Van prestatiedruk naar pottenbakker: ‘Ik dacht dat ik moest studeren’

Robin van den Hof (29)

Hoe is het om na je studie pottenbakker te worden? Redacteur Lisa Markslag vroeg het Robin van den Hof (29), die keramiek maakt. ‘Mensen in mijn omgeving vonden dat ik minder deed dan ik aankon.’

Robin studeerde Algemene Cultuurwetenschappen in Amsterdam. Na een lange studietijd gooide ze het roer om en stortte ze zich op pottenbakken. Nu heeft ze haar eigen studio, Robin Keramiek, waarin ze allerlei serviesgoed (het liefst koffiekopjes) maakt. 

Je bent potten gaan bakken. Waarom?
“Eigenlijk vond ik pottenbakken altijd stom. Mijn moeder bakt potten, dus ik dacht altijd: dat is niets voor mij, dat doet zij al. Maar zes jaar geleden verhuisde ik naar Utrecht, waar ik niemand kende en dringend een hobby nodig had. Toen kwam ik een cursus keramiek tegen. Ik vond het fantastisch! Het was ook heel anders dan mijn moeder doet: zij maakt dingen met de hand zonder draaischijf. Ik hou ervan als iets strak en netjes is – dat kan je heel mooi doen mét een draaischijf.”

Je hebt ook gestudeerd, toch?
“Ja. Ik ging studeren omdat ik vwo had gedaan en dacht dat ik moest studeren. Ik hield van musea en theater en ik zocht iets waarmee ik uiteindelijk in de culturele sector kon gaan werken. Dat leek me wel leuk – als ik dan toch moest studeren. 

Ik heb mijn studie afgemaakt, maar wel met veel moeite. Ik hou van doen, van uitvoeren; niet van nadenken en filosoferen. Het schrijven van mijn scriptie vond ik dan ook verschrikkelijk. Het kostte me twee pogingen en meer dan anderhalf jaar. Toen ik mijn bachelor eindelijk af had ging ik direct werken.”

‘Praktische vakken worden gezien als iets dat je alleen doet als je niet kan leren’

Hoe voelde het dan voor jou, om van wo naar praktisch werk te gaan?
“Dat voelde in het begin heel erg als falen. Ik voelde een enorme sociale druk om een pad te bewandelen dat niet mijn pad was. Daar heb ik echt mee geworsteld, dat mensen vonden dat ik ‘minder’ deed dan ik zou kunnen.

Naast het pottenbakken werk ik ook bij de Coffeecompany. Het is lastig om met pottenbakken je brood te verdienen. De tijd die je erin stopt, staat niet in verhouding staat tot de prijs die je ervoor krijgt: het proces vanaf het idee tot het product kan weken kosten. Er is echter wel veel vraag naar mijn producten en ik merk dat pottenbakken iets is waar ik eigenlijk al mijn tijd in wil stoppen.” 

Robin van den Hof (29) met een zelfgemaakte pot

Waarom denk je dat het wordt gezien als ‘minder’ doen dan je zou kunnen?
“Praktische vakken, ambachten, worden gezien als iets dat je alleen doet als je niet kan leren. Dat is natuurlijk onzin. Die gedachte is puur ontstaan doordat het huidige onderwijs je stimuleert om zo hoog mogelijk in te zetten. Of dat het mbo of de universiteit is, hangt dan af van je persoonlijke ontwikkeling. Voor mij was het de universiteit. Dat is wat mensen van je verwachten en dus doe je dat: het hoogst mogelijke niveau halen.  

Gelukkig kreeg ik steun van mijn directe omgeving bij de stap van theorie naar praktijk. Ik kreeg echter wel vaak vragen als: ‘Ga je nog verder studeren?’, en ‘Nu werk je hier, wat ga je hierna doen?’, terwijl ik pottenbakken enorm leuk vind en ik er nog goed in ben ook. Voordat mijn omgeving dit inzag, moest ik voor mijn gevoel echt bewijzen dat ik goed genoeg was.”

‘Ik wil iets doen omdat ik het leuk vind, niet omdat het hoort’

Wat vind je het allermooiste aan het pottenbakken?
“Dat ik mijn eigen serviesgoed kan gebruiken. Alles waar we thuis van eten en uit drinken heb ik zelf gemaakt. Vooral koffiekopjes met een oor zijn echt een uitdaging om te maken. Een kopje zonder oor is natuurlijk makkelijk; je kan iets al heel snel een ‘kopje’ noemen. Maar als je er een oor aan maakt, dan wordt het echt een ‘kopje’.”

Is er ook iets dat je niet leuk vindt aan het pottenbakken?
“Ik noem pottenbakken weleens een workshop teleurstellingen verwerken. Er zijn veel verschillende stappen waarbij iets mis kan gaan: je maakt iets, je draait het, je draait het af, je bakt het, je glazuurt het, en je bakt het nog een keer. Omdat het glazuur voor het bakken in poedervorm is, kan je niet inschatten hoe iets uit de oven komt.

Ik heb laatst bijvoorbeeld de opdracht gekregen om tien ‘tietenmokken’ te maken – letterlijk mokken met tieten eraan – en na het glazuren was het nét niet zoals ik verwacht had. Niet fel genoeg. Opnieuw maken is geen optie, dat duurt te lang. Iemand anders vindt het dan gelukkig geweldig en ziet niet wat ik zie, maar het blijft jammer.”

Zou je ooit nog wat anders willen doen?
“Nee. Als ik nu vooruit kijk en bedenk hoe ik mezelf zie als ik veertig ben, dan heb ik mijn eigen huis met een studio waar ik workshops kan geven, en waar ik keramiek kan maken en verkopen. Dat heb ik het allerliefst: ik wil iets doen in mijn leven omdat ik het leuk vind, niet omdat het zo hoort.”

Met medewerking van Wessel Wierda


Steun ons!
Vond je dit een goede productie en wil je hier meer van zien? Steun deze redacteur met een kleine donatie voor een kop koffie (€ 2,50), een redactievergadering (€ 12,50) of een ander bedrag!