De Voorzet: het ijzer van Israël

Beeld: Micky Dirkzwager

In aanloop naar het Europees kampioenschap voetbal schrijft Danielle Kliwon elf weken lang over de elf posities in het elftal. Ze bekijkt het huidige team en haalt herinneringen op aan de Nederlandse spelers van weleer, zoals Van Breukelen, Neeskens, Krol en Rijkaard. Deze week: de centrale verdediger (we hebben er natuurlijk twee).

De geboortestad of -streek bepaalt vaak waar het voetbalhart ligt. Maar er zijn ook uitzonderingen. Ik vond bijvoorbeeld Ajax altijd wel een leuk clubje, maar mijn voetbalhart lag aan het begin van mijn voetbalobsessie toch echt bij Real Madrid. De liefde voor Ajax kwam pas later.

De buurman had twee Dobermanns, twee reuzen van honden met stompjes als staarten die veel vriendelijker waren dan ze deden voorkomen. Als klein meisje ging ik vaak mee om ze uit te laten, via het zandpad naar de manage, en dan via dezelfde weg weer terug en weer verder, soms helemaal tot het dorp Sloten. Ik dartelde rond met de honden, terwijl de buurman onze wandelingen opfleurde met verhalen over DWS en Ajax. En zo begon mijn witte Koninklijke hart langzaam te tanen en rood te kleuren.

Tijdens die wandelingen hoorde ik voor het eerst over de Amsterdamse Rinus Israël. Mijn buurman werd altijd een beetje weemoedig als hij het over hem had. De Amsterdammer die naar Feyenoord ging. Eeuwig zonde.

De geboortestad bepaalt inderdaad vaak waar het voetbalhart ligt. Maar niet altijd.

Een verlies voor Amsterdam

Wie Rinus Israël zegt, zegt Feyenoord. De ras-Amsterdammer werd geboren in Noord en groeide op in de Ribesstraat. Dat is een typisch Noordse straat met een basisschool en terracotta-gekleurde eengezinswoningen. Hij voetbalde bij DWS – Door Wilskracht Sterk – waar ook Ajax-vedettes Frank Rijkaard en Klaas Nuninga begonnen, maar daarna ging het mis. 

Bij DWS waren ze in het begin niet zo op Israël gesteld. Niet getalenteerd genoeg. Ze waren niet onder de indruk van wat hij tijdens een oefenwedstrijd tentoon had gesteld. Maar Israël liet zich niet uit het veld slaan. Hij was net zo’n doorzetter als Ruud Krol en sleepte er uiteindelijk toch een contract uit bij de club. Hij werd met DWS landskampioen (nadat de club was gepromoveerd), bereikte de kwartfinales van de Europa Cup I en wekte de interesse van aartsvijand Feyenoord. Voor bijna een half miljoen gulden, een record voor die tijd, pakte de Amsterdammer zijn biezen en vertrok naar Rotterdam.

Een goede keus voor Israël; een groot verlies voor Amsterdam. Waar ik op latere leeftijd mijn liefde voor Ajax hervond, brak Israël definitief met de Godenzonen.

Godskolere, we hebben de Europa Cup gewonnen

De rivaliteit tussen Ajax en Feyenoord was in die tijd nog niet zo intens als nu. Bovendien, het was Ajax dat de fout had gemaakt om Israël niet te scouten. Het herkennen van talent kon Feyenoord moeilijk verweten worden. Ik geef graag DWS de schuld. Als zij gelijk zijn spel hadden erkend, was het misschien anders gelopen. Nu was het niet Ajax die met Israël prijzen pakte, maar die club aan de Maas.

En prijzen pakken, dat deden ze zeker. Onder Israëls verdedigende leiderschap wonnen de Rotterdammers drie keer de Eredivisie, driemaal de Intertoto Cup, de KNVB Beker, de UEFA Cup, en de Wereldbeker voor clubteams. Dankzij Israël wisten ze weerstand te bieden aan de hegemonie van Ajax.

Bovendien won Feyenoord in 1970 als eerste Nederlandse club de Europa Cup I. “Godskolere,” was het enige dat Israël wist uit te brengen toen hij de cup in handen kreeg. “We hebben de Europa Cup gewonnen.” Hij kon het amper geloven.

Hij was een Ausputzer: een achterste verdediger die ook de bal mee naar voren neemt. Hard, sterk en onverwoestbaar. Hij was de IJzeren Rinus van de bikkelharde tackles, een van de hardste verdedigers die de Eredivisie ooit heeft gekend. Aanvallers van de tegenpartij werden vaak op niet zachtzinnige wijze uit de zestien verwijderd. Israël was meedogenloos. Zo erg zelfs, dat tegenstanders zich weleens ziek meldden als ze zijn naam op het wedstrijdformulier zagen staan. 

“Als ik nu zou spelen, zou ik heel wat vaker langs de kant staan,” zo stelde Israël zelf. 

Hoewel Israël niet vaak uitkwam voor Oranje – zijn deelname aan het WK van ’74 bleef beperkt tot drie invalbeurten, mede door blessures en het overlijden van zijn vader – is hij wel het soort speler die Nederland op de kaart heeft gezet. De Cor van der Hart van de jaren 70. 

Waar komen Joden toch vandaan?

Israël is een voetballiefhebber in hart en nieren. Het is ook het enige waar hij een beetje verstand van heeft, zo zegt hij zelf over voetbal. Hij noemt Ajax een mooie club, haalt graag een kroketje bij Bob’s Kipboetiek in Landsmeer en is een man vol Amsterdams bravoure. Een stukje cynisme pikte hij op bij de Rotterdammers.

Hij kwam vaak kijken bij IVV Landsmeer. Iedereen kende hem. “Dag meneer Israël”, zeiden ze dan op de club. Na een wedstrijd van de kelderklasse, waar bier belangrijker is dan goals, vertelde hij een van de spelers van het zondagmiddag-vriendenteam dat hij veel meer had moeten scoren, ‘met de goede techniek die je hebt’. Hij stond 90 minuten lang z’n hoofd te schudden – het was een draak van een wedstrijd – maar hij bleef wel kijken. Soms gaf hij de grensrechters vriendelijke doch dringende ‘tips’. 

Tegenwoordig slijt hij zijn dagen bij een fietsenhandel in Landsmeer, omringd door ijzeren tweewielers. Daar doet hij een bakkie en babbelt hij een beetje. Er is daar aan de muur een waar Rinus Israël-museum verrezen. Gemaakt door de eigenaar, die een groot Feyenoordfan is. Israël vindt het allemaal wel best. Af en toe duikt hij met Henk Spaan op en geeft hij ongezouten voetbalcommentaar. Hij doet het rustig aan, IJzeren Rinus. 

‘Waar komen Joden toch vandaan?’ Het wordt altijd gezongen in de Arena tijdens wedstrijden van Ajax. ‘Israël hier ver vandaan.’ 

Het had zo mooi kunnen zijn.

Met medewerking van Detlev Hiep.

Steun ons!
Onze studenten dragen vrijwillig bij aan Red Pers. Vond je dit een goede productie? Sponsor dan onze koffie (€ 2,50), redactievergadering (€ 10,-) of grotere investering. Dankjewel!

Latest posts by Danielle Kliwon (see all)