Jeroen Pen schreef een rauw portret van een generatie zonder zekerheid: ‘Bevrijd jezelf in godsnaam!

Beeld: Berend van der Hijden

Het verse debuut De meest besproken man van Nederland van Jeroen Pen (33) stompt je onverwachts in de maag. Pens inkijkje in een journalistieke wereld vol commando’s en wurgcontractjes zet de verhoudingen op scherp. Rauwe fictie vol zwarte humor. Redacteur Peer van Tetterode ging bij de schrijver langs voor een interview.

Jeroen Pen bewoont samen met zijn vriendin een krakende zolderwoning van een oud Amsterdams grachtenpand. Zijn vriendin is ook schrijver. De ene keer mag hij een boek schrijven, de andere keer zij. Op het aanrecht van een modern keukenblok ligt een partje avocado dat nog vastzit aan de pit. Terwijl hij zijn woorden weegt, krabbelt de drieëndertigjarige Pen onrustig met een afgestompt rood potlood op een A3’tje.

Is het een goede tijd om een boek te schrijven nu de wereld soms stil lijkt te staan?
Ja en nee. Ik heb afgelopen jaar net een kind gekregen. Dus de drang om er even uit te gaan naar het café was best wel sterk het afgelopen jaar. Ik moet roken, kom we gaan naar buiten.

Op 15 april ben je officieel schrijver. Een opluchting?
Ja, daar heb ik mijn hele leven op gewacht. Journalistiek betekende vroeger alles voor me, maar bovenal was het een alibi om te kunnen schrijven. Ik merk nu dat ik verzinnen eigenlijk veel leuker vind dan dossiers doorspitten. Deze rol past me beter.

In je boek voer je een schrijver op die zegt: ‘Het is een privilege om een podium te krijgen, dus vertel iets dat ergens over gaat. Als je niet met de status quo in gevecht gaat, dan ben je het eigenlijk met de status quo eens.’ Zegt dat citaat iets over jouw schrijverschap?
Wat leuk dat je het boek serieus hebt gelezen, ik verwacht eigenlijk dat iedereen gewoon aanslaat op de excessen en de ranzigheid. Ja, wie zou die schrijver nou zijn… Het is een citaat van iemand die zelf schrijft over het corps. Dat is natuurlijk gewoon gelul van een dronken aardbei. Als je dat gevecht met de status quo zo fel benadrukt dan moet je dat natuurlijk wel zelf doen. 

Voor mij hoeft het niet allemaal zwaar en kritisch te zijn. Ik vind het ook geweldig om door een boek op te kunnen gaan in een wereld die niet de jouwe is. Dennie is een star van Maartje Wortel blijft me meer bij dan Multatuli ofzo.

De meest besproken man van Nederland
De meest besproken man van Nederland vertelt het verhaal van Otto Spanjer, een jongeman die op een postzegel in Amsterdam-West woont en ervan droomt om een groot journalist te worden. Nadat hij het niet meer uithoudt bij een beroemd weekblad dat zijn beste tijd heeft gehad, krijgt Otto via via een baan bij de Katholieke Televisie Omroep (KTO). Daar begint het echte leed. Hij komt terecht bij High en Lit, een televisieprogramma voor millennials. Zonder enig uitzicht op een vast contract, is Otto degene die het meeste werk verzet op de redactie – die verder voornamelijk uit babyboomers bestaat.

Otto kan na enkele omzwervingen terecht bij de KTO. Hoe ziet de wereld waar hij terechtkomt eruit en wie zwaait er de scepter? 
Het is een wereld waar de tijd stil heeft gestaan en waar de hoofdredacteur, de programmamakers en de netmanager steeds zoeken naar manieren om te vernieuwen, waarbij exact hetzelfde wordt gedaan als de afgelopen dertig jaar met exact dezelfde mensen. Een absurde opgave.

In omroepland worden constant volstrekt willekeurige beslissingen van bovenaf genomen, waardoor je eigenlijk nooit aan iets kan bouwen als redacteur of maker. Mensen met een vast contract maken de dienst uit. Deze ervaren journalisten konden vroeger veel, dat konden ze aardig, maar het werkt ineens niet meer. Hun hoogtijdagen lagen in de jaren negentig en de naughties, toen er nog anderhalf keer zoveel geld naar de Hollandse Publieke Omroep (HPO) ging en er nog werkelijk mensen massaal televisiekeken. 

Het is ook een wereld die botst met de mooie woke principes van millennials, zoals het opkomen voor seksegelijkheid. De omroepmensen van de oude garde worden nooit aangesproken op grensoverschrijdend gedrag. In mijn boek voer ik bijvoorbeeld een populaire presentator op. Een figuur die gewend is om altijd zijn zin te krijgen, iemand die er steeds minder toe doet maar toch belangrijk blijft binnen de omroep.

Met dat alles wordt Otto geconfronteerd. De boomers op de redactie doen alsof alles met online media, wat Otto dus doet, een soort raketwetenschap is. Daarbij vult de oude garde de plekken die vrijkomen op de redactie steeds op met eigen mensen, omdat dat goedkoper is dan jonge journalisten aannemen.

