Stemgedrag van partijen is niet altijd wat het lijkt

Beeld: Jarne van der Poel/MotieMeter

Het wordt steeds gebruikelijker om partijen af te rekenen op hun stemgedrag, ziet politiek redacteur Jarne van der Poel. Een positieve ontwikkeling voor meer transparantie in de politiek, zolang we zorgen dat nuance niet verloren gaat.

Je hebt ze vast wel eens voorbij zien komen: Instagramposts of tweets over ingediende moties in de Tweede Kamer. In één afbeelding een simpel en begrijpelijk overzicht van een ingediende motie, met in groen en rood aangegeven hoe elke partij heeft gestemd.

Stemgedrag onder de loep

Het lijkt een steeds populairdere trend om partijen niet af te rekenen op hun standpunten, maar op hun stemgedrag. Een initiatief als MotieMeter toont van elke ingediende motie de stemuitslag in een oogopslag. MotieMeter zet zich naar eigen zeggen in voor transparantie in de politiek. ‘Wij willen laten zien wat jouw stem nu écht heeft uitgericht!’

ProDemos – de organisatie die elk verkiezingsjaar de StemWijzer verzorgt – maakte dit jaar voor het eerst ook een StemmenTracker: deze matcht gebruikers met een partij aan de hand van het stemgedrag van die partij, in plaats van op basis van het verkiezingsprogramma. De Volkskrant kwam dit jaar met een soortgelijk initiatief: de Stemchecker. ‘We kijken naar wat partijen daadwerkelijk hebben gestemd in de Tweede Kamer, en niet naar wat ze beloven,’ luidt de bijgaande tekst.

Ook is er het Klimaatlabel. Hier wordt niet gekeken naar wat partijen beloven te gaan doen aan het klimaat, maar naar wat ze hebben gedaan. Het Klimaatlabel wordt dan ook bepaald op basis van stemmingen in de Tweede Kamer van de afgelopen vier jaar.

Ten slotte eisen partijen zelf ook meer aandacht voor stemgedrag. Zo vragen ze bijvoorbeeld steeds vaker om een hoofdelijke stemming. Normaal stemt de Tweede Kamer per partij: dertien keer ‘voor’ of ‘tegen’, snel en efficiënt. Maar ieder Kamerlid heeft het recht om een hoofdelijke stemming aan te vragen. Dan stemt elk Kamerlid individueel: honderdvijftig keer ‘voor’ of ‘tegen’.

Vele Kamerleden voelden zich in een kwaad daglicht gesteld door de intimiderende filmpjes die de partijen online plaatsten

In 2005 gebeurde dat slechts negen keer, maar in de afgelopen kabinetsperiode meer dan zestig keer. Vooral DENK en Forum voor Democratie maken gretig gebruik van de hoofdelijke stemming, omdat zij van individuele Kamerleden graag filmpjes monteren voor hun achterban. Zo houden zij naar eigen zeggen de politiek transparant en Kamerleden verantwoordelijk voor hun stemgedrag, maar vele Kamerleden voelden zich in een kwaad daglicht gesteld door de intimiderende filmpjes die de partijen online plaatsten.

Wat is een motie?

Al deze initiatieven kijken onder andere – en MotieMeter kijkt uitsluitend – naar het stemgedrag bij moties. Een motie wordt ingediend door één of meerdere Kamerleden en is vaak een reactie op ontwikkelingen of een actiepunt voor het kabinet. Als een motie met een meerderheid wordt aangenomen, is het nog steeds aan het kabinet om te beslissen wat er gebeurt. Zij zijn niet verplicht om een aangenomen motie uit te voeren en er zijn dan ook vele voorbeelden van niet-uitgevoerde moties. 

Afgelopen jaar bijvoorbeeld, voerde het kabinet-Rutte III een motie voor hogere salarissen in de zorg niet uit. De motie, al meerdere keren ingediend, werd tijdens de coronacrisis dan eindelijk toch aangenomen door de Tweede Kamer. De regering legde de motie naast zich neer en dit had – afgezien van verontwaardiging bij de oppositiepartijen – geen enkel gevolg voor de regering.

‘Een toename in moties heeft gezorgd dat het middel aan politieke kracht heeft ingeboet’

Khadija Arib, Kamervoorzitter

Kamervoorzitter Khadija Arib liet in een interview met EenVandaag weten dat het politieke effect van moties is verminderd. Ze vindt dat een toename in moties heeft gezorgd dat het middel aan politieke kracht heeft ingeboet: “We hebben elke dinsdag zo’n 150 tot 200 moties. Vroeger gingen bewindspersonen met knikkende knieën naar huis als ze een motie aan hun broek kregen. Tegenwoordig is dat echt heel anders.”

