Van stemformulier tot Rutte IV: hoe komt een nieuw kabinet tot stand?

Illustratie: Inge Spoelstra

Als het tellen voorbij is, kan het speculeren beginnen. Welke partijen gaan samenwerken en wie zal welke ministerpost bekleden? In dit tweede deel van Democratie voor dummies lees je wat er allemaal voorafgaat aan de bordesfoto.

Het wereldrecord voor het land dat het langst zonder regering zit is sinds 2011 in handen van België. Onze zuiderburen zaten toen maar liefst 541 dagen zonder regering. Ook in Nederland gaat de formatie niet altijd even snel, getuige de slepende onderhandelingen die voorafgingen aan Rutte III. Het lijkt erop dat de kabinetspuzzel dit jaar wederom een ingewikkelde is. De kans is groot dat er een vierde kabinet komt met Mark Rutte aan het hoofd, waarin samengewerkt wordt met D66, de grote winnaar van de Tweede Kamerverkiezingen van 2021. Tot zover de verwachtingen. Hoe komt een nieuw kabinet nu precies tot stand?

Op verkenning

De eerste stappen zijn inmiddels al gezet. Een dag na de verkiezingen, dus 18 maart, is Tweede Kamervoorzitter Khadija Arib (PvdA) in gesprek gegaan met de fractievoorzitters. Samen hebben zij twee verkenners aangewezen die met de fracties in gesprek gaan om te zien welke partijen samen mogelijk een coalitie kunnen vormen. Normaal gesproken is het gebruikelijk dat alleen de grootste partij een verkenner levert, maar vanwege de forse winst van D66 zijn er dit keer twee verkenners aangewezen. De keuze van de lijsttrekkers is gevallen op Annemarie Jorritsma (VVD) en Kajsa Ollongren (D66). Zij zijn niet alleen verantwoordelijk voor het onderzoeken van de mogelijkheden voor een nieuw kabinet, maar bereiden ook het debat voor over de verkiezingsuitslag.

In 2017 liep de eerste formatiepoging stuk omdat GroenLinks wegliep van de onderhandeltafel

Als er een definitieve verkiezingsuitslag is, waarna ook de zetelverdeling bekend is, wordt de nieuwe Tweede Kamer geïnstalleerd. Dat gebeurt dit keer op 30 maart. Het debat over de verkiezingsuitslag vindt uiterlijk een week later plaats. Tijdens dit debat formuleert de Kamer een informatieopdracht en benoemt zij een informateur. Wat de opdracht van de informateur precies is, hangt af van de uitkomsten van de verkiezingen. Eerder benoemde de koning of koningin de (in)formateurs. Maar om het proces rondom de vorming kabinet transparanter te maken, besloot de Tweede Kamer in 2012 dat deze taak bij de volksvertegenwoordiging moest komen te liggen.

Informateur

De informateur onderzoekt welke partijen een nieuw kabinet kunnen vormen, waarbij zij of hij zich moet houden aan de informatieopdracht van de Tweede Kamer. Vervolgens onderhandelt de informateur over de inhoud van het beleid met de partijen die het kabinet gaan vormen. De hoofdtaak van de informateur is het opstellen van een regeerakkoord. Hierin staan de belangrijkste doelstellingen voor het beleid van het nieuwe kabinet.

In 2017 werd demissionair minister voor Volksgezondheid Edith Schippers (VVD) aangewezen als verkenner en opeenvolgend als informateur. De informatieopdracht die zij kreeg was het onderzoeken van de mogelijkheid om een stabiel kabinet te vormen met de VVD, het CDA, D66 en GroenLinks. Na iets meer dan anderhalve maand onderhandelen, mislukte deze eerste formatiepoging toen GroenLinks wegliep bij de onderhandeltafel. De verschillen in de opvattingen van de partijen over migratie bleken te groot. Uiteindelijk bleken nog drie pogingen nodig om tot een kabinetsformatie te komen, bestaande uit VVD, CDA, D66 en ChristenUnie. Daarmee was de formatie van kabinet-Rutte III met 225 dagen de langste sinds de Tweede Wereldoorlog

Formatie en start kabinet

Als de taken van de informateur erop zitten, benoemt de Tweede Kamer een formateur. Zij of hij stelt een kabinet samen en wordt meestal de nieuwe minister-president. Het is de taak van de formateur om kandidaten te zoeken om de posten van ministers en staatssecretarissen in te vullen. Bij het verdelen van de ‘portefeuilles’, oftewel beleidsterreinen, vormt de grootte van de verschillende politieke fracties het uitgangspunt.

