Een ode aan het niet weten

Redacteur Jelle Holtzapffel ziet het eigen gelijk en zelfoverschatting hoogtij vieren in de samenleving. Hij pleit voor een herwaardering van twijfelen, luisteren en vragen stellen.

Toen ik afgelopen halfjaar stage liep bij een kennisinstituut van de overheid, werd ons als stagiairs op het hart gedrukt om ons niet in iedere discussie te mengen. Niet alleen omdat daar buitenproportioneel veel leeswerk bij komt kijken, maar ook om te leren dat zwijgen en luisteren belangrijke vaardigheden zijn. Toch bleef tijdens de wekelijkse vergaderingen via Zoom de druk om altijd iets te zeggen, ook onder vaste medewerkers, groot; de behoefte om die ene briljante bijdrage te leveren oversteeg vaak het besef de materie niet te kennen.       

Een wijze les om op zo’n stage te leren, maar eigenlijk is het een wijsheid die al in allerlei bekende gezegden vervat zit. “Een gek kan meer vragen stellen dan tien wijzen kunnen beantwoorden.” Of de quote die naar verluidt van Socrates afkomstig is: “Hoe meer je weet, hoe meer je weet dat je niets weet.” En zo zijn er nog heel wat tegeltjeswijsheden. Uitspraken die op een bepaalde manier de paradox van kennis blootleggen: degene die veel kennis over een onderwerp bezit, weet ook hoeveel hij niet weet.

Er schuilt een gevaar in de zelfbenoemde expert die zich na wat clicks op internet een doctorsgraad toedicht

Deze paradox is heel actueel, zeker in een tijd waarin de boodschap nog maar weinig begrepen wordt. Juist in deze crisis worden we opgeschrikt door zovelen met beperkte kennis die zich als kenner presenteren. Kenners die na het doorspitten van wat boeken aanschuiven bij praatprogramma’s en daar dan als autoriteit de ruimte krijgen om ons de feiten te presenteren.

In extreme vorm vinden we deze zelfoverschatting misschien wel bij de moderne complotdenker, die met zijn credo van ‘eigen onderzoek’ en ‘eigen vragen’ de geleerden zo aan de kant schuift. Terwijl eigen onderzoek en eigen vragen moeilijker zijn dan deze groep ons voorhoudt. Neem het vaccin: als leek zou ik niet eens weten waar te beginnen. Mijn vragen komen al snel neer op: is het veilig? Moet ik het nemen? Hoe weet ik zeker dat het antwoord klopt? En wat begrijp ik van die antwoorden? Ik weet er simpelweg veel te weinig van.

Nu wil ik met dit pleidooi niet ageren tegen de kritische burger. Sterker nog, die burger is voor de democratie van levensbelang. Ik wil met name zeggen dat er een gevaar schuilt in de zelfbenoemde expert, die zich na wat clicks op internet een doctorsgraad toedicht en met een opportunistische boodschap de massa opjut.                 

Juist de wetenschapper zou moeten begrijpen waar zijn kennis ophoudt en de ruimte voor een ander begint

Ook het andere uiterste zouden we niet moeten ambiëren: de wetenschapper die alle macht krijgt. De wetenschapper kan er immers niet voor zorgen dat politieke tegenstellingen verdwijnen. In een volledige focus op de wetenschap schuilt bovendien het gevaar dat terechte twijfels en legitieme politieke voorkeuren maar al te makkelijk als een gebrek aan kennis worden weggezet. Juist de wetenschapper zou moeten begrijpen waar zijn kennis ophoudt en de ruimte voor een ander begint.

Dat idee van kennis niet alleen bij jezelf zoeken, maar ook bij een ander, komt mooi tot uitdrukking in een aantal beroemde dichtregels van Remco Campert. In het gedicht Iemand stelt de vraag gaat het er niet alleen om de vraag aan jezelf te stellen, maar ook om deze met een ander te delen. Campert toont ons het belang van een kritische houding, zonder in het eigen gelijk te verzanden.

“jezelf een vraag stellen

daarmee begint verzet

en dan die vraag aan een ander stellen.” (13-15)

Met medewerking van Wessel Wierda.


Steun ons!
Vond je dit een goede productie en wil je hier meer van zien? Steun deze redacteur met een kleine donatie voor een kop koffie (€ 2,50), een redactievergadering (€ 12,50) of een ander bedrag!

Jelle Holtzapffel
Latest posts by Jelle Holtzapffel (see all)