Wat is dé partij voor mij? Deel 4: Onderwijs en wetenschap

Beeld: Philippe Bout/Unsplash Beeldredactie: Christine Boersma

Op 17 maart mag er weer gestemd worden, maar wie heeft er nou écht de tijd om alle verkiezingsprogramma’s door te nemen? Redacteuren Thijs Booden en Maurits van Egdom analyseerden ze dit keer met de focus op onderwijs en wetenschap.

Disclaimer: De partijen zijn gekozen op basis van drie onderdelen: of ze nu al in de Tweede Kamer zitten (op afsplitsingen na), of ze naar voren zijn gekomen uit de Red Pers-lezersenquête én of ze op een substantieel aantal zetels staan in de peilingen. Mocht er in onderstaand stuk een uitspraak, standpunt of idee niet worden uitgelegd, komt dat omdat de desbetreffende partij er zelf ook geen uitleg bij heeft gegeven.
Onderaan deze pagina staan de schuingedrukte termen volledig uitgelegd.

PVV – ‘Overheid brengt leerlingen en studenten in de problemen’

De PVV constateert een ‘gigantisch’ lerarentekort in Nederland. Om die reden wil de rechts-populistische partij het beroep van de leraar weer aantrekkelijk maken. Ze wil terug naar een systeem waarin het pedagogisch beleid gewaarborgd wordt. Om dit te realiseren wil de partij stoppen met allerlei ‘onderwijsvernieuwingen’ die bedacht worden door bestuurders en beleidsmakers, omdat het volgens de PVV voor onrust zorgt en tot kwaliteitsverslechtering leidt. Tevens moet er meer nadruk worden gelegd op de vakkennis en de pedagogisch-didactische vaardigheden van leraren. Zo wordt de basis van het vak versterkt.

Ook moet het onderwijs kleinschaliger worden, zodat leerlingen onderwijs en aandacht op maat krijgen. Daarbij moet de kern van het onderwijs, taal en rekenen, weer centraler staan. Voor studenten wil de PVV het leenstelsel afschaffen en de basisbeurs herintroduceren, want de partij vindt: studenten moeten schuldeloos door het leven gaan. Die zekerheid wil ze terugbrengen. Met andere woorden: de overheid mag volgens de PVV studenten niet opzadelen met hoge studieschulden.

Het CDA – ‘Gelijke kansen in en na het onderwijs’

Het CDA wil zo snel mogelijk van het leenstelsel af. De partij vindt het huidige leenstelsel namelijk een beletsel voor studerend Nederland. Het zorgt voor ‘torenhoge’ studieschulden en een valse start op de arbeidsmarkt. Ook wordt de leenstelselgeneratie gecompenseerd. “Daar hebben zij recht op,” beschrijft het partijprogramma. Om de studenten tegemoet te komen brengt het CDA de basisbeurs, die overigens tot het einde van de studie geldt, terug voor de bachelor- en masterfase. Daarbovenop krijgen uitwonende studenten tussen driehonderd en zeshonderd euro per maand. Voor thuiswonende studenten is dat tussen de 150 en 450 euro per maand. Kortom, een extra zakcentje vanuit de overheid.

Tevens vindt het CDA de kwaliteit van het onderwijs in Nederland niet ‘hoog genoeg’. Volgens de partij hebben leerkrachten simpelweg niet de tijd om leerlingen het onderwijs te bieden dat ze verdienen. Dat komt doordat de administratieve druk in het onderwijs te hoog ligt. Hier speelt de partij op in. Leraren krijgen meer tijd voor lesontwikkeling, krijgen een beter salaris – met ruimte voor bonussen bij extra inspanning – en hoeven minder administratief werk te verrichten. Voor leerlingen die extra hulp nodig hebben komt er ‘directe begeleiding’ in de klas. Ook komt er meer aandacht voor lezen en taal. Op die manier wordt de laaggeletterdheid in Nederland aangepakt.

