Solidariteit in Rotterdam: zoeklichten en rellen

Columnist Jonasz Dekkers werd in zijn thuisstad Rotterdam geconfronteerd met een lichtkunstwerk in zijn woonkamer. Na de invoering van de avondklok voelde het echter als een zoeklicht.

Elke vijf seconden schiet er een zoeklicht over Rotterdam. Die felle lichtstraal schijnt zo m’n woonkamer in. Zeker op bewolkte dagen reikt de ronddraaiende straal kilometers ver en voel ik me ongemakkelijk in mijn eigen huis. Na even zoeken blijkt dat het licht uit het topje van de Laurenskerk komt.

Sinds een paar weken is deze namelijk omgetoverd tot een heuse vuurtoren voor stedelingen die zich verloren voelen. Het gaat om een initiatief van de gemeente, uitgevoerd door kunstbureau Mothership in het kader van ‘Rotterdam Verlicht’: een jaarlijks lichtfestival dat van december tot en met februari duurt. Leuk, toch? Nou, na deze week niet meer.

Uit de top van de kerk schieten vier felblauwe lichtstralen die 360 graden ronddraaien, met een bereik waar je u tegen zegt. Door even uit het raam te kijken, kan iedere Rotterdammer ze zien. Volgens de gemeente is het lichtkunstwerk bedoeld als een teken van solidariteit in tijden van eenzaamheid en onzekerheid. Het licht moet als hart onder de riem dienen. Als duwtje in de rug. Om elkaar de hand te reiken en vervolgens ineen te slaan.

Volgens RTV Rijnmond moeten de lichtstralen de stad ‘draaglijker, gezellig en warmer maken en voor verbinding zorgen’. Dat zal allemaal wel, maar niemand wist ervan en we schrokken ons de pleuris. Het felle licht schijnt bij veel mensen die in de buurt van de kerk wonen elke vijf seconden naar binnen en lijkt me een godsvermogen aan energie te kosten. Maar belangrijker: het licht voelt nogal unheimisch aan. Zeker na de invoering van de avondklok.  

Als het op rellen aankomt, blijft Rotterdam nooit achter

Op de maandagochtend na de eerste rellen in Nederland begon ik deze column te schrijven. De avond ervoor ging men in Eindhoven en Amsterdam al los, maar in Rotterdam was nog geen ‘avondklokrel’ geweest. Verbaasd wilde ik schrijven over de stad die het rellen in de vorige eeuw achtergelaten leek te hebben. Het politieke rellen dan. Het zou als titel krijgen: ‘Rotterdammers rellen alleen na een voetbalwedstrijd’. Of zoiets dan.

Ik had natuurlijk beter moeten weten. In totaal werden er in Rotterdam maandagavond zo’n zestig aanhoudingen verricht. Bovendien raakten er tien agenten gewond en werden er twee noodbevelen afgekondigd door burgemeester Aboutaleb. Hè, gelukkig, ik dacht al. Als het op rellen aankomt, blijft Rotterdam nooit achter.

Het is ook logisch dat wij pas op de derde avond van curfew begonnen met stenen gooien en winkels slopen. De Engelse vertaling van ‘avondklok’ stamt af van het oud-Franse cuevre feu: het vuur uitmaken. Als er iets niet is gebeurd is dat het, want Rotterdammers zijn niet graag politiek.

Blijkbaar zijn we vooral agressief. We moesten eerst even de kat uit de boom kijken, naar de protesten in Amsterdam en Eindhoven van een dag eerder die vreedzaam en als politiek protest begonnen. Pas toen het daar uit de hand liep, dachten we in Rotterdam: hallo, dat kennen wij beter. En dat bleek. Politiek was het echter niet. Het had niet veel met corona of solidariteit te maken.

Rotterdam is een stad zonder hart en we douwen hier in plaats van dat we duwen

In de media is men nu al dagen bezig met duiden van de gebeurtenissen – ‘Het zijn de ergste rellen in veertig jaar!’, ‘Dit loopt uit op een burgeroorlog!’ – en worden vragen gesteld. Wie zijn die relschoppers? Waarom rellen ze? Wat willen ze?

Volgens onderzoeker Jelle van Buuren in NRC vallen de rellen mee. Die vergelijkt ze met Project X en de Oosterparkrellen in Den Haag. Daar zou ik de krakersrellen in Amsterdam uit de jaren tachtig en een gemiddelde Feyenoord-Ajax rel aan toe willen voegen. De ergste rellen in veertig jaar lijkt dus wat overdreven. Wat wel bijzonder is: de relschoppers zijn volgens Van Buuren ‘eclectisch’. Extreemrechts, Viruswaarheid, mensen die elkaar naar eigen zeggen alleen willen knuffelen en vervolgens moeten huilen wanneer ze opgepakt worden, maar ook honderden jongeren die vooral een uitlaatklep zoeken.

De gemene deler lijkt in ieder geval te zijn dat men de vrijheid terug wil. De beste duiding vind ik die van rapper Sevn Alias op Twitter: “We maken alles kapot voor een beetje vrijheid. Straks is alles kapot wanneer we vrij zijn.”

Hoe het ook zij, ik ga hier niet proberen de rellen te duiden. Ik weet alleen dat dat solidariteitslicht van de Laurenskerk toch net wat anders aanvoelde op die betreffende maandagavond. Ik stond op mijn balkon, hoorde sirenes, zag de waterkanonnen en de ME-busjes langsrijden en keek naar de helikopters die over mijn stad raasden. Die lichtstraal uit de Laurenskerk schoot daarbij iedere vijf seconden over mijn hoofd. Een zoeklicht. Het licht van de Laurenskerk lijkt meer op een bevestiging van de slechte duiding door de media (burgeroorlog!) dan op een hart onder de riem of een duwtje in de rug.

Rotterdam is een stad zonder hart en we douwen hier in plaats van dat we duwen. In het kader van solidariteit vind ik het enorme muurportret van rapper Feis dat deze week is opgetuigd een bemoedigender baken dan dat zoeklicht.

Met medewerking van Danielle Kliwon.


Steun ons!
Vond je dit een goede productie en wil je hier meer van zien? Steun deze redacteur met een kleine donatie voor een kop koffie (€ 2,50), een redactievergadering (€ 12,50) of een ander bedrag!

Jonasz Dekkers