Hoe de Black Lives Matter-beweging Nederlandse musea beïnvloedt

Illustratie: Roos Vervelde

Redacteur Charlie Ubbens sprak kunstenaar Richard Kofi, galeriehouder Annet Gelink en haar collega Floor Wullems over recente veranderingen in de museumwereld.

Kunstenaar en curator Richard Kofi ziet dat de Black Lives Matter-protesten van afgelopen zomer veel gesprekken hebben geopend. “Doordat meer mensen in aanraking kwamen met problematiek rondom racisme, ontstond er een grotere steunbetuiging voor mensen die hiermee te maken hebben,” zegt Kofi. Hij zet zich onder meer in voor inclusiviteit binnen de culturele sector. Welk effect denkt hij dat de groei van de Black Lives Matter-beweging heeft op Nederlandse musea? 

“Mede door de coronacrisis werd 2020 een jaar van bezinning.” De agenda’s zijn minder vol en mensen hebben meer tijd om na te denken. Afgelopen jaar was volgens Kofi vooral een moment om te reflecteren. Hij noemt dat deze ruimte het juiste moment biedt om systematische ongelijkheden aan te pakken. “Vooral witte mensen zijn door de Black Lives Matter-protesten vorig jaar geconfronteerd met de structurele misstanden die plaatsvinden,” zegt Kofi. “Nu is hét moment om veranderingen door te voeren.” 

Een inhaalslag

“In Nederland zijn we de afgelopen jaren bezig met een inhaalslag,” stelt Annet Gelink, eigenaar van de Annet Gelink Gallery. Als een van de weinige Nederlandse galeries staat zij al jaren op Art Basel, de belangrijkste hedendaagse kunstbeurs ter wereld. Volgens haar kunnen we op het gebied van diversiteit in de kunstwereld veel leren van andere landen. “In Nederland lopen wij achter,” stelt ook haar collega Floor Wullems. Bij hun internationale collega’s is er veel diversiteit in de kunstenaars die zij representeren. Bij Nederlandse galeriehouders zien ze dit minder.

Ook het Stedelijk Museum probeert een inhaalslag te maken. Onlangs presenteerde het museum dat het ter ere van hun 125-jarige jubileum het werk In the World But Don’t Know the World (2009) van de Ghanese kunstenaar El Anatsui heeft aangekocht. Het gigantische wandtapijt van ruim vijf bij tien meter vertelt een verhaal over slavernij, handel en het milieu.

“Het zou goed zijn als culturele instellingen dit momentum aangrijpen om echt iets te veranderen”

Een goede, maar veilige keuze

Met jubileumaankopen laten musea zien waar ze de komende jaren naartoe willen. De aankoop heeft een symbolische betekenis en is tekenend voor de ontwikkelingen die musea doormaken. Het Stedelijk is één van de meest toonaangevende musea in Nederland op het gebied van hedendaagse kunst. De koers die het Stedelijk wil varen en de boodschap die het daarmee verkondigt, is dan ook van essentieel belang voor de verdere ontwikkeling van de Nederlandse kunstwereld.

In een persverklaring stelt Rein Wolfs, de nieuwe directeur van het museum, dat ze werken aaneen verbreding van de collectie, met ook kunstwerken uit andere dan de voor het Stedelijk gebruikelijke herkomstlanden’. Het afgelopen jaar stelde het Stedelijk tevens Yvette Mutumba en Charl Landvreugd aan als nieuwe curatoren. Zij zullen een kritische blik werpen op de rol van het museum in het huidige klimaat. Een interview met Wolfs in het NRC bevestigt dat het museum inderdaad probeert een inhaalslag te maken.

Volgens Kofi is de aankoop van het wandtapijt een goede, maar veilige, keuze. “Het is wel een beetje laat,” zegt hij. Het Stedelijk is het eerste Nederlandse museum dat een werk van El Anatsui aanschaft, terwijl hij geen onbekende kunstenaar is. El Anatsui ontving de afgelopen tien jaar meerdere prijzen voor zijn oeuvre. Het Tate Modern in Londen, het Centre Pompidou in Parijs en grote musea in New York hebben al enige tijd werk van hem in hun collectie.

El Anatsui, In the World But Don’t Know the World, 2009, aluminium en koperdraad, 560 x 1000 cm, collectie Stedelijk Museum Amsterdam en Kunstmuseum Bern.
Beeld: Peter Tijhuis

Toekomstbeeld van de culturele sector

Ook Kofi ziet dat veel instituten de protesten van afgelopen zomer aangrijpen om een nieuw bestaansrecht te ontwikkelen. Dit geldt niet alleen voor musea, maar ook voor kunstopleidingen, het theater, de literaire wereld en nog vele andere branches. “Het zou goed zijn als culturele instellingen dit momentum aangrijpen om echt iets te veranderen,” zegt Kofi.

Bovenal is het aan musea om hun maatschappelijke verantwoordelijkheid uit te dragen, vinden ook Gelink en Wullems. De hervormingen die musea doorvoeren zijn beslissend voor het toekomstbeeld van de Nederlandse culturele sector. Het is aan musea om die verantwoordelijkheid serieus te nemen. Of de BLM-beweging een wake-up call is voor Nederlandse musea? De tijd zal het leren.

Met medewerking van Sezen Moeliker.


Steun ons!
Vond je dit een goede productie en wil je hier meer van zien? Steun deze redacteur met een kleine donatie voor een kop koffie (€ 2,50), een redactievergadering (€ 12,50) of een ander bedrag!