Deze drie vrouwen zijn jong, wetenschapper en Instagrammer

Van links naar rechts: Lotte, Mim en Noor.

Lotte Schreuders (26), Mimi den Uyl (26) en Noor Abdulhussain (27) willen met hun Instagramaccount sistersinscience_nl laten zien dat een carrière in de wetenschap helemaal niet zo onmogelijk is als het misschien lijkt. Adjunct-hoofdredacteur Vera Kurpershoek sprak met hen over hun carrièrepad, corona en hun vrouw-zijn binnen de wetenschap.

Er wordt op de middelbare school te weinig aandacht besteed aan de carrièremogelijkheden binnen de wetenschap, vinden Lotte Schreuders (26), Mimi den Uyl (26) en Noor Abdulhussain (27). De drie kennen elkaar van de master Chemistry: Analytical Sciences aan de Universiteit van Amsterdam.

Lotte is na haar master junior-docent geworden bij diezelfde master. Mimi is promovendus en doet met behulp van vloeistof onderzoek naar de invloed van licht op de degradatie van materialen, en Noor zit in haar laatste jaar van haar PhD waarin ze – met behulp van 3D-printers – onderzoekt hoe stoffen van elkaar gescheiden kunnen worden.

Met het Instagramaccount Sistersinscience_NL willen de drie laten zien welke paden je kunt volgen na je middelbareschool en welke uitkomsten mogelijk zijn. “Ik heb lang gedacht dat je met een studie scheikunde alleen docent kon worden,” zegt Mimi. “Een PhD doen leek me onmogelijk, daar moest je hoogbegaafd voor zijn. Maar dat is helemaal niet zo, weet ik nu. Het is gewoon een pad. Een PhD scheikunde is niet extreem.”

Noor: “We willen een realistisch beeld geven over wat je kan doen als chemicus, zodat het tot de verbeelding spreekt bij jonge mensen en ze de studie, of een PhD misschien overwegen.”

‘Dit is wat je nodig hebt om te zien als je jong bent. Dat je wordt aangenomen voor een PhD omdat je een goed mens bent, dat iemand iets in jou ziet’

Afkeer van digitaal

Door de uitbraak van het coronavirus merken de drie hoe belangrijk het is dat de onderzoekswereld ook jonge mensen aantrekt die beter ingespeeld zijn op technologische veranderingen. “Er werd altijd laatdunkend gedaan als ik in plaats van het schrijven van een paper, filmpjes over mijn onderzoek wilde maken,” zegt Mimi. “Maar sinds corona is er een dure camera bij ons op de afdeling en wordt het juist aangemoedigd.”

Toch heerst er nog veel afkeer tegen digitaal. Zo overweegt men niet een afgelaste conferentie online te houden, omdat het onconventioneel en moeilijk is. “Over tien jaar is de oudere generatie weg en heb je mensen die veel beter ingespeeld zijn op technologie, de digitale wereld en media. Tot die tijd moeten wij wat harder tegen de oude stempel trappen.”

Voor haar studenten organiseert Lotte online evenementen om ze kennis te laten maken met professoren. Door het thuisonderwijs kunnen studenten na hun college niet even blijven hangen om hun docenten vragen te stellen. “Ik probeer ze verhalen te laten horen over verschillende manieren waarop je je studie en wat daarna komt kan inkleuren. Het moet de weg naar een master of PhD helder maken, en hun laten zien dat je wordt aangenomen voor een PhD omdat je een goed mens bent, omdat iemand iets in jou ziet. Dat is belangrijk om te zien en horen als je jong bent.”

Biologische klok

Voor studenten en promovendi ligt de druk om te presteren hoog. De meeste scheikundestudenten zijn tussen de 25 en 30 jaar, wanneer ze beginnen met een PhD. Voor een wetenschappelijke carrière kan je na een PhD één of meerdere postdocs doen en daarna kiezen de meeste scheikundigen voor een vijf jaar durende tenure track.

‘Je ziet op mijn afdeling niemand met een hoofddoek’

In een tenure track moeten onderzoekers bepaalde doelen halen, zoals lesgeven, onderzoeken publiceren en geld binnenhalen. Mimi: “Het is erg intens, met name door de concurrentie en het feit dat je geen vast contract hebt. Ondertussen ben je bezig met kinderen, een hypotheek… Het traject van bachelor tot hoofdprofessor loopt eigenlijk samen met de biologische klok van een vrouw.”

Meisjes kiezen steeds vaker bètastudies: in de collegebanken van bètastudies is de helft vrouw. Toch zie je dat het percentage vrouwen dat doorstudeert een stuk lager is. In 2018 had Nederland drie keer zo veel mannelijke als vrouwelijke wetenschappers. In de natuurwetenschappen (biologie, natuurkunde en scheikunde) was minder dan één op de zeven hoogleraren vrouw. Nederland verandert hierin het langzaamst van alle Europese landen. Met het aantal hoogleraren in met een ‘niet-westerse’ migratieachtergrond is het nog slechter gesteld, zo blijkt uit onderzoek van Rijksoverheid.

Moodkiller in het gesprek

“Ik ben een vrouw met een hoofddoek,” zegt Noor. “Dat verhoogt de druk die op mij ligt. Ik begeleidde twee mannelijke studenten die niks van mij aannamen, maar wel van mijn mannelijke collega. Ik had meer moeite met het vinden van een afstudeerstage want ik heb een Arabische achternaam. Je ziet hier op mijn afdeling niemand met een hoofddoek.” 

“Ik durfde in de eerste drie jaar van mijn studie niet eens te vertellen dat ik scheikunde studeerde omdat ik het gevoel had dat het een moodkiller in een gesprek was,” zegt Mimi. “Maar als ons account een paar mensen kan laten zeggen: ik studeer scheikunde en daar ben ik trots op – en dat komt dan door ons als rolmodel, dat is gewoon vet!” 

Meer lezen over vrouwen in de wetenschap? In 2017 sprak Cosette Molijn al met drie vrouwen in de bètawetenschap.

Steun ons!
Onze studenten dragen vrijwillig bij aan Red Pers. Vond je dit een goede productie? Sponsor dan onze koffie (€ 2,50), redactievergadering (€ 10,-) of grotere investering. Dankjewel!

Vera Kurpershoek