Vier vragen en antwoorden over de coronavaccins

Illustratie: Roos Vervelde

Vaccins voor niet-kwetsbaren komen steeds dichterbij. Toch hebben vooral jongeren nog twijfels, want is vaccineren nou wel veilig? En werken ze nog wel, met nieuwe mutaties? Redacteur Piet Ruig zet de vier belangrijkste vragen en antwoorden nog een keer op een rij.

Vraag 1: Hoe konden de vaccins zo snel ontwikkeld worden?

Ondanks alle ellende zorgde de coronacrisis voor een indrukwekkende primeur: het snelst ontwikkelde vaccin ooit. Voor 2020 stond dat record nog op de naam van het vaccin tegen bof, ontwikkeld in vier jaar van 1967 tot 1971. Hoe is het mogelijk dat er nu plotseling niet één maar zelfs drie verschillende vaccins in minder dan een jaar gebruiksklaar zijn? Het is misschien ook niet zo gek dat deze miraculeuze snelheid bij sommigen scepsis oproept.

Toch is het vrij eenvoudig te verklaren. De bliksemsnelle ontwikkeling van de coronavaccins hangt samen met vier belangrijke factoren: eerdere research, nieuwe technische doorbraken, financiering, en simpelweg het aantal infecties. Als eerste konden wetenschappers snel verder bouwen op bestaande research. SARS-CoV-2, het virus dat de ziekte covid-19 veroorzaakt, is namelijk onderdeel van een familie van coronavirussen waar al veel over bekend was, zoals het MERS- en SARS-virus. De techniek achter het AstraZeneca vaccin, bijvoorbeeld, was al uitgeprobeerd bij een vaccin tegen MERS.

De tweede factor is de opkomst van nieuwe “designer vaccins”, die veel sneller ontwikkeld kunnen worden. Eerst een basale opfriscursus vaccinatie: het onderliggende principe van een vaccin is het activeren van het eigen immuunsysteem van het lichaam, om zo tegen ziekteverwekkers te beschermen. Een vaccin probeert het immuunsysteem te trainen in het “herkennen” van een bepaald virus of bacterie, zodat deze in de toekomst gemakkelijk opgespoord en onschadelijk gemaakt kan worden.

Bij conventionele vaccins gebeurt dit door een onschadelijke versie van een bepaald virus te injecteren, waardoor de schadelijke versie in de toekomst ook herkend wordt. De eiwitten die nodig zijn voor dit proces zijn echter kostbaar en ingewikkeld om te maken.

De coronavaccins zijn echter meer geavanceerde, “designer” vaccins. In plaats van het hele virus te injecteren, trainen deze vaccins het lichaam in een heel specifiek herkenningspunt van corona, het “spike-eiwit”. Dit doen ze door een beetje genetisch materiaal, de code van het spike-eiwit, in het lichaam te injecteren, dat vervolgens zelf dit eiwit produceert, herkent, en verwijdert. Zo wordt een ingewikkelde stap van het maken van een vaccin, aan het lichaam zelf overgedragen.

De laatste twee factoren maakten de volgende stap een stuk sneller: het testen van de effectiviteit en de veiligheid. Vaccins gaan door ongeveer drie fases van onderzoek, met telkens een grotere groep proefpersonen. Meestal duurt dit erg lang, omdat de tests telkens tussendoor stilgelegd worden om nieuwe fondsen te verwerven. Vanwege de enorme financiële ondersteuning door overheden was dit niet nodig, en gingen onderzoekers meteen door met testen.

Ook konden de grootschalige onderzoeken met meer dan 30.000 proefpersonen relatief makkelijk opgetuigd worden. Dit komt door de grote hoeveelheden infecties wereldwijd. Bij een kleinschalige uitbraak is dit ingewikkelder, omdat het dan moeilijk is een grote controlegroep te verzamelen, die wel besmet raakt.

Het risico op onontdekte, langdurige schade door vaccins is aanzienlijk kleiner dan de schade die kan optreden door een corona besmetting

Vraag 2: Hoe zit het met bijwerkingen?

De snelheid van dit test-proces blijft voor veel mensen een heikel punt. Want na minder dan een jaar weet je toch niets over de langetermijneffecten van zo’n nieuw vaccin? Toch maken wetenschappers zich niet echt zorgen over mogelijke bijwerkingen die pas na langere tijd de kop op steken.

