Hogere klimaatdoelen? Nederland moet vooral hard aan de slag

Beeld: Josien Beekers.

Bijna alle politieke partijen willen minder CO2-uitstoot in 2030, maar hoe ambitieus moet je daarin zijn: de 49% uit de Klimaatwet, de 60% van D66 en GroenLinks, of zelfs nog meer? Correspondent Max van Geuns zocht het antwoord in Denemarken, waar het doel maar liefst 70% is.

Zoveel minder broeikasgassen willen partijen in 2030:  
Partij voor de Dieren: klimaatneutraal (100%)
GroenLinks: 60%
D66: 60%
PvdA: 55%
ChristenUnie: 55%
VVD: 49% (zoals in de Klimaatwet)
CDA: 49% (zoals in de Klimaatwet)
SGP: 49% (maar weg uit Klimaatwet)
DENK: 40%
FvD: tegen klimaatbeleid
PVV: tegen klimaatbeleid
De andere partijen hebben hun CO2-reductiedoel in 2030 niet gespecificeerd.

Denemarken hoort, als het om klimaatbeleid gaat, bij de meest ambitieuze landen ter wereld. De energiesector is er bezig met een heuse transformatie: in 1991 was Denemarken het eerste land dat een windpark in zee bouwde en inmiddels komt meer dan 20 procent van de Deense energieconsumptie van wind. Ter vergelijking: Nederland haalt met alle hernieuwbare bronnen nog geen zes procent. De windindustrie en maatregelen van de Deense overheid hebben al geleid tot een CO2-reductie van 38 procent, vergeleken met 1990. Zet daar het amper gehaalde Urgenda-doel van 25 procent in Nederland tegenover en het verschil is duidelijk: Denemarken is klimaatkoploper, Nederland staat in het rechterrijtje van de Europese CO2-reductiecompetitie.

Tijd om een aantal tandjes bij te schakelen, zou je dus zeggen. Toch heeft Nederland haar CO2-reductiedoel in de Klimaatwet slechts vastgesteld op 49 procent in 2030, tegenover 70 procent in Denemarken. Hoe doen de Denen dat toch, gaan ze hun ambitieuze doel halen en zou Nederland de lat niet ook hoger moeten leggen?

Waarom de Deense klimaatwet zo bijzonder is

Op 6 december 2019 bereikte de Deense regering een akkoord over een nieuwe klimaatwet. Gezien haar reputatie als ambitieus klimaatland lijkt dat misschien niet zo uitzonderlijk. Toch is deze wet om meerdere redenen uniek, zowel voor Denemarken als de wereld.

Mensen die het bestaan van klimaatverandering in twijfel trekken, zie je hier nog maar zelden

Allereerst is het doel van 70 procent in 2030 ongekend hoog; de EU heeft slechts als doel om dan 60 procent CO2-reductie te halen. Door sommigen wordt dit al als ‘overambitieus’ bestempeld. Ten tweede is het doel bindend, wat betekent dat zowel zittende als toekomstige regeringen eraan moeten werken. Tenslotte staat expliciet in de wet dat de reductie van broeikasgassen moet plaatsvinden op Deense bodem; boekhoudkundige trucs, zoals het opkopen van ‘statistisch duurzame stroom’ (wat Nederland recent nog deed bij Denemarken), tellen niet. Daar komt bij dat Denemarken ook andere landen wil ondersteunen bij het verminderen van hun uitstoot en haar klimaatbeleid integreert in buitenlandse ontwikkelingshulp en handelsbeleid.

Het politieke draagvlak voor deze klimaatwet is opzienbarend: acht van de tien partijen in het Deense parlement, samen goed voor 95 procent van de zetels, hebben met deze wet ingestemd. Ook de extreem-rechtse populisten tekenden ervoor. Dat verbaast Jette Bredahl Jacobsen, professor milieueconomie aan de Universiteit van Kopenhagen en vicevoorzitter van de Klimarådet (de ‘Klimaatraad’ van de Deense overheid), helemaal niets. “Mensen die het bestaan van klimaatverandering in twijfel trekken, zie je hier nog maar zelden,” legt ze uit. “Denemarken is een klein land en we kunnen het klimaatprobleem niet in ons eentje oplossen, maar we kunnen wel bijdragen aan de oplossing.”