Zodra de nieuwe ministersploeg compleet is, komen de kandidaat-ministers voor de eerste keer bij elkaar. In dit zogenoemde ‘constituerend beraad’ verklaren de ministers het eens te zijn met het regeerakkoord en wordt de taakverdeling definitief vastgelegd. Pas daarna kan de koning het kabinet beëdigen en is het tijd voor de foto op het bordes van een van de koninklijke paleizen.

Minister-president

In het algemeen levert de grootste partij zowel de minister-president als de meeste ministers. De tweede partij levert de eerste vicepremier én mag de eerste ministerspost kiezen. Meestal valt de keuze op het ministerie van Financiën, omdat elke partij wil beschikken over de rijksbegroting. Toch komt de minister-president niet altijd uit de grootste partij. Het recentste voorbeeld daarvan is Ruud Lubbers (CDA), die in 1982 premier werd terwijl PvdA bij de verkiezingen als grootste partij uit de bus was gekomen. De reden hiervan was dat eerdere formatiepogingen met de PvdA waren mislukt, waardoor die partij uiteindelijk niet in de coalitie kwam.

Meer of minder

Kabinetten kunnen in verschillende vormen aantreden, waarvan de meest voorkomende variant het meerderheidskabinet is. Dat houdt in dat de coalitiepartijen samen een meerderheid hebben in de Tweede Kamer. Het huidige demissionair kabinet-Rutte III is een voorbeeld van een meerderheidskabinet: VVD, CDA, D66 en de ChristenUnie hebben een nipte meerderheid van 76 zetels. De voorkeur gaat uit naar deze variant, omdat de meerderheid van de Tweede Kamer vooraf aangeeft vertrouwen te hebben in het functioneren van het kabinet. Daarnaast is het met de steun van een meerderheid in het parlement makkelijker om regeringsvoorstellen goedgekeurd te krijgen.

Niemand wil opnieuw een formatiepoging van 225 dagen

Een andere, minder ideale mogelijkheid is het minderheidskabinet. Zo’n kabinet met de steun van een minderheid van de Tweede Kamer is mogelijk, maar dan moet de coalitie zeker zijn van de steun van de overige partijen. Zo niet, dan bestaat de kans dat het kabinet al bij de eerste besluiten naar huis wordt gestuurd. Minderheidskabinetten komen daarom bijna nooit voor.

Gedoogkabinet

Dan is er nog het ‘gedoogkabinet’, een soort hybride vorm tussen het meerderheids- en minderheidskabinet. Bij een gedoogkabinet heeft de coalitie een minderheid in de Tweede Kamer, maar wordt er gedoogsteun van één of meer oppositiepartijen vastgelegd. Kabinet-Rutte I was hiervan een voorbeeld. De coalitie bestond toen uit VVD en CDA, die samen slechts 52 zetels hadden. Met de gedoogsteun van de PVV, die 24 zetels had binnengesleept, had het kabinet alsnog een meerderheid in het parlement. Dit ging niet lang goed, want na twee jaar liepen de onderhandelingen tussen de drie partijen stuk op bezuinigingsplannen. PVV-fractievoorzitter Geert Wilders zegde toen de gedoogsteun op, waarna het kabinet ten val kwam.

Een meerderheidskabinet heeft qua stabiliteit de voorkeur, maar ook dan blijft er een breed scala aan mogelijke formaties over. Aangezien er waarschijnlijk 17 fracties in de Tweede Kamer komen, is het aannemelijk dat de toekomstige kabinetspuzzelaars het niet makkelijk gaan krijgen. Over één ding zijn alle partijen het in ieder geval alvast eens: het is niet de bedoeling om het 225 dagen tellende record van de vorige formatie te evenaren, laat staan te breken.

Met medewerking van Koen de Groot.

Steun ons!
Onze studenten dragen vrijwillig bij aan Red Pers. Vond je dit een goede productie? Sponsor dan onze koffie (€ 2,50), redactievergadering (€ 10,-) of grotere investering. Dankjewel!


Steun ons!
Vond je dit een goede productie en wil je hier meer van zien? Steun deze redacteur met een kleine donatie voor een kop koffie (€ 2,50), een redactievergadering (€ 12,50) of een ander bedrag!