Goed controlemiddel

Aan de ene kant is het nuttig om naar stemgedrag in de Kamer te kijken, omdat zo kan worden gecontroleerd of een partij wel vasthoudt aan haar idealen, of met alle winden meewaait.

Zo was de VVD altijd tegen huurbevriezing, omdat ‘maatwerk’ de betere oplossing zou zijn voor huurders. Tientallen keren stemde de partij tegen huurbevriezing en onder tien jaar Rutte stegen de huurprijzen met 35 procent. Maar een maand voor de verkiezingen, tijdens een economische crisis waarin huurders in de knel zitten, brak de partij met die lijn. Tegen vele verwachtingen in stemde VVD plots voor het bevriezen van de huren. Voormalig coalitiepartner CDA reageerde geschokt. 

Een andere partij die met het stemgedrag vaak aan de eigen idealen voorbij is gegaan, is D66: een progressieve partij met ambitieuze klimaatdoelen en aandacht voor mensenrechten. Maar een voorstel om verdere groei van de luchtvaart pas mogelijk te maken als dit verantwoord is voor het klimaat, kon niet rekenen op steun van D66. Een motie die voorstelde om vijfhonderd vluchtelingenkinderen uit Griekenland op te nemen, is ook door Kamerleden van D66 weggestemd.

Vergeet de context niet

Voordat de partij wordt afgeschreven als hypocriet, is het belangrijk om de context te bekijken. D66 was immers onderdeel van de coalitie, en stemde dus mee met regeringspartners. Vooral met betrekking tot de vluchtelingenkinderen heeft de partij dit met grote tegenzin gedaan: ‘Is dit voor D66 de gewenste uitkomst? Nee, dat moge duidelijk zijn,’ lieten de democraten weten in een reactie.

En inderdaad, na de val van het kabinet in januari dit jaar, voelden vooral D66 en ChristenUnie zich plotseling bevrijd van de coalitiedruk vanuit VVD en CDA, en stemden zij enthousiast met de linkse oppositie mee. Het stemgedrag kwam toen veel meer overeen met de partijdoelen.

Hoe je het ook wendt of keert, deze context blijft nodig om een geïnformeerd oordeel over de partij te vellen

Is coalitiedwang genoeg reden om de eigen humanitaire idealen opzij te schuiven? Dat staat beslist ter discussie. Maar hoe je het ook wendt of keert, deze context blijft nodig om een geïnformeerd oordeel over de partij te vellen. Die nuance zou nog wel eens verloren kunnen gaan in een plaatje op Instagram. 

Het voorstel om studenten in het hoger onderwijs te compenseren voor de coronacrisis, vormt hier bijvoorbeeld een uitzondering op. Deze motie werd ingediend in februari, toen het kabinet al gevallen was. In dit politieke niemandsland was D66 vrij om te doen wat het wilde. Toch stemde de ‘Onderwijspartij met hoofdletter O’ tegen het voorstel.

Zonder context kan een verkeerde indruk ontstaan. Het wetsvoorstel om het eigen risico op 385 euro te houden, kreeg steun van linkse partijen zoals SP of PvdA, die over het algemeen een verlaging of zelfs afschaffing van het eigen risico willen. Verloochenen zij hun sociale idealen? Nee, de partijen voelden zich genoodzaakt om in te stemmen met bevriezing, omdat het alternatief een verdere stijging was. 

Eén laatste voorbeeld: bij een wetsvoorstel om gaswinning in Groningen te minimaliseren, stemden milieupartijen GroenLinks en Partij voor de Dieren tegen. Zijn zij opeens voorstanders van fossiele brandstof? Nee, de partijen vonden het voorstel juist niet ver genoeg gaan: “Er zitten nog te veel mankementen in deze wet,” volgens GroenLinks.

Achter die groene ‘voor’ of rode ‘tegen’ gaat dus altijd een ingewikkelde argumentatie schuil. Laten we, als we 17 maart onze keuze maken, dus vooral gebruik maken van instrumenten als StemmenChecker en MotieMeter, maar hierbij ook de context van elke motie even uitzoeken.

Met medewerking van Anne Oevermans

Steun ons!
Onze studenten dragen vrijwillig bij aan Red Pers. Vond je dit een goede productie? Sponsor dan onze koffie (€ 2,50), redactievergadering (€ 10,-) of grotere investering. Dankjewel!

mm