Dit heeft te maken met de aard van vaccins. Ruwweg heeft een vaccin twee hoofdbestanddelen, met beide een categorie aan mogelijke bijwerkingen. De eerste is de immuunrespons tegen de ziektekiem die wordt ingebracht. Mensen krijgen hoofdpijn, een beetje koorts of zijn vermoeid na de vaccinatie. Dit lijkt een beetje op een lichte coronabesmetting, en in zekere zin is het dat ook. Het immuunsysteem reageert namelijk op het vaccin, waardoor het in de toekomst het virus zal herkennen. Het is dus een cruciaal onderdeel van de werking dat je lichaam in elk geval een beetje op het vaccin reageert. Tijdens de testperiode wordt deze immuunrespons tot de juiste hoogte afgesteld.

Verder kan de mix van chemicaliën die ervoor zorgt dat het vaccin stabiel blijft en goed opgenomen wordt in zeldzame gevallen voor bijwerkingen zorgen. Deze zijn sterk verdund (een vaccin bestaat hoofdzakelijk uit water), en allergische reacties komen uitermate zelden voor (minder dan 1/900.000).

Er is dus geen bestanddeel waarvan het waarschijnlijk is dat het langdurige schade berokkent, of schade aanricht die pas na langere tijd zichtbaar wordt. Ook verschillen coronavaccins niet zo veel van andere vaccins zoals het griepvaccin, die grotendeels dezelfde of vergelijkbare ingrediënten hebben. Het risico op onontdekte, langdurige schade door vaccins is in elk geval aanzienlijk kleiner dan de schade die kan optreden door een corona besmetting.

Bij een nieuwe mutatie hoeven we gelukkig niet helemaal opnieuw te beginnen

Vraag 3: Hoe lang is een vaccin werkzaam?

Dan komt natuurlijk de vraag: hoe lang blijven de vaccins werkzaam? Hiervoor is het wél te vroeg om antwoord te geven, want duidelijkheid over de duur van bescherming door de vaccins is er simpelweg nog niet.

Immuniteit voor het virus is er zolang je immuunsysteem corona “herkent”, en effectief kan opsporen en verwijderen. Helaas kan het immuunsysteem, net als het geheugen, dingen vergeten: het vergeet hoe een coronavirusdeeltje eruit ziet, waardoor dit ongemerkt het lichaam kan binnendringen en zich kan verspreiden.

Volgens recent onderzoek zorgt een gewone infectie met het virus voor ongeveer vijf maanden immuniteit. Toch betekent dit niet zomaar dat een vaccin ook voor vijf maanden werkt. De duur van immuniteit wordt namelijk door te veel verschillende factoren beïnvloedt. Immuniteit is onder andere afhankelijk van de heftigheid van de infectie, en verschilt sterk per persoon. Wetenschappers verwachten in ieder geval niet dat dit vaccin voor de rest van het leven werkt. De kans is dus aanzienlijk dat dit jaar niet de enige keer is dat we tegen corona gevaccineerd worden. We zullen verdere resultaten van de vaccinproducenten moeten afwachten.  Deze houden dit nauwlettend in de gaten. 

Vraag 4: Wat betekenen de nieuwe mutaties?

Er is nog een reden waarom we mogelijk vaker zullen moeten inenten: mutaties. Mogelijk past het virus zich al vermenigvuldigend een beetje aan, waardoor de vaccins niet meer werken.

Dit klinkt angstaanjagend, en de nieuwsberichten over Britse, Zuid-Afrikaanse en Braziliaanse varianten zijn natuurlijk erg zorgwekkend. Toch is dit niet zo onoverkomelijk als het lijkt. In vergelijking met griep, bijvoorbeeld, muteren coronavirussen niet zo snel. Voor griep moet ieder jaar een nieuw vaccin ontwikkeld worden, gebaseerd op de griepvirussen die dat jaar het gevaarlijkst zijn.

Net als bij de griepprik, zal het coronavaccin waarschijnlijk met enige regelmaat geüpdatet moeten worden. De nieuwe technieken maken dit proces echter veel makkelijker dan voor vroegere vaccins. De nieuwe prikken zijn een soort “plug and play”- vaccins: doordat ze niet uit het virus zelf bestaan, maar uit genetische informatie, hoeft eigenlijk alleen maar een nieuwe “code” ingevoerd te worden die correspondeert met de nieuwe mutatie. Bij een nieuwe mutatie hoeven we daardoor gelukkig niet helemaal opnieuw te beginnen.

Met medewerking van Sezen Moeliker.

Steun ons!
Onze studenten dragen vrijwillig bij aan Red Pers. Vond je dit een goede productie? Sponsor dan onze koffie (€ 2,50), redactievergadering (€ 10,-) of grotere investering. Dankjewel!

Piet Ruig