D66 – ‘Meer kansen voor alle studenten’

D66 kiest voor een nieuwe studiebeurs. De democraten komen met een alternatief plan, omdat ze merken dat het huidige leenstelsel niet voor alle studenten even goed werkt. Op die manier hopen ze de studiebeurs toegankelijk te maken voor meer studenten. Ook pleit de partij voor minder focus op snelheid en ‘standaardroutes’, zodat er meer ruimte vrijkomt voor maatwerk en persoonlijke ontwikkeling. Het bindend studieadvies (BSA) mag volgens de sociaal-liberale partij alleen gemotiveerd worden ingezet. Om de studiedruk te verlagen, wordt het BSA beperkt tot maximaal 40 studiepunten (ECTS). Daarnaast wil D66 alle toeslagen afschaffen. In ruil daarvoor krijgen studenten een belastingkorting van maximaal driehonderd euro per maand.

Om het lerarentekort en de ontevredenheid onder leraren in Nederland aan te pakken, wil D66 het aantal lesuren per week verlagen naar maximaal 20 uur per week, zodat leraren meer tijd hebben om hun lessen voor te bereiden en zich te verdiepen in hun vak. Ook gaan de salarissen van basisschoolleraren omhoog, zodat het in lijn ligt met de salarissen van leraren op middelbare scholen. Daarnaast wil de partij dat het onderwijsgeld direct naar de scholen gaat en niet naar de schoolbesturen. 

DENK – ‘Waardering voor onze onderwijshelden’

DENK wil ‘fors’ investeren in het onderwijs. Er komt meer geld voor passend en speciaal onderwijs beschikbaar, zodat ieder kind de ondersteuning en aandacht krijgt die het verdient. Ook krijgen leerkrachten een beter salaris en krijgt het onderwijsachterstandenbeleid een financiële injectie. Net als het CDA en de PVV wil DENK het leenstelsel afschaffen en de oude basisbeurs herintroduceren. De partij komt studenten die onder het leenstelsel vallen tegemoet. Zij worden, als het aan de partij ligt, gecompenseerd.

Verder wil DENK normen en waarden als antiracisme, antidiscriminatie en gelijkwaardigheid in het onderwijs overbrengen. Daarbij wil de multiculturalistische partij dat het onderwijs Nederlanders bij elkaar brengt. Ze denkt dat het leren van elkaars geschiedenis, in de vorm van het koloniale verleden en het migratieverleden, zorgt voor meer ‘onderlinge begrip’ en daarmee ‘wederzijdse acceptatie’. 

GroenLinks – ‘Investeren in de toekomst’

“Het is tijd voor een omslag in het onderwijs,” beschrijft het partijprogramma. Volgens GroenLinks moet het onderwijs de ongelijkheid in Nederland verkleinen en niet vergroten. De partij wil dat iedereen, van vmbo tot vwo, van mbo tot universiteit, een eerlijke kans krijgt en het beste uit zichzelf haalt. De aanvullende beurs wordt verhoogd en de kosten voor een tweede studie worden ‘drastisch’ verlaagd – een fijne gedachte voor wie wil doorstuderen of niet direct een passende studie vindt. Zo blijft het onderwijs betaalbaar.

Ook wil de ecologische partij meer investeren in leerkrachten en ondersteunend onderwijspersoneel. Om dit te bewerkstelligen verlaagt ze de werkdruk: geen bureaucratische rompslomp meer, het salaris wordt verhoogd en leerkrachten worden weer baas over hun eigen werk.

Zoals toegelicht in deel twee van deze serie wil de partij investeren in de toekomst. Als het aan GroenLinks ligt, krijgt de jeugd op hun achttiende een startkapitaal van tienduizend euro. Dit bedrag kunnen ze investeren in hun studie of eigen onderneming. Tot slot wordt het leenstelsel vervangen door een nieuwe studiebeurs van maximaal vierhonderd euro per maand, wordt huurtoeslag beschikbaar gesteld voor uitwonende studenten en worden de kosten van een zorgverzekering verlaagd naar tien euro per maand. 

