Hoe het klimaat een prioriteit bleef, ondanks de coronacrisis

Illustratie: Lotte Schuengel Illustratie: Lotte Schuengel

De impact van de coronacrisis verdreef de klimaatverandering even van de voorpagina’s en politieke agenda’s. Hoe staat het met de plannen voor een klimaatneutrale Europese Unie in 2050? Redacteur Maurits van Egdom zocht uit of de plannen omtrent de European Green Deal nog op schema lopen.

In december 2019, op hetzelfde moment dat de eerste gevallen van corona opdoken in Wuhan, leek de European Green Deal plotseling van de agenda te verdwijnen. Brandende vragen over hoe we de mens in leven moeten houden en hoe we de Europese economie op gang moeten houden, werden in dat jaar steeds vaker tijdens de EU-vergaderingen gesteld. En terecht. Het werd een hoofdpijndossier voor velen EU-regeringsleiders. Want hoe kunnen we de pandemie te boven komen?

Wereld op de schop

Het zag er somber uit voor Europa. Het vliegverkeer lag voor een groot deel plat, ‘spookvluchten’ werden de nieuwe norm, en de Europese industrie kwam stil te liggen. De aarde kon door de coronapandemie even op adem komen, constateerden klimaatwetenschappers. Voor het klimaat een fijne gedachte, vooralsnog. Maar ook al zorgde de coronacrisis voor een recorddaling van de CO2-uitstoot, de essentiële klimaatmaatregelen raakten steeds meer op de achtergrond. Bedrijven die snel in de knel kwamen, probeerden met man en macht hun hoofd boven water te houden. Zo stelde Schiphol al voor om de vliegtaks, die door het kabinet is ingevoerd, uit te stellen. Ook zagen de oliebedrijven, zoals Shell, hun olieprijzen flink dalen waardoor ze genoodzaakt waren om het dividend te verlagen. Maar wat betekent dat voor hun klimaatambities?

In de politieke wereld is iedereen zich ervan bewust dat economische crises ‘dodelijk’ kunnen zijn voor ambitieuze klimaatdoelen.

Overheden zitten in hetzelfde schuitje als de bedrijven. Het klimaat is momenteel niet de hoogste prioriteit, het bestrijden van het virus en het stimuleren van de economie gaat koste wat het kost voor. Het meest duidelijke voorbeeld daarvan is Polen. Het land wil dat de Europese Unie het emissiehandelssysteem schrapt of dat Polen vrijstelling krijgt. Het land, dat de grootste kolencentrale van Europa heeft en hierdoor dus een hogere CO2-uitstoot veroorzaakt, hoopt op die manier meer geld vrij te maken om de coronacrisis in eigen land te bestrijden.

Ook Tsjechië veranderde zijn toon. Op 16 maart gaf de Tsjechische premier Andrej Babiš aan dat de Europese Unie zich meer op de bestrijding van corona moest concentreren en het klimaatbeleid, namelijk de European Green Deal, aan de kant moest schuiven. “De resultaten van de strijd tegen het coronavirus zullen pijnlijk zijn. Het is duidelijk dat landen op zoek zullen zijn naar extra geld om hun bedrijf en burgers te helpen,” liet de Poolse Janusz Kowalski, vice-minister van Staatsmiddelen, nog aan Reuters weten diezelfde maand.

Althans, dat was het idee voor landen als Polen.

Lehman Brothers als voorbeeld

In de politieke wereld is iedereen zich ervan bewust dat economische crises ‘dodelijk’ kunnen zijn voor ambitieuze klimaatdoelen. Toen de wereld in 2008 werd geconfronteerd met de klimaatverandering – door vicepresident Al Gore en zijn boek en documentaire An Inconvenient Truth – schoten politici massaal in de startblokken, vooral in Europa. Het klimaatprobleem werd een nieuwe prioriteit op de agenda, totdat de ineenstorting van de Lehman Brothers in datzelfde jaar een financiële crisis veroorzaakte.

