je bijvoorbeeld vegetarisch gaat eten doet jouw omgeving dat ook sneller, omdat ze jou als een voorbeeld zien.”

Davidson denkt dat het eigenlijk wel meevalt met hoe erg wij ons schamen. “Ik hoop dat iedereen het aan elkaar aan het verantwoorden is, maar ik denk niet dat iedereen zich zo schuldig voelt.” De functionele werking van schaamte is volgens hem niet af te leiden uit de vleesconsumptie die nagenoeg gelijk blijft en de toename van het vliegverkeer.

‘Als niemand een vegetarische hamburger koopt, gaat de overheid echt geen vleesbelasting invoeren’

Dat betekent volgens Davidson echter niet dat consumenten in hun stoel achterover kunnen gaan leunen. “Wij zijn de overheid. Als niemand een vegetarische hamburger koopt, gaat de overheid echt geen vleesbelasting invoeren.” Consumenten hebben volgens hem niet direct impact op het milieu, maar wel op het stemgedrag van burgers tijdens de verkiezingen. “Als ik geen auto rijd, dan stoot ik niet per se veel minder CO2 uit, maar ik geef wel aan dat ik om het milieu geef, waarmee ik ook mijn buren aanzet om eens groen te stemmen.”

Van den Broek ziet ook dat de vleesconsumptie gelijk blijft, maar de af- en toenames verschillen per sociale groep. “Dat gemiddelde geeft niet noodzakelijkerwijs het juiste beeld. Jongeren zijn zich steeds meer bewust van de link tussen consumptie en klimaatverandering. Omdat het onderwerp leeft, zien we veranderingen in de maatschappij. Het beleid van de VVD is nog nooit zo groen geweest. Ook bedrijven zien een toenemende vraag naar groene alternatieven,” aldus Van den Broek. 

Met de vinger wijzen

Hoewel een beetje schaamte op zijn plaats is, moeten we er volgens Helmink niet in doorslaan. Dat kan namelijk het omgekeerde effect hebben. “Het gevaar van ecorexia is dat je het niet volhoudt. Het is belangrijk om steeds een stap te zetten op een manier die bij jou past,” zegt Helmink.

Zelf is ze deels gestopt met het eten van vlees, waarbij ze een uitzondering maakt voor paella, spekjes en bitterballen. Ook Van den Broek vindt dat we onszelf niet te veel moeten ontzeggen. “Stel, je eet een week geen chocola, dan is de kans groot dat je je daarna weer gaat volstoppen. Een stapsgewijze benadering is effectiever.”

‘Een treinreis is soms duurder dan vliegen, zo stimuleer je het gedrag van de consument niet’

Daarbij stelt Van den Broek een positievere lading van de boodschap voor. Milieucampagnes werken beter als ze een boodschap uitdragen zoals: ‘Kijk al 80 procent van de mensen gebruikt groene energie’, in plaats van: ‘Je bent een milieuvervuiler omdat je gas gebruikt’, meent Van den Broek.

Er zijn namelijk nog een hoop mensen die dat gevoel van schaamte niet ervaren of de klimaatcrisis zelfs ontkennen. “Die mensen vinden het lastig om de klimaatcrisis binnen te laten en willen angst, verdriet of negativiteit het liefst vermijden: hun afweermechanismen gaan aan,” zegt Helmink. Mensen die hun met de vinger nawijzen kunnen dan angst of boosheid opwekken, dat werkt volgens Helmink verlammend en afstotend.

Rol van de overheid

De experts zeggen dat ook de overheid een belangrijke rol heeft in het bestrijden van de klimaatcrisis, want bepaalde keuzes zijn voor de gewone consument niet realistisch. “Een treinreis is soms duurder dan vliegen, zo stimuleer je het gedrag van de consument niet,” zegt Van den Broek.  “Van mij mogen ze best vlees verbieden of in ieder geval duurder maken, in plaats van de consument in de winkel de afweging te laten maken,” zegt Davidson.

“De overheid moet randvoorwaarden stellen om het ons wat makkelijker te maken,” vervolgt hij.  De klimaatcrisis noopt volgens hem tot een vrij paternalistische overheid.

“Maar zolang de bevolking geen groen beleid van de overheid vraagt, moet iedereen zijn eigen verantwoordelijkheid nemen en mogen wij ons best schamen,” aldus Davidson.

Met medewerking van Wessel Wierda.


Steun ons!
Vond je dit een goede productie en wil je hier meer van zien? Steun deze redacteur met een kleine donatie voor een kop koffie (€ 2,50), een redactievergadering (€ 12,50) of een ander bedrag!