Beeldredactie: Bibice Piets

SGP – ‘Minder overheid, meer school’

Als het aan de partij ligt, beginnen kinderen al vroeg met leren. De SGP gelooft in onderwijs dat gericht is op het leven zoals dat in de Bijbel wordt geleerd. Om die reden wil de religieus-rechtse partij een onderwijsstelsel dat christelijk is. De Bijbel is volgens de partij de juiste fundering voor het onderwijs. Met andere woorden: onderwijs en opvoeding zijn nauw met elkaar verbonden. Ook wil de SGP dat scholen en leerkrachten meer ruimte krijgen om hun werk uit te voeren. Op die manier wil ze de status van het leraarschap in Nederland verbeteren. De overheid mag ze volgens de partij niet voor de voeten lopen. 

De christelijke partij streeft naar een kenniscultuur waarin wordt geïnvesteerd in de kwaliteit en kennis van universiteiten en hogescholen. Om die reden wil de SGP directe financiering aan universiteiten. Daarnaast wordt de lengte van een master uitgebreid naar twee jaar – voor deze masters komen studiebeurzen beschikbaar – en er komen topuniversiteiten waarin techniek en bèta standaard aan de orde komen.

Partij voor de Dieren – ‘Duurzaam en gezond onderwijs voor iedereen’

De ecologische partij wil een kantine waar 100% biologisch voedsel wordt verkocht en geserveerd. Op die manier spelen ze in op duurzaam en gezond onderwijs. Verder pleit de Partij voor de Dieren voor meer investering in natuur- en milieueducatie, zodat de generaties na ons meer respect krijgen voor het leven op onze planeet en haar veranderende klimaat. Om de kwaliteit en onafhankelijkheid van wetenschappelijk onderzoek te stimuleren, wordt een groot deel hiervan gestructureerd gefinancierd door de overheid. Ook moeten alle universiteiten in Nederland, inclusief Wageningen University & Research, voortaan onder de verantwoordelijkheid van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap vallen. 

Daarnaast wil de partij dat het leenstelsel wordt afgeschaft en de basisbeurs terugkeert. Verder blijft de OV-kaart voor studenten geldig tot het einde van hun studiefinanciering. Als het aan de partij ligt, wordt het collegegeld verlaagd. Dit bedrag moet te allen tijde hetzelfde zijn, ondanks eerder behaalde en/of gevolgde studies. Tot slot pleit de partij voor een verplichte maatschappelijke stage.

VVD – ‘Sociaal leenstelsel behouden’

De partij wil het sociaal leenstelsel behouden. Dat zou het hoger onderwijs laagdrempelig, rechtvaardig en toegankelijk maken voor iedereen. Voor studenten met ouders die een niet al te hoog inkomen hebben, blijft de aanvullende beurs beschikbaar. De besteding van het geld uit de inkomsten van het sociaal leenstelsel moet makkelijk gecontroleerd kunnen worden door studenten. Ook komt er een mogelijkheid voor studenten om het collegegeldkrediet in een keer op te nemen om een (dure) studie in het buitenland te betalen.

Als het aan de liberalen ligt komt er een strategie om ‘internationaal talent’ naar Nederland te trekken en het liefst ook hier te houden. Wel komt er dan een mogelijkheid om buitenlandse studenten na een screening te weren als de nationale veiligheid in het geding kan zijn. Ten slotte wil de VVD minder collegegeld in het hoger onderwijs als mensen een studie kiezen die ze klaarstoomt voor een sector met een tekort op de arbeidsmarkt.