Jette Bredahl Jacobsen. Beeld: Klimatrådet.

Maatregelen

Sommige maatregelen die Denemarken nu al neemt om het doel te halen, zijn voor de hand liggend: meer elektrische auto’s en windmolens en minder kolen, olie en gas. Voorstellen die nog moeten worden uitgewerkt zijn ingrijpender, zoals een algemene en hoge emissiebelasting. De Deense regering verwacht dit allemaal te kunnen doen zonder haar welvaartsvoordelen in gevaar te brengen. “Maar klimaatbeleid kost geld, dus het moet ergens vandaan komen,” zegt Jacobsen. “Wij gebruiken dan het argument: de vervuiler betaalt. Als ik vlieg, leg ik de rest van de samenleving kosten op. Het is dus redelijk als ik voor die kosten betaal. Het mooie van een emissiebelasting is ook dat het mensen stimuleert om hun uitstoot te verminderen.”

Twee weken geleden kwam de Klimaatraad van Jacobsen met een nieuwe tussenstand. De belangrijkste conclusie was een domper voor de Denen: het is onwaarschijnlijk dat Denemarken met de huidige inspanningen 70 procent CO2-reductie in 2030 zal halen. “Slechts eenderde van de nog vereiste reductie wordt met de huidige plannen gehaald,” vertelt Jacobsen. “Voor de overige tweederde is nog geen beleid gevormd. De belangrijkste onzekere factor is het afvangen van CO2, een nieuwe technologie, dat moet echt concreter worden uitgewerkt.” Daarnaast raadt de Klimaatraad aan om snel de emissiebelasting in te voeren en maatregelen te nemen in de landbouw.

Sanne Akerboom. Eigen beeld.

Moet Nederland de klimaatlat hoger leggen?

Indrukwekkend dus, en misschien zelfs iets té ambitieus, dat Deense CO2-reductiedoel in 2030. Blijft de vraag, of Nederland als achterloper op klimaatgebied niet op zijn minst de lat wat hoger moet leggen, naar het voorbeeld van Denemarken. Maar volgens Sanne Akerboom, universitair docent Recht en Politiek van de Energietransitie aan de Universiteit Utrecht, is er een belangrijkere vraag: hoe gaan we het huidige doel van 49 procent überhaupt halen? Volgens het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) komt de reductie nu namelijk niet hoger uit dan 43 procent en moeten de huidige inspanningen maar liefst verdubbeld worden, willen we de 49 procent zeker gaan halen.

“Als je dat nu al weet moet je allereerst actie ondernemen,” legt Akerboom uit. “Je moet nu al alle zeilen bijzetten om die 49 procent in 2030 te kunnen halen. Met het huidige pas-en-meetwerk, waarbij exact op de 49 procent wordt ingezet als einddoel, is het risico dat je op het laatste moment alsnog moet gaan bijschaven. Eigenlijk zijn we nu al bij het punt aanbeland, dat je zegt: het is verstandiger om nu meer te doen, dan het doel te verhogen.”

Als je echt serieus bent over zo’n doel, moet je keiharde maatregelen nemen

Bovendien is er maar één doel dat echt telt, volgens Akerboom: dat we klimaatneutraal zijn [gelijk aan 100 procent CO2-reductie, (red.)] in 2050. “Of je nou 55 of 60 procent als tussendoel hebt in 2030, is minder belangrijk,” vervolgt ze. “Als je de hele tijd blijft zeggen dat het doel hoger moet, leidt dat af van de discussie over hoe we dat doel dan bereiken.”

