De Voorzet: de overkam van Geels

Beeld: Micky Dirkzwager Beeld: Micky Dirkzwager

In aanloop naar het Europees kampioenschap voetbal schrijft Danielle Kliwon elf weken lang over de elf posities in het elftal. Ze bekijkt het huidige team en haalt herinneringen op aan de Nederlandse spelers van weleer, zoals Van Breukelen, Rensenbrink, Vanenburg en Rijkaard. Deze week: de spits.

Ik heb altijd al een zwak voor spitsen en aanvallers gehad. Op de achterkant van mijn voetbalshirts prijkt bijna altijd de naam van een afmaker, een uitzondering daargelaten – Alderweireld was tenslotte m’n Belgische jeugdliefde (een relatie die zich veelal afspeelde in mijn hoofd) en Christian Eriksen was een cadeautje waar ik heel blij mee was, maar niet zelf voor heb gekozen. Ik vergelijk het vaak met het syndroom van het leukste jongetje van de klas. Die krijgen ook alle aandacht, net als spitsen en aanvallers. Simon Kupers schrijft in zijn boek Dure spitsen scoren niet, en andere raadsels uit het voetbal verklaard dat scouts een willekeurige voorkeur lijken te hebben voor blonde spelers, en dat in tegenstelling tot dure spitsen, blondjes wél scoren. De voetballertjes die ik vroeger leuk vond, waren blond en scoorden ook. Hij zou dus best een punt kunnen hebben.

Ruud Geels, daarentegen, voldoet niet aan dat beeld. Een sproetige neus, rossig haar en een overkam om zijn jeugdige kaalheid te verbergen. Wijlen Skiete Willy heeft de meeste doelpunten gemaakt in de Eredivisie, maar Ruud Geels werd het vaakst topscorer. En hij werd in het seizoen ‘75/’76 ook nog eens topscorer van de UEFA Cup. Niet blond, maar hij scoorde wel. Ook hij was het leukste jongetje van de klas.

Geels werd in 1948 geboren, als Geertruida Maria Geels. Hij woonde in Haarlem en speelde daar ook zijn eerste wedstrijd, bij DSS en Onze Gezellen. Zijn vader was bakker en Geels groeide op in een arbeiderswijk. Net als Rob Rensenbrink wilde hij spelen: goaltjes meepikken en demarreren op het veld, bij welke club maakte niet uit. Hij heeft dan ook voor zowel Ajax, als Feyenoord en PSV gespeeld. Een doodzonde die men zich vandaag de dag bijna niet kan voorstellen. De gedachte alleen al dat bijvoorbeeld Berghuis een transfer van Feyenoord naar Ajax kan maken, doet mensen steigeren – ik steiger zelf nog het hoogst. Het enige dat hij niet wilde was spelen voor HFC Haarlem. Die club was te kakkineus voor hem. Dat kreeg hij niet over zijn arbeidershart.

Geels was een echte afmaker, een kopper – vandaar zijn ietwat vreemde haarlijn – die bekend stond om zijn versnelling, waarmee hij menig verdediger achter zich liet. Even een paar stappen op hoog tempo, en dan de bal langs de keeper schuiven. Onnavolgbaar, explosief en bovenal: bevlogen. Zowel in Nederland als in België boekte hij met zijn speelstijl successen. Bij Ajax werd hij viermaal op rij topscorer van de Eredivisie. Bij Club Brugge werd hij kampioen van België en bij Anderlecht, in de spits naast Rob Rensenbrink, scoorde hij in één seizoen 25 doelpunten. Op 31-jarige leeftijd werd hij bij Sparta, op de laatste speeldag met nog twee doelpunten te gaan, voor de vijfde maal topscorer van de Eredivisie. Het was de eerste keer ooit dat Sparta een topscorer produceerde. Hij speelde in totaal 473 wedstrijden, waarvan hij er in 318 scoorde: bij Ajax vond hij 123 keer het net in 131 wedstrijden. Wie doet het hem na? Ik kan het je vertellen: niemand.

In de iconische wedstrijd van Ajax tegen Feyenoord, die de Amsterdammers met 6-0 wonnen, stapte Geels – die toen al vijf keer had gescoord – kwaad van het veld nadat zijn zesde goal, de 7-0 tegen Feyenoord, werd afgekeurd door de scheidsrechter.

Dat ook het leukste jongetje van de klas het soms zwaar heeft, blijkt wel in ’74 wanneer hij met Oranje meegaat naar het WK. Hij speelt geen enkele wedstrijd en noemt het de ergste periode van zijn leven, maar dat is niet vanwege het niet spelen. Pestkoppen Krol en Suurbier hebben het op hem gemunt. Zelf zegt Geels erover: “Kijk, een keertje lullig doen, oké, maar vier weken lang, drie keer per dag, echt waar, drie keer per dag zonder ophouden, dat was niet vol te houden. Ik ging op het laatst met knikkende knieën de trap af als we moesten eten.”

“Wat ben jij lelijk, zeg.” zeiden ze dan uit het niets tegen hem. Suurbier verzamelde bolletjes snot uit zijn neus, die dan in de soep van Geels belandden, ze maakten grapjes over zijn hoge stem en tanende haardos, en het verhaal gaat dat Suurbier ooit eens zijn geslacht in de soep van Geels hing. Het Nederlandse volk kon hartelijk lachen om de grappen van Snabbel en Babbel, maar voor Geels was het een lijdensweg. Een vernedering die hem altijd is bijgebleven.

Toch bleef Geels ondanks de pesterijen een nuchtere, gezellige jongen die zichzelf niet te serieus nam. Hij maakte zich onsterfelijk in 1986, toen hij het gezicht werd van de haarstukjes van Hair Fusion. De kaalheid waar Krol en Suurbier hem in ’74 nog zo mee hadden gepest, omarmde hij ruim tien jaar later. Hij ging de schaamte en stilte voorbij en maakte de overkam zijn handelsmerk. Tegenwoordig heeft hij weer een volle haardos – een toupet, maar of die afkomstig is van Hair Fusion is onduidelijk –, is hij nog steeds dé vijfvoudig topscorer van de Eredivisie en blijft het een van de leukste jongetjes van de klas.Niet blond, wel gescout, en zeker scorend. Een anomalie in de theorie van Simon Kupers. “Zeg net als Ruud Geels: Hairfusion, ’n kopzorg minder.”

Met medewerking van Detlev Hiep


Steun ons!
Vond je dit een goede productie en wil je hier meer van zien? Steun deze redacteur met een kleine donatie voor een kop koffie (€ 2,50), een redactievergadering (€ 12,50) of een ander bedrag!