Forum voor Democratie – ‘OV-kaart voor studenten ook in het weekend’

Als het aan de partij ligt moet er, in tegenstelling tot wat de liberalen van de VVD vinden, terughoudendheid zijn bij het werven van internationale studenten. Ook blijft de voertaal in het onderwijs ‘gewoon’ Nederlands en krijgen cultuur- en muziekeducatie een vaste plek in het curriculum. Volgens de rechts-conservatieven is de universiteit een vrije ruimte, waar momenteel door activisme minder ruimte is voor spannende ideeën. Er moet daarom direct een einde worden gemaakt aan de ‘cancel culture’, ‘diversity officers’ en ‘safe spaces’.

Wat Forum voor Democratie wel graag terug wil zien, is de basisbeurs. Ook willen ze ruimte maken voor een gepaste compensatie voor de generatie die geen basisbeurs hebben gekregen en wordt de gratis OV-kaart voor studenten zowel in het weekend als doordeweeks geldig, gedurende hun gehele studie.

ChristenUnie – ‘Artikel 23 wordt niet aangetast’

De partij wil artikel 23 onder geen geding aantasten; de vrijheid om een school met een eigen identiteit op te richten is belangrijk. Leerlingen in het openbaar (speciaal) onderwijs moeten ook in de toekomst binnen schooluren levensbeschouwelijk of religieus onderwijs kunnen ontvangen. Volgens de christenen moeten ‘we’ ook aan de slag met burgerschap in het onderwijs, waarbij de grondbeginselen van de democratische rechtsstaat worden behandeld. 

De ChristenUnie wil de basisbeurs terug en het sociaal leenstelsel afschaffen. Een basisbeurs voor uitwonende studenten wordt dan 550 euro per maand. Tevens moet er in dat geval compensatie komen voor studenten in het huidige leenstelsel. Ten slotte wil de partij minder uitval, minder nadruk op ‘rendement’ binnen onderwijs (want: het onderwijs is geen bedrijf) en extra middelen voor wetenschap en onderzoek.

Beeldredactie: Bibice Piets

Partij van de Arbeid – ‘Artikel 23 wel aanpassen’

Net als de ChristenUnie wil de partij burgerschap belangrijk maken. Op school moet je je leren ontwikkelen tot een ‘wereldburger’. Voor de aanpak van racisme, discriminatie en uitsluiting is het leren van het burgerschap volgens de sociaaldemocraten erg belangrijk. In tegenstelling tot de ChristenUnie willen ze artikel 23 uit de Grondwet wel aanpassen: de belangen van het kind moeten centraal staan, niet die van de school. 

De Partij van de Arbeid wil, net als een aantal bovengenoemde partijen, de basisbeurs herinvoeren. Door hogere belastingen in te voeren voor topinkomens blijft er geld beschikbaar om in het onderwijs te investeren. Ook wil de partij een einde maken aan de prestatiedruk, meer inspraak voor studenten in het vervolgonderwijs en een studiefinanciering voor mensen boven de 30.

SP – ‘Waarborgen van onafhankelijk onderzoek’

Als het aan de partij ligt, bestaan klassen op scholen uit maximaal 23 kinderen, vooral op scholen met kinderen uit armere gezinnen. Ook wil ze het vak van de leerkracht aantrekkelijker maken om het groeiende lerarentekort tegen te gaan. Volgens de socialisten verbroedert sport, maakt sporten mensen gezond en brengt het mensen samen. Daarom pleiten ze voor meer gymlessen en sportbeoefening op school.

Zonder schulden studeren, dat is wat de SP heel graag wil zien. Iedere student zou voortaan recht moeten hebben op een studiebeurs, en jongeren uit gezinnen met een laag inkomen krijgen daarbovenop nog een aanvullende beurs. En, zoals eerder genoemd bij andere partijen, worden studenten uit het huidige leenstelsel gecompenseerd. Daarnaast willen de socialisten de positie van wetenschappers versterken door meer vaste aanstellingen beschikbaar te maken en door onafhankelijk onderzoek te waarborgen. 