Niet realistisch

Een stemadvies wil Akerboom op basis van de klimaatdoelen en -plannen niet uitbrengen, maar het plan van de Partij voor de Dieren om in 2030 al klimaatneutraliteit te bereiken noemt ze volstrekt onrealistisch. Hoe D66 en GroenLinks de 60 procent CO2-reductie voor zich zien, hebben ze voorgelegd aan het PBL. Die berekende recent dat beide partijen hun doelstellingen kunnen halen met de zelf voorgestelde maatregelen. Toch is Akerboom sceptisch: “Als je echt serieus bent over zo’n doel, moet je keiharde maatregelen nemen, zoals minder gebruik van olie en aardgas voor industriële processen. Daarmee zeg je eigenlijk: die activiteiten kunnen niet langer in Nederland en moeten hier weg. Daar kan best op democratische wijze tot besloten worden, maar dan moet je het daar wel over hebben.”

De resterende 30 procent na 2030, dat wordt pas echt een uitdaging

Volgens Akerboom zijn Nederland en Denemarken bovendien niet met elkaar te vergelijken, aangezien Nederland een grotere chemische industrie heeft dan Denemarken en zij al veel verder zijn in de energietransitie. Dan is een net zo ambitieus doel stellen voor Nederland ook niet realistisch, is haar overtuiging. Jacobsen is het er weliswaar mee eens dat de mogelijkheden voor ieder land verschillend zijn, maar vindt wel dat Nederland haar eerlijke deel moet bijdragen. “Het is wel erg makkelijk om te zeggen: we zetten lager in, want we halen het toch niet,” aldus Jacobsen.

Uitdaging

Het doel van 70 procent in Denemarken kwam ook niet tot stand door een vakkundige berekening, vertelt Jacobsen: “Het was gewoon een mooi rond getal, door politici bedacht, dat ambitieus klonk. De analyse kwam pas na het doel en toen bleek dat het wel degelijk haalbaar is, als de juiste maatregelen worden genomen. Zo’n analyse is altijd een kwestie van geld en politieke keuzes. Nederland kan dus ook best een doelstelling van 70 procent hebben en deze halen. De vraag is alleen: zijn jullie bereid om daarvoor te betalen?”

Tenslotte waarschuwt Jacobsen voor het stellen van een te laag doel. “We nemen het doel van 70 procent in 2030 ook uiterst serieus,” legt ze uit, “omdat we weten dat dit het makkelijke gedeelte is. Het is verstandiger om je langzaamaan aan te passen en niet te wachten. De resterende 30 procent na 2030, dat wordt pas echt een uitdaging. Als je dan nog 51 procent moet verminderen in 20 jaar, zoals jullie nu van plan zijn, wordt het pas echt lastig en duur.”

Kortom: Nederland moet een zo hoog mogelijk doel stellen, maar vooral hard aan de slag om dat doel nog op tijd te halen. Welke partijen daar werk van maken, is volgens Akerboom niet duidelijk. “Ik vind de verkiezingsprogramma’s erg teleurstellend. Partijen zijn nog te positief en durven geen onpopulaire beslissingen te nemen, zoals het eenvoudigweg verbieden van bepaalde vervuilende activiteiten. Ik mis een partij die begrijpt dat die extra maatregelen nodig zijn.”

Met medewerking van Eva Prakken

Hoe doet Denemarken het?
Denemarken staat vaak bovenaan de lijstjes. Volgens het World Happiness Report zijn de Denen het op één na gelukkigste volk ter wereld en sinds 2017 heeft het land van Lego de hoogste levenskwaliteit (aldus de Quality of Life Index). Daarnaast staat Denemarken in de top-10 landen van onderwijs, opvoeding, vrouwen, moderniteit, ondernemerschap, hoofdkantoren, transparantie en duurzaam leven, concludeert U.S. News. Max van Geuns studeert milieueconomie in Kopenhagen en stelt als correspondent de proef op de som in een serie: hebben de Denen het daadwerkelijk het beste voor elkaar, wat kunnen wij van hen leren en doet Nederland sommige dingen zelf misschien juist beter? Dit was het laatste deel van deze serie: lees hier de eerste stukken.

Steun ons!
Onze studenten dragen vrijwillig bij aan Red Pers. Vond je dit een goede productie? Sponsor dan onze koffie (€ 2,50), redactievergadering (€ 10,-) of grotere investering. Dankjewel!

Max van Geuns