Een zeepkist op gras: de relatie tussen politiek en sport

Beeld: Inge Spoelstra Beeld: Inge Spoelstra

Vorig weekend werd de FA Cup finale (de Britse bekercompetitie) gespeeld. Na de overwinning te hebben binnengesleept, maakten Hamza Choudhury en Wesley Fofana, spelers van Leicester City, van het moment gebruik om hun solidariteit met Palestina te tonen. Met de Palestijnse vlag tussen beide betraden ze het veld. Het is niets vreemds. Al decennialang wordt sport gebruikt om politieke statements te maken of politieke macht te uiten. Maar heeft politiek eigenlijk wel een plaats in sport?

Op het eerste gezicht lijken politiek en sport niets met elkaar gemeen te hebben. Het een gaat over het ‘streven naar een goede samenleving, de strijd om macht en de totstandkoming en doorwerking van openbaar beleid’. Het ander is naast een fysieke krachtmeting, vaak in competitief verband, en ook een geliefd tijdverdrijf van mensen uit alle lagen van de samenleving. Maar van oudsher zijn beide al eeuwen onlosmakelijk verbonden.

Sport is een reflectie van de normen en waarden van een cultuur of samenleving, maar representeert ook gezag en hiërarchie. De gladiatoren zijn daar het perfecte voorbeeld van. Verslagen vijanden van het Romeinse Rijk werden tot slaaf gemaakt en voor het entertainment van de Romeinse burgers gedwongen om in arena’s elkaar te bevechten tot de dood. Ook paardenraces zijn al eeuwenoud. Winnaars oogsten aanzien en raceten vaak in naam van sjeiks en rijke consuls. Het is vergelijkbaar met middeleeuwse koningen die steekspelen en toernooien organiseerden om te kunnen pronken met hun rijkdom, terwijl ridders streden voor de eer en de winst opdroegen aan koninginnen, prinsessen en jonkvrouwen.

In navolging van hun historische voorbeelden grepen politieke leiders sport aan om hun dominantie te tonen. Het koloniale Franse gezag gebruikte voetbal om de Marokkanen te onderdrukken, maar ook Hitler maakte gretig gebruik van sport om zijn macht te propaganderen. In 1936 zag de Duitse Führer de Olympische Spelen als een uitgelezen mogelijkheid om racistische idealen en politieke overtuigingen te promoten. Ook in andere jaren werd sport door regeringsleiders gebruikt voor politieke doeleinden: in 1971 stuurden de Verenigde Staten tafeltennissers naar China om de verzuurde banden aan te halen. Een jaar later reisde president Nixon naar Peking. Hij was de eerste Amerikaanse president die China bezocht. Ook cricket bracht twee landen nader tot elkaar: Pakistan en India repareerden de diplomatieke betrekkingen tijdens het wereldkampioenschap cricket in Mohali, India. En de uitsluiting van Zuid-Afrika in 1964 door het internationale Olympische Comité leidde ertoe dat het land het segregerende beleid aanpakte.

Sport is altijd politiek geweest en ook atleten kregen dat door. Sport biedt een podium waarmee zij miljoenen mensen over de hele wereld kunnen bereiken. Een spreekwoordelijke zeepkist op gras. Dat Choudhury en Fofana hun sportieve overwinning aangrepen om een politiek statement te maken, is dan ook geen uitzondering. Vele andere sporters gingen hen voor.

Voetballer Megan Rapinoe zette voetbal in om aandacht te vragen voor gendergelijkheid. De Duitse aanvaller Mesut Özil sprak zich publiekelijk uit tegen de vervolging van Oeigoeren in China. Coureur Lewis Hamilton woonde BLM-demonstraties in Londen bij en benoemde tijdens verscheidene Formule 1-persconferenties dat hij ervan overtuigd was dat er verandering zou komen. En in 1968 al gebruikten Tommie Smith en Juan Carlos hun podiumplaatsen om te protesteren tegen racisme en armoede onder zwarte Amerikanen. Ze staken hun gebalde vuisten gehuld in een zwarte handschoen in de lucht. Hun schoenen hadden ze uitgetrokken en ze stonden op het podium in hun sokken. Het Olympische publiek hoonde hen weg met boegeroep.

Politici maken maar al te graag gebruik van sport om hun eigen politieke ambities te bevorderen, maar als atleten zich politiek uitspreken, wordt het ze niet altijd in dank afgenomen. Ze worden weggezet als onbekwaam en moeten hun mond houden over onderwerpen waar ze, zo is vaak het verwijt, niks vanaf weten.

Bokser Muhammad Ali werd door de boksbond van de Verenigde Staten geschorst en veroordeeld tot een gevangenisstraf van vijf jaar nadat hij zich uitsprak tegen de oorlog in Vietnam en weigerde te dienen in het leger. Colin Kaepernick werd ‘gecancelled’ toen hij knielde tijdens het spelen van het Amerikaanse volkslied om aandacht te vragen voor ongelijkheid en de onderdrukking van zwarte Amerikanen. Tennisster Naomi Osaka ontving online bedreigingen omdat ze zich uitsprak over de dood van George Floyd.

Maar waarom zouden politieke leiders sport wel voor hun karretje mogen spannen, terwijl de sporters zelf stil moeten blijven en gewoon moeten spelen? “Shut up and dribble,” zo zei Fox News-journalist Laura Ingraham tegen LeBron James nadat hij in een interview begon over Donald Trump, racisme en de Amerikaanse politiek. “It’s always unwise to seek political advice from someone who gets paid $100 million a year to bounce a ball,” zei ze. “Keep the political comments to yourselves. … Shut up and dribble.”Het was een veelzeggende reactie.

Wanneer sporters spreken wordt er geluisterd. De Palestijnse vlag van Leicester City werd dagenlang besproken aan eettafels door het gehele Verenigd Koninkrijk, net als hoe het knielen van Kaepernick ruim vijf jaar later nog steeds impact heeft. Politici dromen van zoveel invloed. Veel regeringsleiders, clubeigenaren en sportbonden voelen zich bedreigd als atleten zich uitlaten over politieke kwesties. Want als mensen naar je luisteren heb je macht. En die macht houden ze het liefst bij zichzelf.

Het is de reden dat Donald Trump en de NFL-clubeigenaren knielende American Footballers vergeleken met slaven en sons of bitches noemden. De reden dat de FA, de Britse voetbalbond, trainer Pep Guardiola beboette toen die op het veld verscheen met een geel lintje opgespeld, het symbool voor de vrijlating van Catalaanse politici. De reden dat het Olympisch Comité via reglementen probeerde af te dwingen dat atleten het sportevenement niet langer gebruikten als politiek podium.

Sport is politiek, de stem van het volk. Ook als het politiek even niet uitkomt.

Met medewerking van Detlev Hiep


Steun ons!
Vond je dit een goede productie en wil je hier meer van zien? Steun deze redacteur met een kleine donatie voor een kop koffie (€ 2,50), een redactievergadering (€ 12,50) of een ander bedrag!