50Plus – ‘Investeren in volwassenenonderwijs’

De partij is kort van stof, ook als het over onderwijs gaat. Het onderwijs zou meer moeten aansluiten op ‘snelle ontwikkelingen in de maatschappij’. Onderwijs zou moeten worden aangeboden in het Nederlands en voor wie geen Nederlands kan, wordt er een taalcursus aangeboden. De basisbeurs ziet de ouderenpartij graag terugkeren. 

Voor ouderen zijn ze ook behulpzaam: er komt geen maximale leeftijdsgrens voor volwassenenonderwijs. Het volwassenenonderwijs moet ook overdag en ‘s avonds beschikbaar zijn en voor iedereen die werkloos wordt en recht heeft op een WW-uitkering wordt volwassenenonderwijs gratis. Ook wil de partij dat de ‘toegankelijkheid van het hoger onderwijs’ gewaarborgd blijft.

Volt Nederland – ‘Een behaald diploma geldt in de hele EU’

Volgens de partij richt het beleid dat de overheid momenteel hanteert zich niet op kansen en mogelijkheden, maar op streefgetallen. We kunnen leren van Finland, waar veel aandacht is voor persoonlijke en sociale ontwikkeling. Volt Nederland wil een uitbreiding van het programma Erasmus+, een programma waarbij een beurs aangevraagd kan worden om te studeren aan een buitenlandse universiteit. Binnen dat programma wil de partij hbo- en mbo-studenten meer keuzevrijheid bieden dan ze nu hebben.

Net als de PvdA wil de pan-Europese partij de basisbeurs terug en artikel 23 aanpassen. Privéscholen wil de partij afschaffen, net als het collegegeld. Volt pleit tevens voor meer hybride leraren, gratis schoolmaaltijden, meer medialessen over nepnieuws en social media, en dat een behaald diploma in elke lidstaat van de Europese Unie geldt. Zo kan een zorgmedewerker in een ander land werken bij een arbeidstekort.

BIJ1 – ‘Diversiteitsquota invoeren’

De partij wil segregatie van leerlingen en discriminatie actief bestrijden door flink te investeren in het onderwijs. Bedrijven die discrimineren in hun selectie voor stagiairs worden naast beboet, ook uitgesloten van opdrachten voor de overheid en het recht op subsidies. Tevens wil de antiracisme partij het collegegeld afschaffen: het hoger onderwijs wordt gratis. Besturen en raden van toezicht zouden democratisch verkozen moeten worden.

BIJ1 wil ook een schoolpsycholoog op elke vorm van beroeps- en hoger onderwijs zetten waar studenten met mentale problemen terecht kunnen. Onderwijsinstellingen krijgen niet langer geld op basis van het percentage afgestudeerden. Ten slotte wil de partij dat elke instelling diversiteitsquota en een diversiteitscommissie invoert. 

Wat bedoelen ze met?

WUR: De Wageningen University & Research valt als enige Nederlandse universiteit onder het ministerie van Economische Zaken.

Cancel culture: (Zogenaamde) cultuur waar mensen die verdacht of veroordeeld zijn niet meer aan het werk komen.

Diversity officers:  Een diversity officer houdt toezicht op mogelijke problematiek op het gebied van multiculturele aspecten en integratie.

Safe spaces:  Plekken waar mensen zich veilig voelen, zowel fysiek als mentaal.

Artikel 23: Artikel uit de Grondwet, die zorgt voor vrijheid van (godsdienstig) onderwijs.

Hybride leraren: Leraren die in een andere sector werken dan in het onderwijs en een dag per week lesgeven.

Met medewerking van Lise van der Veer.


Steun ons!
Vond je dit een goede productie en wil je hier meer van zien? Steun deze redacteur met een kleine donatie voor een kop koffie (€ 2,50), een redactievergadering (€ 12,50) of een ander bedrag!