De wereld was in rep en roer, waardoor er ‘geen tijd meer was voor groene hobby’s’. EU-functionarissen waren wanhopig op zoek naar een manier om een herhaling van die financiële crisis, die Europa deed spartelen, te voorkomen. Maar dit keer is het anders. “Je voelt de urgentie overal. Mensen, maar ook steden en industrieën krijgen steeds meer het besef dat het huidige klimaatprobleem moet worden aangepakt. Nu nog de nationale regeringen, maar dat is slechts een kwestie van tijd,” kondigde Eurocommissaris Timmermans in juli vorig jaar aan, die door EC-voorzitter Von der Leyen is belast met de uitvoering van deze o zo belangrijke deal.

Merkels boodschap aan de Duitse auto-industrie was helder en duidelijk: moderniseren of sterven.

‘The tables have turned’

Eén ding is zeker. Het coronatijdperk is vooralsnog donker en dodelijk voor Europa en hun regeringsleiders, met meer dan 400.000 doden en de Europese economie in een neerwaartse spiraal. Door simpelweg te luisteren, bereikten de EU-regeringsleiders toch een akkoord om de emissiereducties dit decennium te versnellen in een tempo dat eerder ondenkbaar werd geacht. In april vorig jaar lanceerde Von der Leyen en EC-president Charles Michel een campagne om hun groene boodschap te verspreiden. Volgens hen betekent het verlaten van de coronacrisis ‘voor een verdubbeling van onze groeistrategie door te investeren in de European Green Deal’.

Een maand later publiceerde de Europese Commissie een budget-en-herstelprogramma waardoor er €1.8 biljoen vrijkomt voor de komst van (nieuwe) elektrische oplaadpunten en voertuigen, hernieuwbare regelingen en groene spoorwegprojecten. Een andere strategie van de Europese Commissie was om de renovatie van ‘inefficiënte gebouwen’ in de gehele Europese Unie te versnellen, genaamd de Renovation wave: een plan om in de komende tien jaar miljoenen woningen en kantoren te renoveren, zodat de doelstellingen voor energiebesparing en CO2-uitstoot kan worden gehaald. Volgens de Europese Commissie levert het 160.000 groene banen op. Het creëren van die banen en het verbeteren van de Europese gebouwen zorgen voor veel lof binnen de Europese Unie.

Een revolutionaire verandering was dat ook industriële centra van Europa akkoord gingen met het budget-en-herstelprogramma. Zelfs Duitsland – het land van de Europese auto-industrie en grootste autofabrikanten – weigerde om de aankoop van diesel- en benzineauto’s te subsidiëren toen de verkoop van Duitse automerken door de coronacrisis flink kelderde. Bondskanselier Angela Merkel verdubbelde haar steun voor de verkoop van elektrische voertuigen. Haar boodschap aan de Duitse auto-industrie was helder en duidelijk: moderniseren of sterven.

Europa is nu aan zet

Tijdens een belangrijke EU-top in december vorig jaar bereikte de Europese Unie een akkoord over de EU-begroting en het herstelplan. Dankzij de investering €750 miljard via Next Generation EU en gerichte verhogingen van de EU-begroting, steeg de langetermijnbegroting naar het gewenste bedrag van €1.8 biljoen dat nodig is voor de wederopbouw van Europa na de coronacrisis. “Het wordt een groener, digitaler en veerkrachtiger Europa”, kondigde Von der Leyen tijdens haar toespraak aan. Nog nooit eerder had de Europese Unie zoveel geld beschikbaar gesteld. De enorme financiële injectie voor het stimuleringspakket had een belangrijk politiek signaal van solidariteit afgegeven. Het is nu of nooit. Met andere woorden: Europa moet investeren voor de volgende generatie. Zelfs landen als Polen sloten zich aan. Het besef om hun koolstofarme economie te moderniseren werd alsmaar groter.

Het klimaatbeleid, met zijn grote investeringsmiddelen om de economie en haar innovatie te ondersteunen, was de doorslaggevende factor. Von der Leyen en Timmermans voerden het hele jaar hun groene boodschap door met als belangrijkste standpunt dat de Europese Green Deal de groeistrategie van Europa was. Hun missie is volbracht. Nu is Europa aan zet.


Steun ons!
Vond je dit een goede productie en wil je hier meer van zien? Steun deze redacteur met een kleine donatie voor een kop koffie (€ 2,50), een redactievergadering (€ 12,50) of een ander bedrag!