‘Misschien is het beter als je het schrijven voortaan aan mij overlaat, en zelf focust op socialmediapostjes. Ik kan dit er echt niet bij hebben. De dokter zegt dat ik mijn grenzen moet aangeven.’ Dat zegt oudgediende Petra tegen Otto wanneer hij veel moeite heeft gedaan voor een interview. Wat is haar probleem?
Als schrijver moet je je personages eigenlijk liefhebben, maar Petra is een beetje een omhooggevallen gek. Het is iemand die wordt doorgeschoven naar een plek die veel te veel van haar vraagt. Ze hoort daar helemaal niet. Ze zat eerst bij de afdeling ‘documentatie en informatie’ die is wegbezuinigd toen alles werd gedigitaliseerd. Daarna volgde ze een schrijfcursus en mocht ze zichzelf meteen schrijvend redacteur noemen. Het is iemand die, naast dat ze toch mooi een vast contract heeft, de hele tijd aan het klagen is.

Otto zou toch wel het allerliefst met een bus over haar heen rijden en haar in plakjes op straat achterlaten. Ze behandelt hem vooral als deurmat die haar verschrikkelijke kopij automatisch tot viral facebookposts kneedt. Weinig mensen hebben op de redactie enig idee wat de webredacteur doet. Voor hen is Otto simpelweg iemand in een hoekje.

‘Terwijl mijn generatie strijd moet leveren voor elk te factureren pestuurtje, neemt achtenvijftigjarige Ada maar weer een verplichte vakantiedag op.’ Denk je dat de arbeidsmarkt nu in een overgangsperiode zit en dat het op een gegeven moment beter wordt voor millennials? 
Het is een gigantisch privilege om zekerheden te hebben. Die hebben wij millennials gewoon meestal niet. Vijftigers hebben op de werkvloer hun eilandje en dat is veilig en goed. De rest boeit veel van hen eigenlijk niet zo. Het zijn uitgebluste mensen bij wie het heilige vuur is verworden tot een schuchter waakvlammetje.

Dat is ook gewoon het gevolg van de cultuur bij de omroep. Als er weer eens een verschrikkelijke ontslaggolf komt en meerdere programma’s op de schop gaan, is het logisch dat sommige mensen denken: ik kijk wel een half jaartje uit het raam en dan zien we wel weer verder.  

Die thematiek speelt niet alleen maar in de journalistiek natuurlijk. Nederland is voorloper op het gebied van flexibilisering van de arbeidsmarkt en dat heeft grote gevolgen. Sociale mobiliteit is voor het eerst in honderd jaar totaal afgevlakt. En het ergste moet nog komen, want we zitten in een mondiale crisis. De generatie met zekerheid gaat weg en daar komt niet hetzelfde voor in de plaats. Ik vind het echt verbazingwekkend dat we het zover hebben laten komen. Het is ook geen groot onderwerp in de politiek. De crisis van 2008 was geen pretje, maar dit wordt echt een hel. Dus succes ermee!

De enige vriend die Otto bij de omroep leert kennen is de veelbelovende programmamaakster Vibeke. Nadat haar programma wordt wegbezuinigd krijgt ze twee keuzes van de omroep. Of ze gaat invaliden begeleiden met het maken van programma’s, of ze wordt hoofd van een diversiteitsnetwerk. Een keuze waar ze zelf over zegt: ‘slaapverwekkend lopendebandwerk of corvee voor een stel racisten.’
Ik denk dat een beter diversiteitsbeleid zeker nodig is, maar het is makkelijker gezegd dan gedaan. Door beter beleid heb je nu meer journalisten afkomstig uit tweedegeneratie migrantengezinnen en dat is een goede ontwikkeling. Alleen heb ik een broertje dood aan diversiteit als marketinginstrument, en je kan niet iedereen vanuit die bril benaderen. Vibeke is bijvoorbeeld niet-wit en heeft een onbekende donorvader. Tot haar onvrede moet ze steeds opdraven als vertegenwoordiger van alle Nederlanders van kleur.

Otto verzint uiteindelijk een plan om af te rekenen met het old boys network van de KTO. Is dat een persoonlijke wens of wil hij dat doen in naam van zijn generatie?     
Natuurlijk vindt Otto het niet onplezierig om uit te halen naar de mensen die hem het leven zuur hebben gemaakt. Hij doet dat deels voor zichzelf. Maar dat is bij activisme natuurlijk best wel vaak zo. Daar probeer ik dan ook een beetje de draak mee te steken. Otto meent overigens wat hij op het einde doet en uitkraamt. Hij zou tegen zijn generatiegenoten vooral zeggen dat al die onzekerheid het niet waard is. Bevrijd jezelf in godsnaam!

Wie is Jeroen Pen?
Jeroen Pen (1987) is schrijver en journalist. Na een loopbaan bij de Volkskrant, Vrij Nederland en BNR stond hij in 2016 bij omroep KRO-NCRV aan de wieg van  Brandpunt+. Dit online platform begon als ondersteunend aan Brandpunt maar overleefde dit televisieprogramma. In 2019 vertrok Pen bij Brandpunt+ en werkte hij o.a. bij Het Parool. Zijn debuutroman ligt vanaf 15 april in de winkel. Jeroen Pen: De meest besproken man van Nederland. Uitgeverij Pluim, €21,99

Met medewerking van Koen de Groot

Steun ons!
Onze studenten dragen vrijwillig bij aan Red Pers. Vond je dit een goede productie? Sponsor dan onze koffie (€ 2,50), redactievergadering (€ 10,-) of grotere investering. Dankjewel!

Peer van Tetterode